Blog's van onze vakbond

De blogs worden nu gefilterd met: Jaap Smit
Reset het filter om alle blogs te zien.

Wederkerigheid

‘Vraag niet wat je land voor jou kan doen, vraag wat jij voor je land kan doen’

‘Vraag niet wat je land voor jou kan doen, vraag wat jij voor je land kan doen’

In de afgelopen week woedde een felle discussie over het voorstel van staatssecretaris Jetta Klijnsma waarin mensen in de bijstand verplicht zouden worden om vrijwilligerswerk te doen.

Het leek een discussie gebaseerd op reflexen.

Aan de ene kant een inmiddels als normaal ervaren fermheid en stoerheid van de kant van de politiek en aan de andere kant de reflex van de vakbeweging die waarschuwt voor verdringing op de arbeidsmarkt en überhaupt niet wil dat mensen tot iets verplicht worden.

Ik heb er op zich niets tegen dat een goed gesprek over rechten en plichten in deze tijd plaatsvindt. Het past bij deze tijd dat wij ons met elkaar bezinnen op de eigen verantwoordelijkheid en de eigen bijdrage aan de samenleving. Wederkerigheid is daarbij het centrale woord. De samenleving doet iets voor mij en verwacht omgekeerd dat ik iets voor die samenleving doe.

Kennedy
Het is deze week 50 jaar geleden dat President John F. Kennedy werd vermoord. Ik kan mij die dag en de beelden nog goed voor de geest halen en ik was er als zeven jarig jochie diep van onder de indruk. Zijn befaamde woorden: "Vraag niet wat je land voor jou kan doen, maar vraag wat jij voor je land kan doen", passen helemaal bij de discussie van dit moment. 

Wederkerigheid is de basis van een gezonde samenleving waarin rechten en plichten, of geven en nemen, belangrijke bouwstenen zijn.

Klant of mede eigenaar?
In dat licht vind ik de oproep van de staatssecretaris niet een verkeerde. Het zal toch niet zo zijn dat elke 'poot die je voor een ander uitsteekt' , betaald moet worden of vertaald moet worden in een reguliere baan. Het kan ook niet zo zijn dat regulier werk weg gesaneerd wordt en de ontslagen werknemer hetzelfde werk als 'gedwongen vrijwilliger' moet doen. Zodra je dit allemaal in een wet gaat vastleggen, ontstaat een discussie vanuit reflexen. Het doel moet zijn dat we het allemaal (weer) normaal gaan vinden om iets te doen voor de samenleving. Het is dus geen juridisch vraagstuk met financiële kaders, maar een moreel vraagstuk dat draait om de vraag wat wij met die samenleving hebben. Zijn we klant, of zijn we mede eigenaar?!

Een discussie op basis van reflexen levert weinig op. Daar hebben we er wat mij betreft ook teveel van in deze tijd die vraagt om herbezinning en herinrichting.

Het gaat erom om op een gezonde en normale manier belangrijke vraagstukken en waarden met elkaar te bespreken in het licht van de veranderende tijden. Zo wil ik de discussie over wederkerigheid graag voeren. En in dat licht vind ik het helemaal niet vreemd dat op een goed moment ook aan mij gevraagd kan worden 'iets terug te doen' wanneer ik door de samenleving onderhouden word.

Decentralisatie operatie: let op het kind van de rekening

Zesjescultuur

Decentralisatie operatie: kijk uit voor het kind van de rekening

In de afgelopen week heb ik gekeken naar reportages van Nieuwsuur onder de titel Op eigen kracht. Verhalen van en over kwetsbare mensen in dagbesteding en begeleiding naar gewoon werk. Deze mensen zullen de grote gevolgen ervaren van de enorme decentralisatieoperatie die nu plaats gaat vinden. Veel grote en zware verantwoordelijkheden worden belegd bij de gemeenten in plaats van bij het rijk. 

Veelgehoorde argumenten in deze discussie als: Leg de verantwoordelijkheid daar waar mensen wonen en elkaar kunnen helpen, dus op gemeentelijk niveau, of kwetsbare mensen moeten niet afhankelijk zijn van voorzieningen, maar op eigen kracht met behulp van eigen netwerk zichzelf kunnen redden of we leven in een participatiemaatschappij met een grote mate van solidariteit, waarin ieder een volwaardige plek hoort te krijgen.

Het klinkt allemaal prima. En ideologisch kan ik veel van deze argumenten ook nog volgen.

Maar nu de praktijk. En daar zagen we ook voorbeelden van in de reportages Van Nieuwsuur. 

Ik zag kwetsbare mensen die veel baat hebben bij een zinvolle dagbesteding in een veilige en betrouwbare omgeving, met mensen bij wie zij zich thuis voelen. Groepen mensen die uit elkaar worden gerukt, omdat de financiering ineens anders gaat lopen. Leg dat maar eens uit aan deze mensen. Mensen die van zichzelf weten dat ze met de beste wil van de wereld niet in een gewoon bedrijf kunnen functioneren. Mensen die ineens niet meer mee mogen doen, omdat ze net buiten de gemeentegrens wonen en in hun eigen gemeente geen alternatief voorhanden is. Deze mensen zijn ineens het kind van de rekening!

In een van de uitzendingen hoorde ik een ‘official’ zeggen dat we genoegen moeten leren nemen met een ‘zesje’, daar waar vroeger een ‘acht’ werd nagestreefd. Terwijl ik dacht dat wij van die zesjescultuur afscheid wilden nemen in dit land!

Ik maak mij zorgen over deze ontwikkelingen. Bij een hoog beschaafd land als Nederland hoort ook op dit zorgniveau de ambitie op minsten een ‘acht’ te liggen. We denken in getallen, in quota, in budgetten etc. Maar hier gaat het om de meest kwetsbare mensen uit onze samenleving en daar moeten we heel goed voor willen zorgen! 

Ik begrijp dat we kritisch moeten zijn op wie wel en niet gebruik kan en mag maken van dure voorzieningen. Ik snap dat deze tijd weer meer zal vragen om participatief burgerschap. Ik snap dat op vele terreinen de tering naar de nering moet worden gezet.

Maar een ding blijft belangrijk: voor mensen die zichzelf niet goed kunnen redden moeten we als samenleving zorg en aandacht regelen die verder gaat dan ‘een praatje over de heg’ of een kop koffie met de buurman/vrouw. Geen zesjescultuur, zoals we dat ook niet willen in het onderwijs, die andere belangrijke pijler van een hoog beschaafd land!

De decentralisatie met grote verantwoordelijkheden voor gemeenten wordt in de begroting ingeboekt als een enorme bezuiniging. Van getal naar budget. Naast die bezuiniging zie ik het grote risico van deze verschuiving van verantwoordelijkheden van rijk naar gemeente. Die zorg wordt bij mij steeds groter nu duidelijk gaat worden wat dat allemaal gaat betekenen voor zowel die gemeente als haar inwoners die onze zorg nodig hebben!

Jaap Smit

Direct verantwoordelijken, direct aanpakken!

Financiële sector is er nog niet

Direct verantwoordelijken, direct aanpakken!
Uitzicht rabobank utrecht (foto: Jaap Smit)

Het is me niet gelukt een hartgrondige vloek te onderdrukken toen ik hoorde over het wangedrag van een aantal bankiers van de Rabo-bank. Het leek er op dat deze bank - die niet beursgenoteerd is en 'eigendom' van de klanten zelf  een oase van fatsoen en integer bankieren was in een wereld van onbegrensd winstbejag (met alle ellendige gevolgen van dien). We zijn nog hard bezig de rotzooi op te ruimen van het wangedrag van speculanten die ons in 2008 met een schok wakker maakte over de wanorde en korte termijn winsten in de financiele sector.

En nu weer komt aan het licht dat bankiers hun boekje te buiten zijn gegaan. Opnieuw wordt het vertrouwen in een bank en de financiele wereld geschonden. En dan nog wel van een bank die tot nu toe het toonbeeld van fatsoenlijk bankieren leek.

Het is verstandig dat de topman direct opstapte en daarmee een helder signaal af gaf. Ik wil aannemen dat hij net als ik verrast en geschokt was toen het gesjoemel binnen zijn bank aan het licht kwam.

Wanneer breekt het moment aan dat wij de direct verantwoordelijken op dit gedrag gaan aanspreken? Dat ze worden aangepakt? Ik bedoel daarmee de functionarissen die over de grens gaan en anderen daarmee direct en indirect benadelen. 

Zij die spelen met het vertrouwen van de klant en de financiele huishouding van de samenleving in het gevaar brengen. Dit lijken mij eerder misdrijven die moeten worden bestraft, dan dat het fouten zijn die met disciplinaire maatregelen gecorrigeerd kunnen worden. De gevolgen voor de samenleving zijn immers immens.

Een betrouwbare financiele wereld vraagt om:

  1. Betrouwbare bankiers die zich bewust zijn van hun belangrijke maatschappelijke taak. Het is geen sexy business, waarin het snelle geld wordt verdiend, maar het gaat om de bloedsomloop van onze economie en samenleving,

  2. Duidelijke kaders waarbinnen bankiers hun werk kunnen doen,

  3. Strenge straffen voor hen die hun boekje te buiten gaan en

  4. een top die een 'een gezonde cultuur' bevordert, goed gedrag van medewerkers op juiste en verantwoorde wijze beloont, maar ook keihard optreedt tegen hen die grenzen overschrijden.

We zijn er kennelijk nog niet en de les is nog niet voorbij!

Jaap Smit

18.10.2013

CNV en de Unie/UOV zetten stap voorwaarts

Toespraak Jaap Smit persconferentie

CNV en de Unie/UOV zetten stap voorwaarts

Dames en heren,

Vandaag zetten CNV en de Unie/UOV een belangrijke stap voorwaarts. Enige maanden geleden werd al gemeld dat de Unie en CNV met elkaar in gesprek waren over verregaande samenwerking. 

Vandaag kunnen wij melden dat wij een volgende stap zetten en wel door de intentie uit te spreken om te onderzoeken of we een nieuwe federatie tot stand kunnen brengen tussen CNV en UOV.

De vakbeweging in Nederland is de laatste jaren heftig in beweging. Zoals vele organisaties met een lang verleden en vele maatschappelijke instituten, is ook de vakbeweging op zoek naar vormen en diensten die aansluiten bij de maatschappelijke veranderingen die zich voltrekken.

Dat is een spannend proces en daar zijn we regelmatig getuige van.

CNV en UOV vinden elkaar in de manier waarop wij gezamenlijk kijken naar de ontwikkelingen van deze tijd. De arbeidsmarkt verandert, nieuwe eisen worden gesteld aan de werkenden in Nederland, nieuwe wensen worden geuit door nieuwe generaties. 

De kunst is om daar als vakbeweging aansluiting bij te zoeken en te vinden. Daarbij geldt wat ons betreft niet het adagium van behoud van verworven rechten, maar meer het maken van een nieuwe en eigentijdse vertaling van de waarden die wij overeind willen houden. Daarbij is onze gemeenschappelijke zorg en vraag: hoe zorgen wij ervoor dat onze arbeidsmarkt er een wordt en blijft waarin op rechtvaardige wijze risico's verdeeld worden tussen werkgever en werknemer en iedereen op sociale manier in staat is om in zijn onderhoud te kunnen voorzien.

Dan gaat het om mensen in vaste dienst, maar ook om werkers die als zelfstandige hun boterham verdienen.

CNV en UOV vinden elkaar in de uitgangspunten die wij beiden hanteren. Vanuit die gedeelde waarden willen wij aan de slag om samen een sterke en moderne vakbeweging tot stand te brengen die ook aantrekkelijk is voor nieuwe generaties, met de wensen die bij die generaties horen.

Er vindt een samenwerking plaats op vakcentrale niveau. Daarmee wordt tevens duidelijk dat CNV niet alleen een vakbond voor christenen is, maar zeer wel in staat is om samenwerking aan te gaan met andere organisaties die de C niet in het vaandel dragen. De tijd van de verzuiling is definitief voorbij. Dat betekent niet dat het CNV afstapt van haar beginselen, de christelijk sociale waarden, maar op inhoud en uitgangspunten samenwerking aangaat met andere organisaties zoals vandaag de Unie/OUV.

Samen willen wij bouwen aan een vakbeweging die zich bewust is van de veranderingen die in de samenleving en op de arbeidsmarkt plaatsvinden en een goed antwoord vinden op de vragen en uitdagingen die die veranderingen met zich meebrengen.

Vandaag spreken wij die intentie uit vanuit de overtuiging dat ons dat gaat lukken. In de komende maanden zullen verdere gesprekken plaatsvinden op bondsniveau en op vakcentraleniveau. Op bondsniveau zal het erom gaan om de krachten te bundelen aan de CAO tafel en zo dat gezamenlijke geluid handen en voeten te geven. 

Op vakcentraleniveau zal gewerkt worden aan een versterking van ons beider positie en ik spreek daarbij de hoop uit dat die nieuwe organisatie die wij gaan neerzetten uitnodigend zal zijn voor velen die zich ons gezamenlijke geluid en standpunten herkennen en mee willen bouwen aan deze sterke en moderne vakbeweging.

Het is nu juist het moment om in het geweld van alle veranderingen te werken aan een sterke werknemersorganisatie die de tekenen van deze tijd verstaat en deze om weet te zetten in goede rechten en diensten ten behoeve van werkend Nederland.   

Arbeidsmigratie op een eerlijk speelveld

Stevige inspectie en gezamenlijke Europese aanpak

Minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kaartte afgelopen weekend terecht - in onder meer de Volkskrant en tijdens een uitzending van Knevel & van de Brink -  het probleem aan van wanpraktijken als gevolg van open grenzen binnen Europa.

Ik ben een groot voorstander van de Europese gedachte en onderschrijf de belangrijke waarden zoals de vrijheid voor inwoners van de Europese Unie om in andere lidstaten aan het werk te kunnen gaan. Dit is geen verhaal van dichte grenzen en ‘eigen volk eerst’, maar een pleidooi voor het vormen van een ‘eerlijk speelveld’, waarop geen valse concurrentie op arbeidsvoorwaarden kan ontstaan.

Terecht vraagt de minister om een Europese aanpak van misbruik van Europese wet- en regelgeving om te voorkomen dat oneigenlijke verdringing op de arbeidsmarkt ontstaat. Te vaak is dat nu nog het geval met ernstige gevolgen voor werknemers die hun plaats zien ingenomen door mensen van elders en die ver onder de prijs hun werk doen.

Concurrentie op kwaliteit van de geleverde prestaties moeten we niet uit de weg willen gaan, maar concurrentie op arbeidsvoorwaarden zal buitengewoon ondermijnend werken en het draagvlak voor verdere Europese eenwording ernstig in gevaar brengen.

Het is te prijzen dat de minister luistert naar die mensen die geconfronteerd worden met de nadelige gevolgen van een open arbeidsmarkt en de wanpraktijken die zich daar afspelen. Die mensen spreek ik zelf ook en hun verhalen dienen we serieus te nemen. Simpel zeggen dat Europa alleen maar voorspoed brengt en dat de open grenzen voor iedereen een ‘zegen’ zijn, is de klacht en de zorg van die werknemer negeren die zijn baan verliest en een ‘goedkope - vul het land maar in- ’ zijn werk ziet overnemen. Dat is gevaarlijk en zet de onderlinge verbondenheid en solidariteit binnen de Europese Unie ernstig onder druk.

Ik pleit namens het CNV daarom al geruime tijd voor een goed toezicht op naleving van Europese wet- en regelgeving die een eerlijke Europese arbeidsmarkt moet bewaken. Dat betekent een stevige inspectie, een gezamenlijke aanpak op Europees niveau en strenge straffen voor malafide praktijken.  

Jaap Smit
Voorzitter CNV Vakcentrale

Agenda

« april 2014»
Z M D W D V Z
    1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30      

Archief

  • 2014
    • april
    • maart
    • februari
    • januari
  • 2013
    • december
    • november
    • oktober
    • september
    • augustus
    • juli
    • juni
    • mei
    • april
    • maart
    • februari
    • januari
  • 2012
    • december
    • november
    • oktober
    • september
    • augustus
    • juli
    • juni
    • mei
    • april
    • maart
    • februari
    • januari
  • 2011
    • december
    • november
    • oktober
    • september
    • augustus
    • juli
    • juni
    • mei
    • april
    • maart
    • februari
    • januari
  • 2010
    • december
    • november
    • oktober
    • september
    • augustus
    • juli
    • juni
    • mei

Kopieer deze link in je RSS Reader

RSS 0.91Blogs
RSS 2.0Blogs
 

CNV vakbond nieuwsbrief

Onze bloggers

Maurice Limmen

Voorzitter van het CNV. 
Maurice Limmen op Twitter

 


 
 
Deze website maakt gebruik van cookies. Wat betekent dit? Lees meer