Blog's van onze vakbond

De blogs worden nu gefilterd met: Pensioen en AOW
Reset het filter om alle blogs te zien.

16.05.2012

AOW-leeftijd definitief naar 67 in 2023

Definitieve versie wandelgangenakkoord bekend

De AOW-leeftijd gaat volgend jaar met een maand omhoog. Ook in 2014 en 2015 stijgt hij met een maand. Daarna volgen drie jaarlijkse stappen van twee maanden, om in 2019 te stijgen naar 66 jaar.

Dat staat in de definitieve versie van het Wandelgangen/Lente-akkoord dat VVD, CDA. D66 , GroenLinks en de ChistenUnie zijn overeengekomen. Vervolgens stijgt de pensioenleeftijd in 2023 naar 67 jaar. Dat laatste is een jaar eerder dan de vijf partijen eerder van plan waren, zo bevestigde woensdag een ingewijde.

Na de officiële presentatie van het Lente-akkoord, die naar verwachting eind volgende week plaats heeft, zal minister Henk Kamp (Sociale Zaken) de sociale partners informeren over de ontstane situatie.

Volgens het pensioenakkoord uit 2011, zou de AOW-leeftijd in 2020 in één keer van 65 naar 66 jaar gaan. In 2025 zou dat 67 jaar word

(c) ANP 2012, alle rechten voorbehouden

Brief aan fractievoorzitters 'wandelgangenakkoord'

Met grote passen snel thuis niet voor alle onderwerpen passend

Brief aan fractievoorzitters 'wandelgangenakkoord'

Vandaag spreken de fracties van Groen Links, D66, Christen Unie, CDA en VVD over de verdere invulling van het zogenoemde 'wandelgangenakkoord'.  Op 7 mei, stuurde voorzitter Jaap Smit een brief aan de fractievoorzitters, met daarin de CNV-visie op de hervormingen van de arbeidsmarkt en het pensioenakkoord. 

Hieronder staat de volledige tekst van de brief.

Brief aan fractievoorzitters Groen Links, D’66, Christen Unie, CDA en VVD

Geachte mevrouw, geachte heren,

Aanstaande dinsdag gaat uw fractie onderhandelen over de verdere invulling van het zogenoemde ‘Wandelgangen-akkoord’. Dat is nodig, omdat er nogal wat explicitering op de voorgestelde bezuinigingen ontbreekt. De grondhouding “Met grote passen, snel thuis”, is naar mijn stellige overtuiging niet voor alle onderwerpen in het akkoord de meest passende. De onduidelijkheid in het Wandelgangen-akkoord over de hervormingen op de arbeidsmarkt die u samen met uw coalitiepartners wil doorvoeren, is daar een duidelijk voorbeeld van. Voor verankering van het draagvlak en begrip voor dit huzarenstukje in politiek ongewisse tijden, is duidelijkheid over de kleine lettertjes onontbeerlijk.

Duidelijkheid is er helaas wel over de houdbaarheid van het door de vakbeweging zwaar bevochten Pensioenakkoord. Sprake is van het eenzijdig openbreken van een zorgvuldig tot stand gebracht akkoord tussen overheid en sociale partners, waardoor het CNV zich opnieuw buitenspel (zie VPL-dossier) gesteld voelt, waardoor ernstig schade wordt toegebracht aan de overlegeconomie. 

In deze brief schets ik u mijn ideeën over de arbeidsmarkt en het Pensioenakkoord, waarvan ik denk dat deze een constructieve bijdrage zullen zijn in uw discussie met de andere fracties.

Hervormingen arbeidsmarkt

Per 2014 gaan werkgevers volgens de tekst van het Wandelgangenakkoord de eerste zes maanden van de WW-uitkering betalen. Dat is positief voor de overheidsfinanciën. En dat is in beginsel positief voor de werkgevers, want de ontslagvergoeding zal gelijktijdig worden beperkt. 

De duur en hoogte van de WW blijven evenwel hetzelfde. In hoeverre werknemers ook profiteren van deze hervorming van de arbeidsmarkt, hangt af van de invulling die u aan het akkoord geeft.

De implicaties van uw voorlopige akkoord doorlopend, kom ik tot de conclusie dat de huidige rol van de kantonrechter bij ontslag daarmee de facto in een sterfhuis geplaatst wordt, en dat de ontslagroute via de UWV blijft bestaan. De werkgever zal namelijk de perverse prikkel krijgen om vooral via de UWV zijn personeel te ontslaan, want dat ontslaat hem van zijn verantwoordelijkheden voor de ontslagen werknemer en is bovendien goedkoper. Financiering van bemiddeling en scholing van ontslagen werknemers wordt in uw plannen tenslotte gefinancierd uit de toekomstige besparingen van werkgevers op de huidige ontslagvergoedingen. Werkgevers zullen al snel concluderen dat ontslag via de UWV hen minder zal kosten, dan als het ontslag via de kantonrechter gaat. 

Als gevolg zal het door u gewenste en door werkgevers gefinancierde budget voor scholing en bemiddeling snel afnemen, en komt de verantwoordelijkheid weer bij de overheid te liggen. Dat kan nooit uw bedoeling geweest zijn.

Ik onderschrijf uw wens om te komen tot een hervorming van de arbeidsmarkt. Ik sta evenwel een integrale benadering voor. Deze hervorming kan leiden tot een vereenvoudiging van het ontslagrecht, maar kan in mijn ogen niet meer zijn dan een onderdeel van en sluitstuk op een totaal aantal maatregelen gericht op 1) het vergroten van de kansen op het vinden, en 2) houden van werk voor iedereen die dat niet op eigen kracht kan. Alle inspanningen dienen in mijn ogen op de allereerste plaats gericht te zijn op de toegang tot en duurzame inzetbaarheid op de arbeidsmarkt.

Omdat het daarom sterk de vraag is of met de door u voorgestelde stelselwijziging voldoende prikkels overblijven voor werkgevers om ontslagen personeel aan nieuw werk te helpen, zou ik binnen de lijnen van de huidige tekst een andere, kosten-neutrale invulling willen voorstellen die in ieder geval de volgende elementen bevat:

  1. richt sectorale of regionale fondsen op die de ontslagen werknemer naar nieuw werk helpen en inkomensverlies verzekeren;
  2. maak sociale partners verantwoordelijk voor het bestuur van deze sectorale danwel regionale fondsen;
  3. laat werkgevers een voldoende aantal maandlonen (WW plus het verschil met het laatst verdiende loon) van de ontslagen werknemer storten in dit fonds;
  4. bestraf onrechtmatig ontslag met een door de rechter op te leggen hoge boete;
  5. stel regionale commissies in die beëindigingverzoeken in eerste aanvang afhandelen, en laat bij geschil de werkgever om een rechterlijke machtiging vragen;

Ik realiseer mij dat een en ander verdere uitwerking door de sociale partners behoeft. Ik vind langs deze lijnen een advies van de SER of de Stichting van de Arbeid over de noodzakelijke hervormingen op de arbeidsmarkt voor 2013 voor de hand liggen. In dat advies moet de in deze brief door mij bepleite integrale benadering gestalte krijgen.

Pensioenakkoord

Maatregelen om de arbeidsparticipatie onder 55-plussers te verbeteren, en het behoud van de mogelijkheden voor mensen in zware beroepen om met 65 jaar te stoppen met werken waren voor het CNV – naast andere overwegingen - belangrijke redenen om het Pensioenakkoord te ondertekenen. Met het huidige akkoord staan beide zaken op losse schroeven. Ik zal dat hieronder puntsgewijs toelichten:

  • Lange dienstjaren/Zware beroepen/lage inkomens: met het kabinet was afgesproken dat er ‘doorwerkbonussen’ zouden komen zodat werknemers met een lang arbeidsverleden in de laagste loonschalen uit kunnen treden op 65-jarige leeftijd tegen een inkomensverlies van maximaal 1,5%. Door de maatregelen uit het Wandelgangenakkoord gaan deze personen er 6,5% op achteruit als ze in 2019 op hun 65ste stoppen. 
  • Laagopgeleiden beginnen in vergelijking met hoger opgeleiden eerder met werken (dus meer dienstjaren), verdienen minder (een korting van 6,5% op hun AOW is voor hen daarom een groter probleem), doen vaak zwaarder werk (moeilijker om tot 65 te blijven werken) en kunnen ook minder lang van hun pensioen genieten (ze leven 5 á 7 jaar korter). Om deze redenen vinden wij inkomensverlies van meer dan 1,5 % onacceptabel. 
  • Arbeidsparticipatie ouderen: Het budget dat in het Pensioenakkoord beschikbaar zou komen voor het verhogen van de arbeidsparticipatie onder ouderen wordt sterk beperkt. Van de ongeveer 2 miljard die beschikbaar zou zijn in 2013 blijft maar 1,2 miljard over. Hierdoor verminderen de kansen op arbeidsparticipatie van oudere werknemers en zullen zij bij verhoging van de AOW-leeftijd eerder een beroep moeten doen op sociale voorzieningen. Daardoor levert verhoging van de AOW-leeftijd minder op.
  • Mensen die gebruikmaken van een vut- of prepensioenregeling hebben door de AOW-verhoging een inkomensgat. Denk bijvoorbeeld aan een brandweerman die op zijn 60ste gestopt is en door middel van gespaard verlof, levensloop en vervroegd pensioen een brug kan slaan tot zijn 65ste.  Maar als zijn AOW niet ingaat op zijn 65ste maar pas op 65,6 of op 66, is het de vraag hoe hij dit inkomensgat kan overbruggen?
  • In het Pensioenakkoord is afgesproken dat de pensioenrichtleeftijd waarmee pensioenfondsen moeten rekenen gekoppeld wordt aan de levensverwachting. Om praktische redenen is er echter voor gekozen om de pensioenrichtleeftijd in 2014 met twee jaar te verhogen, ondanks dat in 2014 de levensverwachting met maar ongeveer een jaar is toegenomen.  Hierdoor zullen sommige pensioenfondsen geld “overhouden”. Dat is geen probleem omdat daarmee het fonds het opbouwpercentage kan verhogen, meer indexeren, of de regeling verbeteren. Dat eerste is niet meer mogelijk omdat in het Wandelgangenakkoord staat dat het maximale opbouwpercentage omlaag gaat.

Het is mijn stellige overtuiging dat bovenstaande bezwaren bij het Pensioenakkoord van een passende oplossing kunnen worden voorzien.

Met vriendelijke groet, en tot gedachtewisseling altijd bereid,

Jaap Smit

Voorzitter CNV.

02.05.2012

Beleggingscode pensioenfondsen herzien

Randvoorwaarden voor duurzaam beleggen

randvoorwaarden voor duurzaam beleggen

Het CNV staat voor belangenbehartiging van werknemers en voor het streven naar een samenleving waarin mensen zoveel mogelijk gelijke kansen hebben en duurzaamheid een centraal begrip is. Deze elementen komen goed naar voren in het werk wat we doen op het gebied van pensioenen.

Onze bestuurders in pensioenfondsen zetten zich in voor een goed pensioen voor werknemers, maar tegelijkertijd vragen we aan pensioenfondsen dat ze verder kijken dan alleen het rendement. De rendementen op pensioenen mogen niet 'verdient' worden door werknemers die werken onder erbarmelijke omstandigheden en fabrieken die geen oog hebben voor milieuvervuiling.

Om deze reden stuurt het CNV haar bestuurder op pad met een beleggingscode. In de beleggingscode staan de randvoorwaarden voor duurzaam beleggen waaraan minimaal moet worden voldaan in de ogen van het CNV. Daarnaast gaat de beleggingscode over de wijze waarop verantwoording afgelegd dient te worden aan de deelnemers van een pensioenfonds. Doel van de code is te komen tot een rechtvaardig en duurzaam beleggingsbeleid. 

Bekijk en/of download de Beleggingscode Pensioenfondsen op Slideshare

26.04.2012

Problemen met vervroegd invoeren leeftijdsverhoging AOW

Onvoldoende tijd om inkomensgat te dichten

Grote problemen vervroegd invoeren leeftijdsverhoging AOW

Het CNV voorziet problemen bij het eerder invoeren van de verhoging van de pensioenleeftijd. Maurice Limmen, vice voorzitter van het CNV: 'Dat levert grote problemen op en wat het CNV betreft moet er voor deze mensen wat geregeld worden in een overgangsregeling.” Vooral mensen die nu al zijn gestopt met werken, zijn de dupe. Maar ook werknemers die eerder wilden stoppen met werken, komen in de problemen.'

Mensen die al gestopt zijn kunnen niet meer anticiperen op de verhoging van de AOW-leeftijd zoals afgesproken in het Begrotingsakkoord. In dat akkoord staat dat de AOW-leeftijd in 2013 verhoogd zal worden met 1 maand en dat in de jaren daarna de AOW-leeftijd, in stappen, verder wordt verhoogd. Uiterlijk in 2019 zal de AOW-leeftijd 66 jaar zijn.

In het pensioenakkoord zou de verhoging van de AOW-leeftijd pas in 2020 ingaan. Dat had mensen en sociale partners voldoende tijd gegeven om overbruggingsregelingen te treffen in sociale plannen. Nu de AOW-leeftijd eerder wordt verhoogd ontstaat er een inkomensgat dat gedicht moet worden.

Limmen: 'Maar ook voor mensen die nu – op basis van de huidige wet - eerder willen stoppen met werken geldt dat zij de dupe worden, ook zij hebben niet meer voldoende tijd het inkomensgat te dichten.'

Hoe werkt het nu?
Nu is het zo dat het inkomen van iemand die nu met pensioen gaat bestaat uit twee bronnen: AOW (ongeveer 1050 euro (bruto) per maand voor een alleenstaande en ruim 700 euro per maand voor een gehuwde) en een eventueel ouderdomspensioen (uit Pensioenfonds of pensioenverzekering). Dat geldt ook voor mensen die al eerder zijn gestopt met werken. Tot hun 65ste ontvangen zij VUT, prepensioenuitkering, levensloop of een regeling uit sociaal plan.

Wat gebeurt er als de AOW per 1 januari 2013 stapsgewijs verhoogd wordt?
Als de AOW leeftijd per 1 januari 2013 al verhoogd wordt, kunnen de mensen die dan al gestopt zijn met werken in problemen komen. Waarschijnlijk gaat het om een erg grote groep mensen. De gemiddelde leeftijd waarop mensen nu stoppen stijgt, maar de meeste mensen stoppen nog steeds voor hun 65e. Ook voor hen ontstaat in 2013 een inkomensgat als ze 65 worden. Hun VUT of prepensioenuitkering stopt dan. Eventuele aanvullingen uit sociaal plan of individuele regelingen in de regel ook, omdat die uitgaan van AOW en ouderdomspensioen op 65 jaar. Deze mensen krijgen dan dus op hun 65e wel hun ouderdomspensioen, maar nog geen AOW. En ook zij kunnen dan niet meer kiezen langer door te werken.

Als mensen nog wel werken in 2013 kunnen ze langer doorwerken. Voor mensen die zich dat kunnen permitteren blijft de keuze mogelijk eerder te stoppen met werken. Maar ze moeten het inkomensgat dat ontstaat doordat ze later AOW krijgen wel zelf opvangen. Mensen met onvoldoende financiële middelen hebben deze keuze niet.

Dit bericht was gebaseerd op de uitkomsten uit het casthuisoverleg. Het is op 7 mei/13:45 uur aangepast aan de plannen van de kunduz coalitie.

18.04.2012

Betrouwbaarheid overheid in het geding

Pensioenakkoord niet openbreken

Betrouwbaarheid overheid in het geding

Het pensioenakkoord dat is gesloten tussen kabinet, werkgevers en de vakbeweging, over de verhoging van de pensioenleeftijd kan niet zomaar opengebroken worden. Jaap Smit, voorzitter van het CNV: “Dit akkoord is net met uiterste zorg tot stand gekomen tussen de drie partijen. Wanneer dit akkoord wordt opengebroken, nu de inkt nog niet eens droog is, zal dit grote gevolgen hebben.”

Afgesproken is om de AOW en pensioenleeftijd in 2020 naar 66 te brengen. De afgelopen dagen gaan er geruchten in de media dat in ‘het Catshuis’ wordt overwogen dit al in 2015 te doen.

Betrouwbaarheid overheid in het geding
Smit: “Dan komt de betrouwbaarheid van de overheid in het geding. Bij een akkoord geldt: afspraak is afspraak! Als blijkt dat de gemaakte afspraken de tand des tijds niet doorstaan, kun je met de partijen die over de pensioenen gaan: vakbonden en werkgevers, opnieuw om de tafel. Dat is de fatsoenlijke wijze waarop wij opereren.”  Al eerder zei de CNV voorzitter dat afspraken binnen de Stichting van de Arbeid nooit vrijblijvend kunnen zijn voor werkgevers en de overheid.

Zware beroepen
Naast het feit dat de betrouwbaarheid van de overheid in het geding komt, is er nog een ander belangrijk aspect om de pensioenleeftijd niet al in 2015 naar 66 jaar te brengen. Het pensioenakkoord biedt namelijk de mogelijkheid aan werknemers (met lagere inkomens en/of in zware beroepen) toch in 2020 op hun 65ste te kunnen laten stoppen met werken, zonder veel inkomensverlies. Smit: “Dat kan omdat de jaren tot 2020 nu gebruikt worden om hiervoor geld vrij te maken. Als de AOW leeftijd al in 2015 naar 66 jaar wordt gebracht, is er niet genoeg tijd om deze gelden op te kunnen bouwen.”

Bied werkzaamheden
En de derde niet te onderschatten afspraak in het pensioenakkoord is de verhoging van de arbeidsdeelname van ouderen. Smit: “Als mensen langer door moeten werken, moeten zij daar ook de mogelijkheid voor krijgen. Dit is een harde voorwaarde van het CNV. Werkgevers hebben aangegeven tot 2020 nodig te hebben hun personeelsbeleid hierop aan te kunnen passen. Smit: “En dat is dringend noodzakelijk, een verhoging van de AOW-leeftijd levert namelijk niets op als mensen daardoor langer in een uitkeringssituatie terecht komen.”

Al eerder zei de CNV voorzitter dat afspraken binnen de Stichting van de Arbeid nooit vrijblijvend kunnen zijn voor werkgevers en de overheid.

Agenda

« mei 2012»
Z M D W D V Z
    1 2 3 4 5
6 7 8 9 10 11 12
13 14 15 16 17 18 19
20 21 22 23 24 25 26
27 28 29 30 31    

Categorieën

Archief

  • 2012
    • mei
    • april
    • maart
    • februari
    • januari
  • 2011
    • december
    • november
    • oktober
    • september
    • augustus
    • juli
    • juni
    • mei
    • april
    • maart
    • februari
    • januari
  • 2010
    • december
    • november
    • oktober
    • september
    • augustus
    • juli
    • juni
    • mei

Kopieer deze link in je RSS Reader

RSS 0.91Blogs
RSS 2.0Blogs
 
Onze bloggers

Jaap Smit

De voorzitter van het CNV blogt regelmatig over zijn visie op de polder, de vakbond en de actualiteit. 
Jaap Smit op Twitter

Maurice Limmen

Vice-Voorzitter en beleidsbestuurder van het CNV. Geeft zijn mening over beleid, politiek en andere onderwerpen waar het CNV zich mee bezig houdt. 
Maurice Limmen op Twitter

Martin van der Linden

Blogs over de website, social media en andere online activiteiten van het CNV.
Martin van der Linden op Twitter