Alles over je Pensioen
Pensioen is eigenlijk ‘uitgesteld loon’. Het is bedoeld voor de periode dat iemand niet meer werkt. Je bent bijvoorbeeld ouder dan 65 of arbeidsongeschikt. Of het is inkomen voor je nabestaanden na je overlijden. Voor elke van deze situaties is er een pensioen.
Van wie krijg je pensioen? Er zijn drie bronnen: de overheid, je werk en jezelf. Ons pensioenstelsel is te vergelijken met een gebouw van drie lagen. De begange grond, de basis van het stelsel, wordt geregeld door de overheid. De tweede verdieping regel je via je werk. En de bovenste verdieping regel jij. Deze drie lagen zijn de drie pijlers van ons pensioenstelsel.
Pijler 1: het pensioen van de overheid. Dit kan zijn: Algemene Ouderdomswet (AOW), arbeidsongeschiktheidspensioen (WIA) en nabestaandenpensioen (Anw).
Pijler 2: het pensioen dat je opbouwt bij je werkgever(s): het ouderdomspensioen. Dit werknemerspensioen wordt ook wel ‘aanvullend pensioen’ genoemd. Het is een aanvulling op wat je van de overheid krijgt. Je krijgt het alleen als je hebt gewerkt en je werkgever ook een pensioenregeling had waaraan je mee hebt gedaan.
Pijler 3: pensioen dat je zelf regelt. Denk aan lijfrenteverzekeringen, maar ook aan spaargeld, aandelen en andere vormen van vermogen, zoals een eigen huis of bedrijf.




