Arbeidsongeschiktheidspensioen

Wanneer je na twee jaar ziekte nog steeds niet (volledig) aan het werk kunt, krijg je te maken met de WIA: Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Er zijn twee WIA-uitkeringen: een bij volledige arbeidsongeschiktheid en een bij gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid.

Als aanvulling op een uitkering volgens de WIA (voorheen WAO) is er het arbeidsongeschiktheidspensioen.

Een arbeidsongeschiktheidspensioen gaat dus net als een WIA-uitkering in op het moment dat de werkgever niet meer verplicht is om loon door te betalen. Dit is na twee jaar (of 104 weken) ziekte. Het pensioen eindigt wanneer je de pensioenleeftijd bereikt (meestal bij 65 jaar) of wanneer je weer kunt gaan werken. Wanneer je gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent, krijg je ook maar een deel van het pensioen. 

In de meeste pensioenregelingen is vastgelegd dat bij arbeidsongeschiktheid de opbouw van ouderdoms- en nabestaandenpensioen gewoon wordt voortgezet, zonder dat je premie betaalt. Voor het arbeidsongeschiktheidspensioen ligt dat anders.

Lang niet alle bedrijven kennen een regeling voor een arbeidsongeschiktheidspensioen. Je kunt hiernaar informeren bij je werkgever of pensioenfonds. Ook kan je laten berekenen wat er met jou inkomen gebeurt als je arbeidsongeschikt raakt. Ben je lid van het CNV en heb je nog vragen? Neem dan contact op met CNV Info.

Beoordeel deze pagina

  3.50 (18 stemmen)
  
tip a friend print pagina