De rol van het CNV

Werkgeversorganisaties en vakbonden spelen een belangrijke rol bij cao-onderhandelingen. Het CNV onderhandelt namens haar leden over betere arbeidsvoorwaarden. Het belangrijkste uitgangspunt van het CNV is altijd dat werknemers minimaal kunnen rekenen op koopkrachtbehoud.

Hoe stelt het CNV de onderhandelingsruimte voor cao’s vast?
Onderhandelingen over een nieuwe cao kunnen lastig zijn, en soms duurt het maanden of zelfs jaren voordat een akkoord wordt bereikt. Werkgevers en werknemers kunnen totaal tegengestelde wensen en belangen hebben. Daarom spreken we van een zogenoemde onderhandelingsruimte: wat zijn de mogelijkheden en wat willen we in ieder geval uit de onderhandelingen halen?

Er bestaat niet één formule waarmee de onderhandelingsruimte is uit te rekenen. Om loonconcurrentie tussen landen te voorkomen heeft het EVV (Europees Verbond van Vakverenigingen – waartoe ook het CNV behoort) een ‘formule’ ontwikkelt die houvast geeft bij het bepalen van de onderhandelingsruimte. Eén van de uitgangspunten daarbij is dat werknemers in ieder geval kunnen rekenen op koopkrachtbehoud.

Deze formule is:
stijging van de arbeidsproductiviteit  van de marktsector over het achter liggende jaar
+
te verwachten inflatie over het komende jaar
=
Totale arbeidsvoorwaardenruimte

  • Arbeidsproductiviteit is de gemiddelde productiviteit per gewerkt uur. Dus wanneer er meer per uur geproduceerd wordt, neemt de arbeidsproductiviteit toe.
  • De inflatie is de verwachte gemiddelde prijsstijging van producten en diensten die mensen kopen.

Het CNV vindt dat de stijging van de arbeidsproductiviteit ten goede moet komen aan werknemers. Daarnaast moet inflatie worden gecompenseerd door hogere lonen. Uit de totale arbeidsvoorwaardenruimte moet alles worden betaald: de loonstijging, maar ook andere verbeteringen in arbeidsvoorwaarden zoals scholing, verlofmogelijkheden, enz.

Een voorbeeld: alles wordt duurder, gaat het CNV nu meer loon vragen?
Als dat mogelijk is wel. In de loonvraag houdt het CNV rekening met de inflatie (prijsstijging van producten en diensten). In de onderhandelingen streeft het CNV minimaal naar een loonsverhoging gelijk aan de inflatie (koopkrachtbehoud). Wel kunnen er uitzonderingen zijn. Wanneer er sprake is van reorganisatie of een bedrijf dat bijna failliet is, is het moeilijk om loonsverhogingen te eisen. Een loonsverhoging betekent dan namelijk meestal dat er (extra) banen verloren gaan. Dat willen we voorkomen. Maar een lagere of geen loonsverhoging zal voor het CNV nooit mogelijk zijn wanneer er niet tegelijk ook maatregelen genomen worden om het bedrijf gezond te maken.

Nog een voorbeeld: Vergroting van jouw kansen op de arbeidsmarkt door scholing.
Jouw kansen op de arbeidsmarkt hangen af van veel verschillende dingen. Naast kennis, ervaring en (helaas) ook leeftijd, is ook de situatie op de arbeidsmarkt van belang. Hoe gaat het met de economie? Hoe gaat het met de producten en diensten van jouw organisatie? Door veranderingen in de Nederlandse economie wordt de vraag naar hoger opgeleid personeel en naar goed geschoolde en ervaren vakkrachten steeds groter. Dit terwijl de komende tientallen jaren een grote groep mensen met pensioen gaat, en er minder jonge mensen bijkomen. Veel sectoren krijgen een tekort aan (goede) werknemers. De beste manier om deze ontwikkelingen voor te blijven is om altijd te blijven leren en ervoor te zorgen dat je breed inzetbaar bent. Het CNV spreekt daarom in steeds meer cao’s grotere budgetten af voor scholing.

Hoe komt het arbeidsvoorwaardenbeleid van het CNV tot stand?
Arbeidsvoorwaarden zijn de inzet van cao-onderhandelingen. Vakbondsleden kunnen aangeven welke arbeidsvoorwaarden zij verbeterd willen hebben. Vervolgens stelt het CNV een arbeidsvoorwaardenbeleid op. Klik hier voor de concept-arbeidsvoorwaardennota 2008 (te vinden onder het kopje 'cao').

Het CNV bestaat uit een aantal bonden (naar sector georganiseerd) die aangesloten zijn bij CNV Vakcentrale. De leden van de bonden bepalen het beleid van hun bond. Er kunnen verschillen zitten in het beleid van de verschillende CNV-bonden, iedere sector is immers anders. Gezamenlijk stellen de CNV bonden ieder jaar vast op welke hoofdlijnen zij samen optrekken. Dit wordt vastgelegd in een hoofdlijnennota. Uiteindelijk wordt ook deze nota (samen met de eigen beleidsvoorstellen) voorgelegd aan leden.

Concept-arbeidsvoorwaardennota 2008

Beoordeel deze pagina

  3.18 (11 stemmen)
  
tip a friend print pagina