WW-uitkering voor 1 oktober 2006

De oude regeling kende twee soorten WW-uitkeringen:
• Een kortdurende uitkering: deze is gebaseerd op het minimum(jeugd)loon en duurt maximaal een half jaar. Mensen die alleen voldoen aan de wekeneis krijgen een kortdurende uitkering.
• Een loongerelateerde uitkering: deze uitkering is gebaseerd op je laatstverdiende loon en duurt minimaal zes maanden en maximaal vijf jaar. Mensen die zowel aan de wekeneis als de jareneis voldoen krijgen een loongerelateerde uitkering.

De wekeneis betekent dat je van de laatste 36 weken er 26 gewerkt moet hebben. Iedereen die aan deze eis voldoet heeft recht op minimaal drie maanden WW-uitkering. Om voor een langere uitkering in aanmerking te komen moet je daarnaast voldoen aan de zogenoemde jareneis. Deze jareneis houdt in dat je in de laatste vijf kalenderjaren minstens vier jaar gewerkt moet hebben. Een jaar telt mee als je in dat jaar minimaal 52 dagen hebt gewerkt. Het maakt daarbij niet uit hoeveel uur per week je werkte en of je gedurende het hele jaar hebt gewerkt. Ook de jaren waarin je een volledige arbeidsongeschiktheidsuitkering had, tellen mee. Op het statusoverzicht dat je ieder jaar van het UWV ontvangt, staat vermeld of je minstens vier van de vijf jaar kunt meetellen.

Hoogte loongerelateerde uitkering
De hoogte is afhankelijk van je laatstverdiende loon en wordt op de volgende manier berekend:
• Je WW-dagloon wordt vastgesteld. Dit dagloon wordt gebaseerd op je brutoloon per dag. Allerlei extra’s, bijvoorbeeld reiskostenvergoeding en bonussen, tellen niet mee.
• Ben je vóór 1 oktober 2006 werkloos geworden én voldoe je aan de jareneis, dan krijg je vanaf je eerste werkloosheidsdag 70% van je WW-dagloon. Je krijgt de uitkering voor maximaal vijf dagen per week.
• De overheid stelt ieder jaar de maximale hoogte van het dagloon vast. Je WW-dagloon kan niet hoger zijn dan dit maximum.

Als je bent gaan werken voor minder loon, is het in principe niet de bedoeling dat je ook een lagere WW-uitkering krijgt. Soms kan je WW-uitkering dan worden gebaseerd op het eerdere, hogere loon. Als je een wisselend loon had, wordt je uitkering gebaseerd op het gemiddelde loon van de laatste 26 of 52 weken voordat je werkloos werd.

Uiteraard moet je ook over je uitkering belasting en premies betalen. Het UWV houdt die automatisch in op je uitkering. Ook heb je recht op 8% vakantiegeld. Dit wordt in mei uitbetaald, of eerder als je uitkering stopt. Als je bij je werkgever vakantiewaarden opbouwde (vakantiebonnen), dan bouw je meestal gedurende een bepaalde periode tijdens je uitkering ook vakantiewaarden op. Wil je hier meer over weten, neem dan contact op met CNV Info.

Hoe lang heb ik recht op een loongerelateerde uitkering?
Hoe lang je recht hebt op een loongerelateerde uitkering hangt af van je ‘fictieve arbeidsverleden’. Dit fictieve arbeidsverleden wordt volgens een vaste formule berekend en is afhankelijk van je leeftijd en het aantal jaren dat je gewerkt heeft.

Vanaf 1 januari 2005 is echter een wijziging van de werkloosheidswet van kracht. Hierdoor zal de duur van de uitkering in de toekomst steeds meer afhangen van het ‘feitelijke arbeidsverleden’. Leeftijd wordt geleidelijk aan minder belangrijk bij het bepalen van de uitkeringsduur. Vanaf 1998 zal gekeken worden naar het aantal jaren dat je daadwerkelijk gewerkt hebt. Van de jaren vóór 1998 blijft je leeftijd tellen bij de bepaling van de uitkeringsduur.

In onderstaande tabel zie je hoeveel maanden je recht hebt op een WW-uitkering als je aan de jareneis voldoet:

Arbeidsverleden

Duur loongerelateerde uitkering

4 jaar of minder

6 maanden

5 t/m 9 jaar

9 maanden

10 t/m 14 jaar

1 jaar

15 t/m 19 jaar

1,5 jaar

20 t/m 24 jaar

2 jaar

25 t/m 29 jaar

2,5 jaar

30 t/m 34 jaar

3 jaar

35 t/m 39 jaar

4 jaar

40 jaar of meer

5 jaar

Mensen die vóór 1 oktober 2006 werkloos zijn geworden en alleen voldoen aan de wekeneis krijgen een kortdurende uitkering.
De hoogte van je uitkering is in de meeste gevallen 70% van het minimum(jeugd)loon. Je krijgt de uitkering voor maximaal vijf dagen per week. Ook op de kortdurende uitkering worden belasting en premies ingehouden. Ook heb je bij de kortdurende uitkering recht op 8% vakantiegeld. De uitkering duur maximaal een half jaar.

 

Beoordeel deze pagina

  4.00 (6 stemmen)
  
tip a friend print pagina