SCP: 'Groot onbenut arbeidspotentieel'
Nederland heeft een 'onbenut arbeidspotentieel' van honderdduizenden arbeidsongeschikten en werklozen die aan de slag willen. Bovendien wil een fors aantal werkenden meer uren per week actief zijn.
Dit blijkt uit de studie Wel of niet aan het werk, die woensdag wordt gepresenteerd. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en de Raad voor Werk en Inkomen (RWI) onderzochten hoeveel mensen ongewild thuis zitten en wat de oorzaken daarvan zijn. Een groot deel van de Nederlandse beroepsbevolking - ruim drie miljoen mensen - is om verschillende redenen momenteel niet werkzaam.
Onderzoeker Patricia van Echtelt benadrukt dat het om een 'vrij kleine steekproef' gaat die slechts 'indicatieve' percentages oplevert. Zij doet daarom liever geen uitspraken over absolute aantallen. De percentages wijzen er evenwel op dat honderdduizenden Nederlanders die nu veelal in een uitkering zitten, tegen hun zin aan de kant staan.
Zo wil 57% van de gedeeltelijk arbeidsongeschikten in het onderzoek een betaalde baan. Hetzelfde geldt voor 19% van de volledig arbeidsongeschikten. Gerelateerd aan het totaal van ruim 800.000 arbeidsongeschikten in Nederland (van wie bijna 600.000 volledig arbeidsongeschikten) zou dit betekenen dat meer dan 200.000 van hen betaald willen werken.
Wat betreft de werklozen is een steekproef getrokken uit de bij het CWI geregistreerde 'niet-werkende werkzoekenden'. Zoals te verwachten viel, zegt de overgrote meerderheid hiervan (92%) aan de slag te willen. Van de circa acht miljoen mensen die nu al werken, geeft in het onderzoek 11% aan méér uren te willen maken. Vooral vrouwen met een kleine deeltijdbaan hebben die wens.
Het argument dat meer werken weinig oplevert, bijvoorbeeld door de hoge kosten van kinderopvang, wordt door werkenden nauwelijks genoemd als bezwaar om meer uren te maken. Wel vinden veel ouders de zorg voor de kinderen belangrijker dan werken. Het gratis maken van de kinderopvang zou volgens het onderzoek dan ook maar weinig extra gewerkte uren opleveren.
Uit eerder onderzoek bleek ook al dat er een aanzienlijk arbeidspotentieel is onder niet-werkenden. Een kanttekening is dat niet iedereen die zegt te willen werken, ook actief op zoek is naar een baan. De verwachte arbeidsmarktkansen en problemen met de gezondheid blijken de belangrijkste belemmeringen om aan de slag te gaan. Sociale aspecten, zoals het contact met anderen, zijn de belangrijkste drijfveer om een baan te willen.
Zie voor het rapport SCP.
(Bron: Staatscourant, 5 maart 2008)




