Hoe werkt de levensloopregeling?

Met de levensloopregeling spaar je een deel van je brutosalaris op, om daarmee later een periode van onbetaald verlof te kunnen betalen.

De reden van dit verlof is niet belangrijk. Je kan bijvoorbeeld verlof opnemen voor de zorg voor een ziek kind, om een lange tijd te reizen, om eerder met pensioen te kunnen gaan, om een opleiding te kunnen volgen etc.

Wanneer je meedoet met de levensloopregeling wordt er geld van je brutoloon ingehouden. Dit geld wordt gestort op een speciale spaarrekening, die natuurlijk op jouw naam staat. Ook jouw werkgever kan bijdragen aan je levensloopverzekering, maar dat is hij/zij niet verplicht.

Als je mee wilt doen aan de levensloopregeling moet je dit aangeven bij je werkgever. Binnen drie maanden moet je werkgever hiermee akkoord zijn. Als je meerdere werkgevers hebt, kan je overal meedoen aan de levensloopregeling. Overigens kan je niet meedoen aan de levensloopregeling als je al meedoet aan de spaarloonregeling. Je kan wel ieder jaar veranderen van soort spaarregeling. Geld opnemen kan wel van beide regelingen tegelijkertijd.

Geld sparen

Per jaar mag je maximaal 12% van je brutoloon sparen. Het totale bedrag dat mag worden opgespaard, bedraagt 210 procent van het bruto jaarloon. Als je het spaargeld hebt gebruikt, mag je weer opnieuw sparen tot het maximum. Het totale bedrag dat je mag sparen, 210 procent van het bruto jaarsalaris, is inclusief rente. Wanneer je je maximum aan spaargeld hebt bereikt, kan het tegoed wel nog oplopen omdat de rente wel blijven groeien.

Met de levensloopwijzer van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid kan je uitrekenen hoeveel je kan sparen en hoeveel verlof je daarmee kunt opnemen.

Let op: werknemers die op 31 december 2005 51 jaar of ouder waren, maar nog geen 56 jaar mogen per jaar meer sparen. In totaal mag het gespaarde bedrag wel maximaal 210 procent van het bruto jaarsalaris zijn.

Naast een deel van je salaris dat je kan opsparen voor je levensloopregeling, kan je ook gespaarde tijd omzetten in geld. Je moet dan denken aan overwerkuren en extra vakantiedagen (je wettelijke vakantiedagen kan je niet omzetten in geld). Overleg met je werkgever over de mogelijkheid om tijd in geld om te zetten en dit bedrag te laten storten op je levenslooprekening.

Geld opnemen

Als je geld wilt opnemen van je levenslooprekening moet je dit laten weten aan de instelling die jouw rekening beheert (zoals de bank). Deze instelling maakt het bedrag dat je wilt opnemen over naar je werkgever. Voordat de werkgever het op jouw rekening stort, houdt hij/zij loonheffing in (loonbelasting en premie volksverzekeringen).

Wanneer je geld wilt opnemen van je levenslooprekening, moet je er rekening mee houden dat je niet meer kan opnemen dan je maandloon (dus het maandloon dat je van je werkgever kreeg voordat je verlof opnam).

Om onbetaald verlof op te kunnen nemen, moet je toestemming hebben van je werkgever. Overigens heb je altijd recht op ouderschapsverlof en kan de werkgever langdurig verlof alleen weigeren als door jouw verlof het bedrijf of de instelling ernstig in de problemen komt.

Gevolgen voor sociale uitkeringen

WW
Sparen voor de levensloopregeling heeft geen gevolgen voor de hoogte van een eventuele werkeloosheidsuitkering. Wanneer het UWV het goed vind, kan je ook tijdens een periode van werkeloosheid door blijven sparen. Geld opnemen kan wel alleen als je werk hebt. Het gespaarde bedrag blijft dus tijdelijk apart staan totdat je weer werk hebt.

Wanneer je werkeloos bent geworden door een faillissement van je werkgever, is de werkgever verplicht het tegoed uit te betalen. Wanneer de werkgever ‘verdwenen’ is, kan je ervoor kiezen om het geld uit te laten betalen door de financiële instelling die het beheert of om het te laten staan totdat je nieuw werk hebt. Als je het door de instelling laat uitbetalen, heb je geen recht op de levensloopverlofkorting.

Bij werkeloosheid tot aan het pensioen, wordt het geld in de levensloopregeling in één keer betaalt als je 65 jaar wordt. Je hebt dan wel recht op de levensloopverlofkorting.

Ziekte en arbeidsongeschiktheid
Sparen voor de levensloopregeling heeft geen gevolgen voor een uitkering bij ziekte of arbeidsongeschiktheid.

Meer informatie
www.cnvoverlevensloop.nl
Op www.spaarvooruwverlof.nl staat een Levensloopwijzer. Hiermee kunnen werknemers zelf berekenen hoeveel ze moeten sparen voor een bepaalde verlofperiode. Of hoeveel verlof zij kunnen betalen als ze gedurende een bepaalde periode hebben gespaard.

Beoordeel deze pagina

  3.38 (8 stemmen)
  
tip a friend print pagina