Levensloopregeling

1. Wat is de levensloopregeling?

Sinds 1 januari 2006 kunnen werknemers een deel van hun loon sparen om daarmee later een langere periode van onbetaald verlof te betalen.

2. Waarvoor kan ik de levensloopregeling gebruiken?

Het spaargeld is bedoeld om er op een later moment periodes van onbetaald verlof mee te financieren. Hierbij kan gedacht worden aan zorgverlof, een sabbatical, verlof voor stervensbegeleiding, ouderschapsverlof, educatief verlof, maar bijvoorbeeld ook aan prépensioenverlof.

3. Hoe werkt de levensloopregeling?

Er zijn verschillende manieren om geld te sparen in de levensloopregeling:

  • U kunt sparen op een levenslooprekening. Dit is een soort spaarrekening waarop u jaarlijks rente ontvangt. U kunt hier geld op storten en dit ook weer makkelijk (voor verlof) van uw rekening laten afschrijven.
  • Misschien heeft uw werkgever een collectieve afspraak gemaakt met een aanbieder van levensloop. Vaak kunt u dan een gunstiger rendement ontvangen, dan wanneer u zelf een aanbieder zoekt. Voor meer informatie over collectieve levensloop contracten klik hier.
  • U kunt sparen in een levensloop verzekeringspolis. Dit gaat vaak om een spaarvorm voor de langere termijn, waar u niet zomaar geld van kunt opnemen. Dit kan pas na de vooraf afgesproken termijn. Let u bij het afsluiten van een verzekeringsproduct altijd op de aanvullende voorwaarden.

4. Hoeveel mag ik sparen?

Per jaar mag je maximaal 12% van je brutoloon sparen. Het totale bedrag dat mag worden opgespaard, bedraagt 210 procent van het bruto jaarloon. Als je het spaargeld hebt gebruikt, mag je weer opnieuw sparen tot het maximum. Het totale bedrag dat je mag sparen, 210 procent van het bruto jaarsalaris, is inclusief rente. Wanneer je je maximum aan spaargeld hebt bereikt, kan het tegoed wel nog oplopen omdat de rente wel blijven groeien.

Let op: werknemers die op 31 december 2005 51 jaar of ouder waren, maar nog geen 56 jaar mogen per jaar meer sparen. In totaal mag het gespaarde bedrag wel maximaal 210 procent van het bruto jaarsalaris zijn.

Met de rekentool op www.cnvoverlevensloop.nl kan je uitrekenen hoeveel je kan sparen en hoeveel verlof je daarmee kunt opnemen.

5. Kan ik ook tijd sparen voor mijn levensloopregeling?

Naast een deel van je salaris dat je kan opsparen voor je levensloopregeling, kan je ook gespaarde tijd omzetten in geld. Je moet dan denken aan overwerkuren en extra vakantiedagen (je wettelijke vakantiedagen kan je niet omzetten in geld). Overleg met je werkgever over de mogelijkheid om tijd in geld om te zetten en dit bedrag te laten storten op je levenslooprekening.

6. Betaalt de werkgever mee aan de levensloopregeling?

Jouw werkgever kan bijdragen aan je levensloopverzekering, maar dat is hij/zij niet verplicht.

7. Hoe neem ik geld op uit de levensloopregeling?

Als je geld wilt opnemen van je levenslooprekening moet je dit laten weten aan de instelling die jouw rekening beheert (zoals de bank). Deze instelling maakt het bedrag dat je wilt opnemen over naar je werkgever. Voordat de werkgever het op jouw rekening stort, houdt hij/zij loonheffing in (loonbelasting en premie volksverzekeringen).

Wanneer je geld wilt opnemen van je levenslooprekening, moet je er rekening mee houden dat je niet meer kan opnemen dan je maandloon (dus het maandloon dat je van je werkgever kreeg voordat je verlof opnam).

Om onbetaald verlof op te kunnen nemen, moet je toestemming hebben van je werkgever. Overigens heb je altijd recht op ouderschapsverlof en langdurend zorgverlof en kan de werkgever langdurig verlof alleen weigeren als door jouw verlof het bedrijf of de instelling ernstig in de problemen komt.

8. Wat zijn de gevolgen van mijn levensloopregeling voor eventuele sociale uitkeringen?

WW
Sparen voor de levensloopregeling heeft geen gevolgen voor de hoogte van een eventuele werkeloosheidsuitkering. Wanneer het UWV het goed vindt, kan je ook tijdens een periode van werkeloosheid door blijven sparen. Geld opnemen kan wel alleen als je werk hebt. Het gespaarde bedrag blijft dus tijdelijk apart staan totdat je weer werk hebt.

Wanneer je werkeloos bent geworden door een faillissement van je werkgever, is de werkgever verplicht het tegoed uit te betalen. Wanneer de werkgever ‘verdwenen’ is, kan je ervoor kiezen om het geld uit te laten betalen door de financiële instelling die het beheert of om het te laten staan totdat je nieuw werk hebt. Als je het door de instelling laat uitbetalen, heb je geen recht op de levensloopverlofkorting.

Bij werkeloosheid tot aan het pensioen, wordt het geld in de levensloopregeling in één keer betaalt als je 65 jaar wordt. Je hebt dan wel recht op de levensloopverlofkorting.

Ziekte en arbeidsongeschiktheid
Sparen voor de levensloopregeling heeft geen gevolgen voor een uitkering bij ziekte of arbeidsongeschiktheid.

9. Wat zijn de gevolgen van de levensloopregeling voor mijn pensioenopbouw?

Voor de gevolgen van het verlof voor de voortzetting van de pensioenopbouw, is vaak (nog) niets geregeld. Of je recht hebt op voortzetting van je pensioenopbouw tijdens de opname van het verlof, hangt af van de pensioenregeling waaronder je valt. Je kunt dit navragen bij het pensioenfonds of bij je werkgever.

10. Levert meedoen aan de levensloopregeling belastingvoordelen op?

Om de Levensloopregeling aantrekkelijk te maken, heeft het kabinet er een belastingvoordeel aan gekoppeld. Op moment van sparen, hoeft er geen belasting te worden betaald. Ook wordt er gespaard vanuit het brutoloon. Pas als je geld uit je levensloopspaarpot haalt voor het financieren van verlof, moet er belasting betaald worden. Dit levert je een klein rentevoordeel op. Belangrijker is de Levensloopverlofkorting. Voor elk jaar dat je gespaard hebt in de levensloop, mag je 188 euro van de inkomstenbelasting aftrekken. Als je tien jaar hebt gespaard, krijgt je 1.880 korting op de loonbelasting. Ook wordt het geld dat je op je levenslooprekening hebt gespaard niet geteld bij je vermogen in box III bij je belastingaangifte.

Het is mogelijk dat jouw inkomen te laag is om van de levensloopverlofkorting gebruik te maken. Als jouw partner wel voldoende belasting en premies betaalt, mag je de levensloopverlofkorting opgeven bij de aangifte voor de inkomstenbelasting van je partner. Dat geldt ook voor de ouderschapsverlofkorting.

Toch zijn vooral werknemers die hun Levensloopregeling gebruiken om betaald ouderschapsverlof op te nemen, behoorlijk voordelig uit. Voor hen is er een speciale heffingskorting (ouderschapsverlofkorting) in het leven geroepen. Die bedraagt de helft van het minimumloon per opgenomen verlofdag. Op dit moment is dat ongeveer 650 euro per maand als je voltijd werkt en voltijd ouderschapsverlof opneemt. Dus stel dat je besluit tot twee maanden ouderschapsverlof. Ervan uitgaande dat je fulltime werkt en normaal gesproken 600 euro per maand inkomensbelasting betaalt, krijgt je gedurende het ouderschapsverlof een korting van 650 euro per maand. Dit is gunstig, want je hoeft geen belasting te betalen. Let op: vanaf 2009 heb je ook zonder mee te doen aan de levensloopregeling recht op ouderschapsverlofkorting.

11. Hoe regel ik de levensloopverzekering?

Als je mee wilt doen aan de levensloopregeling moet je dit aangeven bij je werkgever. Binnen drie maanden moet je werkgever hiermee akkoord zijn. Als je meerdere werkgevers hebt, kan je overal meedoen aan de levensloopregeling. Overigens kan je niet meedoen aan de levensloopregeling als je al meedoet aan de spaarloonregeling. Je kan wel ieder jaar veranderen van soort spaarregeling. Geld opnemen kan wel van beide regelingen tegelijkertijd.

12. Meer informatie?

Het CNV heeft een website speciaal over levensloop. Kijk op www.cnvoverlevensloop.nl. Met de rekentool kan je uitrekenen hoeveel je kan sparen en hoeveel verlof je daarmee kunt opnemen. Bereken hier de fiscale voordelen van het combineren van ouderschapsverlof en levensloop.

tip a friend print pagina