AOW en Pensioen

Waarom nieuwe pensioenafspraken?


Het Nederlandse pensioenstelsel

Hoe staat het er voor?


Pensioen is eigenlijk ‘uitgesteld loon’. Het is bedoeld voor de periode dat iemand niet meer werkt. Je bent bijvoorbeeld ouder dan 65 of arbeidsongeschikt. Of het is inkomen voor je nabestaanden na je overlijden. Voor elke van deze situaties is er een pensioen.

Het Nederlandse pensioenstelsel bestaat uit 3 onderdelen: 

  1. AOW
  2. Pensioen
  3. Zelf sparen, bijvoorbeeld via levensloop

De AOW is de basis voor iedereen. Daar bovenop kun je via je werkgever pensioen opbouwen. En daar weer bovenop kun je natuurlijk ook zelf sparen, bijvoorbeeld via levensloop.

Pensioen via het pensioenfonds

De meeste werknemers bouwen pensioen op bij een pensioenfonds. Werkgever en werknemer betalen maandelijks een deel van het loon aan het pensioenfonds. De fiscus betaalt indirect ook mee, want de pensioenopbouw is belastingvrij. De inleg moet leiden tot een pensioen van ongeveer 70 procent van het gemiddeld verdiende loon.

Deze 70 procent is inclusief AOW. En krijg je als je tenminste over alle jaren pensioen hebt opgebouwd en je pensioenfonds goede rendementen op de beurs heeft behaald.

Pensioenfondsen proberen ervoor te zorgen dat het ingelegde geld vervolgens zoveel rendement oplevert, dat er uiteindelijk voldoende is om genoeg te kunnen uitkeren. Het geld dat we inleggen is namelijk maar een klein deel van het bedrag dat we uiteindelijk krijgen.

Ontwikkelingen
Door verschillende oorzaken is het de laatste jaren moeilijker geworden voor pensioenfondsen om aan hun verplichtingen te voldoen.

  1. Mensen worden ouder.  Een gemiddeld persoon leeft na zijn 65ste niet 17 jaar (1995), maar 19 jaar (2010) en in de toekomst misschien wel 22 jaar (2050)! Maar van hetzelfde gespaarde pensioen moet in 2010 wel drie jaar langer pensioenuitkering worden betaald. 

  2. De crisis in de financiële wereld. De afgelopen 10 jaar waren er hevige beursschommelingen en daalden de rendementen op de beurs. De lage rente verergert dit probleem, omdat pensioenfondsen daardoor meer in kas moeten hebben. 

Door deze ontwikkelingen kan het pensioen niet altijd gegarandeerd worden. Dit vraagt om nieuwe pensioenafspraken, waarin duidelijk gemaakt wordt wat je wel of niet kan verwachten. Het doel blijft een fatsoenlijk pensioen tegen de tijd dat we stoppen met werken. 

Daar wordt nu tussen sociale partners en de overheid over gesproken.

 

deze pagina delen