Facts and Figures Pensioenakkoord

Alle cijfers op een rij


De levensverwachting stijgt

De levensverwachting stijgt

Figuur 1, bron cbs
  • Elke generatie leeft langer dan de vorige. Dat is al langer bekend, maar de stijging van de levensverwachting gaat nu veel sneller dan vroeger werd gedacht. We leven langer en blijven langer gezond.  Dat is goed nieuws. Behalve voor pensioenfondsen en voor de financiële positie van de overheid. 
  • Figuur 1 laat zien dat de levensverwachting in de afgelopen jaren sterk is gestegen.  De resterende levensverwachting van iemand die 65 jaar is, is gestegen van 15 resterende levensjaren in 1957 naar bijna 20 resterende levensjaren in 2010.
  • Voor de overheid betekent dit hogere kosten aan de AOW (totaal AOW 27 miljard, stijging naar 47 miljard in 2040; ook gevolg van meer ouderen). Voor de pensioenfondsen betekent dit dat zij langer pensioenen moeten uitbetalen. 

Vergrijzing: een arbeidsmarktprobleem

Vergrijzing: een arbeidsmarktprobleem

Figuur 2, bron cbs
Figuur 3, bron cbs
  • Vergrijzing is niet alleen een financieel probleem maar ook een probleem voor de arbeidsmarkt. Tegenover het stijgend aantal ouderen (groen in figuur 2 en 3) staan minder mensen in de leeftijd van 20 tot 65 (geel in figuur 2 en 3).

  • Dit heeft als gevolg dat de verhouding tussen werknemers en gepensioneerden sterk wijzigt. Nu staan er tegenover iedere gepensioneerde nog 4 werkende mensen, straks zijn dat er nog maar 2.

  • Daardoor zullen minder mensen de sociale voorzieningen, inclusief de AOW, in stand moeten houden. Ook bij de pensioenfondsen komen minder premies binnen, waardoor het moeilijker wordt om financiële tegenvallers op te vangen.

  • Langer doorwerken helpt om sociale voorzieningen, AOW en pensioenen betaalbaar te houden.

Wat is het probleem met de pensioenen?

Wat is het probleem met de pensioenen?

Door de kredietcrisis en de stijgende levensverwachting hebben pensioenfondsen een enorme klap in hun dekkingsgraden gemaakt. Maar wie over een wat langere periode kijkt, ziet dat de dekkinggraden eigenlijk al een decennium lang aan het dalen zijn (figuur 4). 

Figuur 4: ontwikkeling dekkingsgraden; Bron: DNB

Uiteraard hebben ook pensioenfondsen te kampen met de steeds toenemende levensverwachting. Zonder aanpassing van de pensioenleeftijd, zouden pensioenen langer moeten worden uitgekeerd dan eerder werd voorzien.

Verder laat de lange rente sinds de jaren 80 een dalende trend zien (figuur 6). 

 

Figuur 6: ontwikkeling lange rente; Bron:Rapport commissie Goudswaard

Mede daarom zijn pensioenfondsen steeds meer risicodragend gaan beleggen. Sparen levert immers met een lage rente te weinig op. Daarmee zijn ze afhankelijker geworden van de financiële markten. De gemiddelde opbrengst op de financiële markten heeft de afgelopen jaren grote schommelingen laten zien (figuur 7).

Figuur 7: schommelingen op de financiële markten. Bron: ministerie SZW op basis van CBS-statistieken 

Beleggen versus sparen?

Beleggen versus sparen?


Sinds 1989 zijn de fondsen meer gaan beleggen

De rendementen worden weergegeven met de blauwe lijn in figuur 8.

Als de fondsen risicomijdend waren blijven sparen zoals ze tot 1989 deden, hadden de vermogens zich ontwikkeld zoals de blauwe lijn laat zien.

Het vermogen van de fondsen door meer risicovol beleggen is dus zo’n 20% BBP hoger dan bij risicomijdend sparen, zelfs na 2 crises.

Stabiele pensioenpremies

Stabiele pensioenpremies

Figuur 9: ontwikkeling pensioenpremie als percentage van het brutoloon. Bron: CBS

Verder verhogen van de pensioenpremies is onverstandig. Mensen die werken krijgen dan minder salaris en werkgevers zijn steeds duurder uit met het in dienst nemen van werknemers. Dat is slecht voor de concurrentiepositie van bedrijven, en daarmee voor de werkgelegenheid. Bovendien bevinden de premies zich al op een relatief hoog niveau (figuur 9).

Arbeidsparticipatie oudere werknemers

Arbeidsparticipatie oudere werknemers

Figuur 10: Netto arbeidsparticipatie naar leeftijd (2009); Bron: CBS

Pensioenakkoord voorziet in middelen die arbeidsparticipatie van ouderen bevorderen. Inzet nodig: arbeidsparticipatie van ouderen is nog relatief laag (figuur 10).

AOW als stabiele pijler onder het pensioen

AOW als stabiele pijler onder het pensioen

De AOW gaat stijgen met 0,6. Dat houdt in dat de AOW een stabieler en groter deel van het pensioen gaat vormen.

deze pagina delen