Bedrijfshulpverlening

Bedrijfshulpverlening (BHV) is de spoedeisende hulpverlening die bij ongelukken of calamiteiten binnen een bedrijf wordt verleend door speciaal daarvoor opgeleide werknemers. Bedrijfshulpverleners treden op als voorpost van brandweer, ambulance en/of politie. Bij een ongeval of brand is hun voornaamste opdracht: erger voorkomen. Iedere werkgever moet een of meerdere werknemers aanwijzen als bedrijfshulpverleners.

Wetgeving
‘Bedrijfshulpverlening’ is onderdeel van de Nederlandse Arbowet (arbo = arbeidsomstandigheden). De Arbowet is een Nederlandse wet met daarin regels om ervoor te zorgen dat werknemers een zo veilig en gezond mogelijke werkplek en werkomstandigheden hebben. In de Arbowet staan ook eisen beschreven waaraan het verlenen van professionele hulpverlening binnen een bedrijf moet voldoen.

Sinds 1994 zijn bedrijven verplicht om bedrijfshulpverleners (BHV’ers) in huis te hebben. Voor sommige bedrijven worden wel uitzonderingen gemaakt, maar nooit als er bijzondere gevaren (denk bijvoorbeeld aan gevaarlijke stoffen) aanwezig zijn. Alle bedrijfshulpverleners van een bedrijf samen vormen de BHV-organisatie.

Wie kan BHV’er zijn?
Iedere werknemer kan in principe bedrijfshulpverlener zijn. Belangrijke kenmerken van een BHV’er zijn:

  • Aanwezigheid: een bedrijfshulpverlener moet zo snel mogelijk op de plek van het ongeluk/de calamiteit kunnen zijn. Zo snel mogelijk betekent: binnen enkele minuten. Iemands werkplek en de indeling van het gebouw kunnen dus ook een rol spelen bij de keuze voor een BHV’er.
  • Functie: Sommige werknemers hebben al een taak in het geval van een ongeluk. De telefoniste bijvoorbeeld belt de brandweer of ambulance op en de portier opent toegangspoorten of slagbomen. Het kan handig zijn om zulke werknemers te betrekken bij de bedrijfshulpverlening.
  • Persoonlijkheid: hoe iemand in elkaar steekt is uiteindelijk bepalend voor de manier waarop hij/zij taken als bedrijfshulpverlener kan uitoefenen. Een BHV’er moet bijvoorbeeld stressbestendig zijn, goed kunnen improviseren en snel en adequaat kunnen handelen.

De bedrijfshulpverlener moet in een gevaarlijke situatie letsel en schade bij collega’s en gasten zoveel mogelijk voorkomen en beperken.
Dit zijn de taken van de bedrijfshulpverlener:

  1. Het verlenen van eerste hulp bij ongevallen (EHBO) en het beperken van de gevolgen van ongevallen.
  2. Het beperken en bestrijden van brand.
  3. In noodsituaties werknemers en andere personen in het gebouw alarmeren en evacueren.

De werkgever is verantwoordelijk voor de contacten met externe hulpverleningsorganisaties. De werkgever moet in noodsituaties zorgen voor hulp van buitenaf (brandweer, politie, ambulance) wanneer de bedrijfshulpverlener de brand of het ongeval niet (meer) aan kan. Daarnaast heeft de werkgever nog een aantal plichten. De werkgever moet:

  • bedrijfshulpverleners in dienst nemen. Bij een kleiner bedrijf (1 tot 25 werknemers) mag de werkgever deze taken zelf uitvoeren. Organisaties die volledig draaien op vrijwilligers hoeven geen bedrijfshulpverlening te hebben.
  • een ontruimingsplan (laten) maken. Dit ontruimingsplan moet bekend zijn bij de werknemers.
  • zorgen voor scholing. Bedrijfshulpverleners moeten regelmatig worden bijgeschoold.
  • zorgen voor voldoende materiaal.

Aantal BHV’ers
In de Arbowet staat beschreven dat het aantal BHV’ers ‘zodanig’ moet zijn dat de vervulling van de BHV-taken gewaarborgd is. Als vuistregel wordt hiervoor meestal uitgegaan van: 1 BHV’er per vijftig werknemers. Het gaat dan om vijftig aanwezige werknemers, dus mensen die op dat moment in het gebouw zijn.

Hoeveel bedrijfshulpverleners een bedrijf in dienst moet hebben, hangt ook af van de grootte van het bedrijf en de risico’s van het werk. Dit staat beschreven in de Risico Inventarisatie en Evaluatie van de werkgever. In elk bedrijf moet er wel altijd een (of meer) bedrijfshulpverlener aanwezig zijn. Daarom moet er rekening worden gehouden met vakantie, ziekte en ploegendiensten.

In bedrijven waar veel bezoekers komen, zoals winkels of horecagelegenheden, moeten meer bedrijfshulpverleners aanwezig zijn. In instellingen met bewoners die zichzelf niet (gemakkelijk) in veiligheid kunnen brengen – bijvoorbeeld kinderen, bejaarden of patiënten – moeten ook meer BHV’ers zijn.

In een klein bedrijf kan de werkgever zelf de taken van BHV’er op zich nemen. Maar er moet altijd een werknemer zijn die de werkgever kan vervangen bij afwezigheid.

Beoordeel deze pagina

  3.50 (10 stemmen)
  
tip a friend print pagina