Veranderingen Arbowet
Vanaf 1 januari 2007 geldt een vernieuwde Arbowet die de Arbeidsomstandighedenwet uit 1998 vervangt. Simpel gezegd heeft de overheid nu minder invloed op het arbobeleid van een bedrijf, en de werkgevers en werknemers meer.
Deze nieuwe Wet zorgt voor veranderingen en andere verantwoordelijkheden voor de overheid, werkgevers en werknemers. Een aantal regels op het gebied van arbeidsomstandigheden zullen (op den duur) verdwijnen. Als je meer algemene informatie wil lezen over de arbowet, klik dan hier.
Taak Overheid
De overheid heeft als taak om zo concreet mogelijke voorstellen te maken. Deze voorstellen staan in de Arbowet en bedrijven zijn verplicht om zich hieraan te houden. De voorschriften gaan over de risico’s op de werkvloer en zijn ervoor om werknemers te beschermen tegen onveilige en ongezonde werksituaties. De overheid formuleert dus de regels in de Arbowet. Daarnaast zorgt de overheid ervoor dat bedrijven zich aan de voorschriften houden. Dit doet de arbeidsinspectie.
Taak Werkgever
Het is de taak van werkgevers, en werknemers, om zich aan de Arbowet te houden. Omdat de overheid niet meer een wet maakt die voor alle bedrijven geldt, moeten werkgevers zelf een beleid opstellen. Zo is er meer maatwerk mogelijk. De werkgever stelt het arbobeleid op. Dit arbobeleid is dus eigenlijk een ‘plan van aanpak’. Werknemers moeten dit beleid goedkeuren.
Lees hier meer over de plichten van de werkgever.
Taak Werknemer/Ondernemingsraad
Werknemers bepalen samen met de werkgever het arbobeleid van hun bedrijf. In kleine bedrijven kunnen werknemers dit doen door een personeelsvergadering. In grote bedrijven overlegt de ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (Pvt) over het arbobeleid. De OR/Pvt in een bedrijf heeft instemmingsrecht en medezeggenschapsrecht. Dit betekent dat de OR of Pvt moet instemmen met het arbobeleid dat de werkgever heeft gekozen. Als de OR/Pvt niet instemt met het beleid, moet de werkgever een nieuw arbobeleid voorstellen. Net zo lang totdat de OR/Pvt het wel eens is met het arbobeleid. Dit geldt ook voor het reïntegratiebeleid van de werkgever en de keuze van de Arbo-dienst.
In de nieuwe arbowet staan minder regels over overleg en informatie. Deze regels waren vooral bedoeld voor de ondernemingsraden en personeelsvertegenwoordigingen. Nu wordt ervan uitgegaan dat de Wet op de ondernemingsraden voldoende mogelijkheden biedt. De werkgever is in de nieuwe situatie wel verplicht om overleg te voeren met de OR en Pvt over het arbobeleid en de uitvoering van het beleid.
De OR/Pvt moet dus alert zijn op zijn rechten en bevoegdheden. Het is daarom verstandig om een aantal concrete afspraken met de werkgever te maken over bijvoorbeeld de toegang tot een arbodienst, de voortgang van het plan van aanpak, de bedrijfshulpverlening, het aanwijzen van een preventiemedewerker, en de informatie bij arbeidsongevallen. Ook moet de OR/Pvt erop letten dat de werkgever adviezen van de arbodienst doorgeeft. De
Lees hier meer over de plichten van de werknemer.
Veranderingen
De overgang van de oude Arbowet uit 1998 naar de nieuwe Arbowet in 2007 gaat niet in één klap. Werkgevers (en werknemers en vakbonden) krijgen ongeveer drie jaar de tijd om te wennen aan de veranderingen. Na drie jaar verdwijnen de zogeheten praktijkregels die in de oude Arbowet staan. Vanaf dat moment bestaat de wet dus echt alleen nog uit hoofdlijnen voor arbeidsomstandigheden. Bedrijven bepalen dan volledig hun arbobeleid.
Concrete veranderingen:
1. De arbeidsinspectie controleert of bedrijven zich aan het arbobeleid houden. Wanneer bedrijven dat niet doen, kunnen zij een boete krijgen. Deze boetes zijn met de nieuwe wet verdubbelt.
2. Er zijn nieuwe onderwerpen in de wet opgenomen. Deze gaan over de zogenoemde psycho-sociale belasting. Denk hierbij aan bijvoorbeeld: werkdruk, pesten op het werk, seksuele intimidatie en geweld. Bedrijven moeten ervoor zorgen dat deze risico’s worden voorkomen. Deze onderwerpen moeten bedrijven opnemen in de risico-inventarisatie en risico-evaluatie (RIE) en in het plan van aanpak over arbeidsomstandigheden.
3. De werkgever moet de risico’s van het werk in kaart brengen, verbeteringen voorstellen en kijken of de verbeteringen nut hebben. Dit heet de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RIE). In bedrijven met minder dan 25 werknemers hoeft de RIE niet meer worden getoetst door een arbodienst. Maar dit geldt alleen als de RIE is vastgelegd in de cao. En voordat de RIE wordt vastgelegd in de cao moet deze wel eerst worden getoetst door een arbodienst.
4. De werkgever is niet meer verplicht om een arbeidsomstandighedenspreekuur aan te bieden. Wel moet er in de RIE staan hoe werknemers zelf contact kunnen zoeken met een arbodienst.
5. Het aantal verplichte bedrijfshulpverleners dat een bedrijf moet hebben bestaat niet meer. In de RIE kan een bedrijf zelf opnemen hoeveel bedrijfshulpverleners er nodig zijn voor het bedrijf.
6. In bedrijven met maximaal 25 werknemers mag de werkgever zelf optreden als preventiemedewerker (dat was 15 werknemers).
7. In de nieuwe arbowet staan minder regels over overleg en informatie. Deze regels waren vooral bedoeld voor de ondernemingsraden (OR) en personeelsvertegenwoordigingen (Pvt). Nu wordt ervan uitgegaan dat de Wet op de ondernemingsraden voldoende mogelijkheden biedt. De OR en Pvt zijn niet meer verplicht om elk jaar een rapport te schrijven over het plan van aanpak van de arbeidsomstandigheden. De werkgever is in de nieuwe situatie wel verplicht om overleg te voeren met de OR en Pvt over het arbobeleid en de uitvoering van het beleid.
8. Ernstige arbeidsongevallen die de dood, ziekenhuisopname (tot een dag na het ongeval) of blijvend letsel tot gevolg hebben moet de werkgever direct melden bij de arbeidsinspectie. Alle ongevallen op het werk die leiden tot meer dan drie dagen ziekteverzuim moet de werkgever registreren. De werkgever is niet langer verplicht om deze informatie te melden bij de OR en Pvt. De OR en Pvt hebben wel het recht om deze informatie in te zien, en dus moet de informatie beschikbaar zijn.
Lees hier meer algemene informatie over de Arbowet.
Heb je vragen of wil je meer informatie? Neem dan contact op met CNV Info.




