Wij maken op deze website gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies. Wanneer u verder op "Ik ga akkoord" klikt geeft u toestemming voor het gebruik van cookies.

In memoriam: Jan Lanser (1926 - 2019)

15-05-2019

Word lid!

Meld je aan bij het CNV en profiteer van alle voordelen.

Aanmelden

Jan Lanser: een christelijk-sociale vakbondsman

Het is de vraag of het CNV nog zou bestaan zonder het werk van Jan Lanser, die op zondag 12 mei 2019 en negen dagen na zijn vrouw Adri overleed. Lanser geeft leiding aan het CNV in woelige jaren, waarin de Nederlandse vakbeweging zoekt naar nieuwe vormen van samenwerking. Zijn opstelling in het jarenlange debat over vakbondsvernieuwing is strak en helder: samenwerken is prima, het CNV laten opgaan in een groter geheel met verlies van de christelijk-sociale identiteit is dat niet.

Jan Lanser wordt op 16 mei 1926 in het orthodoxe Sliedrecht geboren. Na de lagere school leert hij het vak van machinebankwerker op de ambachtsschool. Vlak voor zijn 23everjaardag in 1946 laat hij zijn vak achter zich en treedt hij als administratief medewerker in dienst van de Christelijke Metaalbewerkersbond (CMB). Daar begint hij aan zijn lange mars door de rangen om het in de loop van de jaren zestig te brengen tot voorzitter van de bond.
Als Cor van Mastrigt in 1964 zijn voorzitterschap noodgedwongen neerlegt, wordt de naam van Lanser genoemd als zijn opvolger. Toch wordt hij door de mannenbroeders als te jong en te onervaren gezien, maar duidelijk is dat Lanser een vooraanstaande rol zal spelen binnen de christelijke vakbeweging. In 1967 wordt hij boventallig lid van het CNV Verbondsbestuur waarbij het voor de hand ligt dat hij voorzitter Van Eibergen zal opvolgen. Maar als Jan van Eibergen te kennen geeft rond het 60-jarig bestaansfeest in de zomer van 1969 te willen terugtreden, gooien een paar bonden toch nog roet in het eten door hun voorkeur uit te spreken voor de latere minister van Sociale Zaken, Jaap Boersma. De Algemene Vergadering van het CNV trekt zich weinig aan van deze voorkeur en kiest Lanser als opvolger van Van Eibergen.
 
Een boventallige benoeming in het Verbondsbestuur wil zeker niet zeggen dat er voor Lanser geen werk is, integendeel. De ‘sixties’ van de 20eeeuw zijn jaren van grote en snelle veranderingen. De oorlogsschade is meer dan hersteld, de welvaart neemt hand over hand toe. Er is reden voor bezinning als antwoord op de vraag naar het bestaansrecht. Voor het eerst schrijft het CNV een eigen visieprogramma en Lanser geeft leiding aan dat proces. Een proces dat zich voltrekt in een tijd dat de vakbonden in Nederland overleggen over hun gezamenlijke toekomst. De opvattingen verschillen nogal, maar ondanks dat bestaat er draagvlak voor nauwe banden tussen de drie vakbondsstromingen, het socialistische NVV, het katholieke NKV en het protestantse CNV. Sinds 1958 werken de drie vakcentrales samen in het Overlegorgaan en de vraag is of deze min of meer vrijblijvende samenwerkingsvorm niet moet worden versterkt. Lanser en de zijnen menen dat het CNV de samenwerking kan intensiveren vanuit eigen, christelijk-sociaal perspectief. Een groot onderzoek onder de eigen leden maakt duidelijk dat die leden willen samenwerken, maar de vraag is tot op welke hoogte. Het nieuwe visieprogramma, dat in de zomer van 1969 verschijnt, geeft geen antwoord op die vraag, maar maakt wel duidelijk dat het christelijk-sociaal denken een eigen zienswijze heeft op de opbouw van de samenleving en de plaats van werknemers daarbinnen. Lanser beklemtoont keer op keer de bereidheid tot federatieve samenwerking, maar hij wil geen fusie. In een fusie kan het christelijk-sociale geluid van het CNV immers verloren gaan en dat is voor hem onoverkomelijk. Uiteindelijk lopen de gesprekken dan ook vast en op 10 januari 1974 komt een einde aan de pogingen tot intensievere samenwerking. Twee jaar later zullen NVV en NKV besluiten tot een fusie, het CNV moet onder leiding van Jan Lanser zelfstandig zijn weg vinden.
Opvallend is dat die eigen weg van het CNV onder Lansers voorzitterschap, het CNV weer maakt tot wat het ooit was: een interconfessionele organisatie. Een aantal rooms-katholieke bonden in de overheidssfeer besluiten in het midden van de jaren zeventig tot aansluiting bij het CNV. In betrekkelijk korte tijd groeit het ledenaantal dan ook aanzienlijk doordat katholieke militairen, politiemensen, ambtenaren en onderwijzers zich bij het Verbond aansluiten.

Lanser zet in Menswaardig bestaan, motief en doel van sociale actie uiteen hoe mensen in zijn visie de inhoud van hun christelijk geloof kunnen vorm geven in onderneming en maatschappij. Daarmee schetst de voorzitter van het CNV een beeld van de noodzakelijke sociale actie om de wereld ietsjes beter te maken én inspireert hij het CNV om zelfstandig voort te bestaan.
 
Als Lanser in 1969 voorzitter van het CNV wordt dreigt oververhitting in sommigen delen van de Nederlandse economie, maar een paar jaar later – in 1973 – tekent zich de omslag af. De werkloosheid stijgt sterk en Lanser spreekt op een grote, demonstratieve bijeenkomst in de Utrechtse Veemarkthallen tienduizenden demonstraten toe, terwijl het halve kabinet-Den Uyl op de voorste rij zit. Niet alleen de positie van het CNV in tijdens zijn voorzitterschap in het geding, hij wordt geconfronteerd met een herhaling van het schrikbeeld uit de jaren dertig, massawerkloosheid.
Op 5 december 1977 kondigt Jan Lanser zijn vertrek rond april 1978 aan. ‘In een toelichting op de overwegingen, die tot dit besluit hebben geleid, wijst hij op de zware eisen, die aan de uitoefening van de functie van verbondsvoorzitter worden gesteld. Na een periode van 28 jaar binnen de beweging functies (...) te hebben vervuld, acht hij thans het moment gekomen om enige afstand te nemen’, zo meldt het verslag van de Verbondsraadvergadering van die dag. Zijn vertrek krijgt een rauw randje door een hoog oplopend conflict met de Industriebond FNV, die Lanser als oorzaak ziet van het niet slagen van de fusie. Lanser is adviseur van een paar grote ondernemingen en dat past niet in de ogen van de Industriebond FNV, die hem dan ook frontaal aanvallen. De Verbondsraad schaart zich unaniem achter hun voorzitter. Er is in de zienswijze van Lanser niets mis met het adviseren van ondernemingen, want op die manier kan hij proberen bedrijven in positieve, christelijk-sociale zin te beïnvloeden.

Lanser is bij zijn afscheid een jonge vijftiger en hij vertrekt met het voornemen veel te studeren en te schrijven. Daar komt weinig van terecht, druk als hij is met tal van maatschappelijke functies. Hij beschouwt zijn voorzitterschap van het bestuur van het Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit als zijn belangrijkste baan naast het lidmaatschap van Provinciale Staten van Utrecht. 
Een aantal van zijn voorgangers hadden hun vakbondsleven gecombineerd met politieke activiteiten, maar Lanser ambieerde die combinatie niet. De visie op de onderscheiden verantwoordelijkheden van politiek en vakbeweging werden in de loop van de jaren zestig anders ingevuld. Lanser meende dat de functie van kamerlid niet te combineren was met die van vakbondsbestuurder. ‘Je zou telkens weer in moeilijkheden komen, zo meende hij, omdat vakbeweging en politiek beleid niet met elkaar zouden kunnen overeenstemmen. Althans, die kans zit er dik in. Trouwens, ook lichamelijk is het niet te doen.’
Lanser is een van de sprekers tijdens een grote ledenbijeenkomst in 2009 ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan. Alle nog levende CNV-voorzitters voeren het woord. Met zijn kenmerkende stemgeluid laat hij de jaren zeventig herleven en maakt onverkort duidelijk dat hij nog steeds van mening is dat een zelfstandig voortbestaan van het CNV gerechtvaardigd is vanuit het christelijk-sociaal denken.
Jan Lanser was een sterke, zij het soms wat gesloten persoonlijkheid. Hij moest besluiten nemen en verdedigen die tegen de tijdgeest in leken te gaan. Hij deed dat door opnieuw en helder te verwoorden waarom het CNV een christelijk-sociale organisatie was en wilde blijven. 
 
Piet Hazenbosch
 
 
 

Geef een reactie

Column

Kabinet moet zich inzetten voor duurzame arbeidsrelaties

Het Reformatorisch Dagblad publiceerde op 1 december een gezamenlijk artikel van CNV, RMU en CGMV. De vakbonden maken...

[this div will be converted to an iframe]
×
×
×