Wij maken op deze website gebruik van cookies

Deze website maakt gebruik van cookies. Wanneer u verder op "Ik ga akkoord" klikt geeft u toestemming voor het gebruik van cookies.

Kabinet moet zich inzetten voor duurzame arbeidsrelaties

04-12-2018

Meld je aan!

Word lid van het CNV en profiteer van alle voordelen.

Aanmelden

Het Reformatorisch Dagblad publiceerde op 1 december een gezamenlijk artikel van CNV, RMU en CGMV. De vakbonden maken zich sterk voor duurzamere arbeidsrelaties. Lees hier het volledige artikel:

Kabinet moet zich inzetten voor duurzame arbeidsrelaties

De flexibilisering op onze arbeidsmarkt is doorgeschoten. Daarom moet de regering zich sterk maken voor verbondenheid tussen werkgevers en werknemers en voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioenopbouw voor zzp’ers.

Gelukkig zegt het kabinet dat het de doorgeschoten flexibilisering op onze arbeidsmarkt wil aanpakken. De vraag is echter of de recent ingediende Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) daartoe gaat leiden.

Vooral de wijziging van (opnieuw) het ontslagrecht is problematisch. In plaats van goed werkgeverschap te belonen (essentieel voor duurzame arbeidsrelaties) wordt hierdoor juist onzorgvuldig werkgeverschap beloond. En daarbij pakt het kabinet niet door met het zelfstandigenvraagstuk. Dat is niet goed voor de zzp’er zelf; hij of zij blijft onbeschermd voor bijvoorbeeld arbeidsongeschiktheid. Dat is ook niet goed voor de werknemer, met wie de zzp’er onbedoeld blijft concurreren.

”Meer tijd en ruimte voor gezin, kerk en samenleving.” Dat was de motivatie waarmee met name de christelijke vakbeweging eind 19e en begin 20e eeuw zich inzette voor kortere werkdagen. Die motivatie is nog steeds actueel als het gaat om de flexibilisering van de arbeidsmarkt. Immers, een zekere mate van bestaanszekerheid stelt mensen in staat om verantwoordelijkheid te nemen, niet alleen voor zichzelf, maar ook voor elkaar en de samenleving. Denk alleen maar aan de negatieve relatie tussen gezinsvorming en het hebben van een flexcontract, die er nu voor jongeren ligt.

Alle reden dus om in te zetten op meer duurzame arbeidsrelaties, op meer onderlinge verbondenheid op de arbeidsmarkt. We moeten de invloed die de werking van de arbeidsmarkt heeft op de samenleving en het gevoel dat mensen daaraan ontlenen niet onderschatten. Integendeel. Daarbij is het zo dat bedrijven met veel vaste medewerkers simpelweg beter presteren. De innovatie- en concurrentiekracht van deze bedrijven is immers groter.

Duurzame inzetbaarheid
Vanuit christelijk-sociaal denken is de relatie tussen werknemer en werkgever meer dan een toevallige omstandigheid. Een werkgever is meer dan alleen de persoon die je je loon betaalt en omgekeerd is de werknemer voor de werkgever meer dan alleen een productiemiddel. Een bedrijf of organisatie is een gemeenschap waarin samenwerking niet alleen een middel, maar ook een doel is.

Gemakzuchtig omgaan met ontslag past hier niet bij. Wanneer een werkgever een werknemer wil ontslaan, dan mag van die werkgever ten minste worden verwacht dat hij dat ontslag fatsoenlijk kan motiveren. Beter nog is dat werkgever en werknemer er samen proberen uit komen in het geval van een arbeidsconflict. En dat daarop vanuit een zorgvuldig gevoerd personeelsbeleid wordt ingezet, zodat een voor alle partijen vervelende gang naar de rechter helemaal niet nodig is.

Duurzame inzetbaarheid van werknemers moet dus geen sluitstuk van beleid zijn, maar een startpunt. Inzetten op duurzame inzetbaarheid zou daarmee minder vrijblijvend moeten worden. Dat voorkomt veel ellende.

Het kabinet doet met de introductie van de zogenaamde ”cumulatiegrond” in de WAB echter precies het tegenovergestelde van wat nodig is. Deze cumulatiegrond maakt het mogelijk om ontslagredenen die op zichzelf onvoldoende zijn bij elkaar te voegen tot iets wat dan wel zou volstaan. Een beetje disfunctioneren plus een beetje verwijtbaar handelen plus een beetje een verstoorde arbeidsverhouding zijn dan samen genoeg om iemand te ontslaan. En dat tegen een relatief beperkte extra vergoeding.

De cumulatiegrond gaat de standaard ontslaggrond worden. We komen hiermee in een situatie terecht waarin de ontslagbescherming van werknemers slechter is geregeld dan in de oude situatie, met de ”kantonrechtersformule”. Toen moest er immers nog fiks worden betaald aan een werknemer die ontslagen werd.

Die drempel is nu weg. Dat lokt onzorgvuldig werkgeversgedrag uit. Acht van de tien werkgevers kunnen wel zorgvuldig willen handelen, maar als twee van hen dat niet doen, wordt het voor die andere acht ook een stuk lastiger.

Zorgvuldig ontslagrecht
De tweede hoofdzorg die wij hebben, is de omgang van het kabinet met het zelfstandigenvraagstuk. Dat is cruciaal voor het in balans brengen van de arbeidsmarkt.

Er zijn allerlei kabinetsvoornemens, maar in feite gebeurt er niets. De Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) is opgeschort en er is nog steeds geen zicht op een vervangende wet. Dat betekent dat in de praktijk niet wordt gehandhaafd op schijnzelfstandigheid.   

Tegelijktijdig komt het kabinet niet met voorstellen om voor zzp’ers pensioen en arbeidsongeschiktheid goed te regelen.

Al met al betekent dit dat de liberalisering van de arbeidsmarkt doorgaat en we steeds meer op weg zijn naar een ”ieder-voor-zich-arbeidsmarkt”. Ook de Raad van State wijst in zijn advies op het ontbreken van die integrale benadering van de arbeidsmarkt, met een verschuiving van de ”flexproblematiek” tot gevolg.

Wat moet het kabinet dan wel doen? Allereerst kiezen voor beduidend méér duurzame arbeidsrelaties en verbondenheid op de arbeidsmarkt. Dat betekent een evenwichtig en zorgvuldig ontslagrecht. Dus eerst het huidige ontslagrecht grondig evalueren (zoals ook eerder is afgesproken) en dan pas eventueel aanpassingsvoorstellen doen.

Dat betekent wél regulerend optreden tegen doorgeschoten flexibilsering en werkgevers die kiezen voor het aangaan van duurzame arbeidsrelaties juist belonen. En dat vraagt ten slotte om een voortvarende aanpak van het zelfstandigenvraagstuk: wél optreden tegen schijnzelfstandigheid en solidariteit goed vormgeven, door middel van een arbeidsongeschiktheidsverzekering en pensioenopbouw voor zzp’ers. Dit alles vanuit het besef dat dit niet alleen goed is voor werknemers, maar ook voor werkgevers en de samenleving als geheel.

Arend van Wijngaarden is waarnemend voorzitter bij CNV, Jan Schreuders is coördinator arbeidsvoorwaardenbeleid bij RMU, Niels Rook is directeur van CGMV.

 

Wil je reageren, klik hier

Column

Kabinet moet zich inzetten voor duurzame arbeidsrelaties

Het Reformatorisch Dagblad publiceerde op 1 december een gezamenlijk artikel van CNV, RMU en CGMV. De vakbonden maken...

[this div will be converted to an iframe]
×
×
×