Speech CNV-voorzitter Maurice Limmen op Christelijk Sociaal Congres: "We hebben wel een keuze"

05-09-2016

Word nu lid!

Meld je aan bij CNV en profiteer van alle voordelen.

Word lid

Het is een eer om u toe te mogen spreken op dit Jubileumcongres van het Christelijk Sociaal Congres. En nog wel tijdens het inspiratiediner. Zo eenvoudig is het nog niet om te inspireren. Daarom heb ik het maar dichtbij mezelf gezocht. Want wat was nou de laatste keer dat ik geïnspireerd was? Want dat is toch als iemand iets zegt waarvan je meteen denkt: zo voel ik mij nou ook. Dat heb ik nou bij Syb Talma. Onlangs stuitte ik op de volgende quote van Talma die mijn gemoedstoestand dikwijls zeer treffend omschrijft: "Ik word de ene dag genoemd een socialist en de andere avond een slippendrager van het kapitalisme."  

Dat vind ik nou inspirerend. Waarom? Omdat dat nou precies is zoals ik mij vaak voel. Wat ook ik menigmaal meemaak. Daar zou ik u nog verhalen over kunnen vertellen. Maar het is meer dan een gevoel van herkenning. Die woorden van Talma raken ook aan wat mij drijft. Want ja, ik kom op voor de goede sociale zaak, maar inderdaad, ik probeer ook altijd rekening te houden met werkgevers. Het deed mij denken aan hoe mijn vader mij ooit de kern van katholiek-sociaal denken uitlegde: dat we altijd in wat we doen en hoe we ons opstellen rekening moeten houden met de andere delen van het lichaam. Omdat dat lichaam, de maatschappij, alleen als eenheid kan functioneren.

Maar er zijn nog meer redenen waarom ik Talma inspirerend vind en waarom ik denk dat we ook vandaag de dag van hem kunnen leren. Maar voordat ik dat ga uitleggen, misschien even een update voor iedereen voor wie de herinnering aan Talma wat roestig is. Ik heb het over de vakbondsman die meer dan honderd jaar geleden aan de wieg van het CNV stond en die als latere ARP-minister verantwoordelijk was voor voorlopers van de huidige AOW en Ziektewet. 

Dat is toch niet niks. Daar mogen we hoe dan ook op dit Jubileumcongres van het CSC wel even bij stilstaan. Dat doen we te weinig. Dat doen we vandaag dus anders. Vandaag zeggen we gewoon hardop: wat een held die Talma. Maar meer au sérieux, zal ik u proberen uit te leggen waarom ik niet alleen het leven, maar ook de woorden van deze man ook voor vandaag de dag inspirerend en belangrijk vind.  

Het ligt voor de hand om te zeggen dat veel sociale kwesties van toen nu precies zo weer terugkomen. En dat is ook zo. En ja Talma zegt daarbij ook nog eens heel zinnige dingen over bijvoorbeeld de positie van zelfstandigen op de arbeidsmarkt.

Maar wat ik een essentieel verschil vind met anderen ook uit die tijd: hij maakte vuile handen. Hij nam verantwoordelijkheid. Die houding dat is wat ik mooi vind. Dus niet roepen van de zijkant. Of een beetje om de lastige problemen heenlopen, je opwinden over de toon van een debat, maar hoe gaan we het oplossen. Verantwoordelijkheid nemen. Dat is ook nu belangrijk. Hij beperkte zich niet tot het verwoorden sentimenten, hij ontkende of veroordeelde ze ook niet, maar hij verhief ze. Hij deed iets. 

Met name de manier waarop hij spreekt over de samenleving als een huis, kan ons ook vandaag de dag verder helpen. Talma begreep goed waar het in de samenleving om draait: om ons gemeenschappelijk thuis. Een huis is een fysieke plek, maar heeft ook een diepere betekenis. Mensen hebben zowel fysieke als geestelijke noden. We moeten een plek hebben om te wonen, we moeten eten en geld verdienen, maar we verlangen ook naar erkenning en identiteit en geborgenheid. Je ergens thuis weten. En die vergelijking maakt ook nu veel zaken duidelijker.

In dat maatschappelijk huis, ons gezamenlijk thuis, rommelt het aan alle kanten, zijn bewoners onrustig. En die onrust, die zit niet alleen bij de zwakke, bij de domme, of bij de van nature haatdragende of ontevreden mensen. Het is breder. Het raakt veel meer mensen: gewone mensen zoals u en ik. Het gaat om de moeder die zich afvraagt of haar kinderen het beter zullen hebben dan zij. Het gaat om de ontslagen oudere V&D-werknemer die zich afvraagt of hij zelf nog wel mee kan in de globaliserende en robotiserende wereld. Het gaat om de uitzendkracht die al niet meer gelooft dat hij een vaste baan zal krijgen. Het gaat om de bouwvakker wiens baan wordt overgenomen door een zzp'er of een goedkoper werkende Pool. En al die bewoners hebben eigenlijk dezelfde vraag: lossen we hier in huis de problemen nog een beetje op of kunnen we er eigenlijk allemaal niks aan doen? Met andere woorden is het huis op orde?

Ik ga nu kort in op de twee zaken waardoor de inwoners van ons maatschappelijk huis van de rel zijn. Ten eerste, de ontwikkelingen op onze arbeidsmarkt. Want wat is eigenlijk arbeid? En dan zijn we weer terug bij Syb Talma. Talma beschreef arbeid als 'dienst aan de gemeenschap'. Hij heeft zich daar uitvoerig over uitgesproken en noemde de relatie tussen de werkgever en werknemer er één van 'morele' aard. Kom daar vandaag de dag nog eens om. Toen er een jaar geleden in de nieuwe ontslagwetgeving enkele mazen werden ontdekt, was de teneur in de media er één van: "Oh wat een sufferds, ze hebben toch weer een klein achterdeurtje opengelaten! En tja daar gaan natuurlijk alle werkgevers gebruik van maken. Uiteraard! Wie kan het ze kwalijk nemen?" In plaats van dat we elkaar nog eens aanspreken op elkaars morele verantwoordelijkheid.

Wat een goede samenleving vereist, is dat we die morele banden tussen werkgever en werknemer herstellen. Want waar is de morele verantwoordelijkheid van werkgevers bij de huidige volledig doorgeschoten flexibilisering van onze arbeidsmarkt? Nergens. Nee de argumentatie voor flexibilisering is altijd dat de globalisering of de digitalisering van onze economie ons daartoe dwingt: we moeten flexibiliseren zodat werkgevers kunnen concurreren in een competitieve wereldeconomie. We hebben geen keuze. Daar kunnen we niks aan doen.

Maar, dames en heren, ik zeg u, dat is lariekoek. Nederland is al decennia olympisch kampioen flexibiliseren en dat is een keuze. Een bedenkelijke keuze, want nog los van de maatschappelijke schade, zit de innovatieve kracht juist bij bedrijven en werkgevers die een duurzame, wederzijdse en bestendige relatie aangaan met hun werknemers. Bij werkgevers die vanuit overtuiging willen investeren in hun werknemers.

Nu houdt de arbeidsmarkt niet meer op bij Lopik. We hebben een Europese arbeidsmarkt. En ook daar zie je hetzelfde debat, dezelfde posities. Daarbij wijzen wij als CNV op de keerzijden van een volledig vrijgegeven arbeidsmigratie in Europa. Op Oost-Europese landen die halsstarrig vasthouden aan verkeerde EU-regels die maken dat hun werknemers tegen dumpprijzen in Nederland kunnen werken. Maar als ik praat over verdringing, uitbuiting en oneerlijke concurrentie. Wat krijg je dan terug? "We kunnen er niks aan doen. Want Oost-Europese landen vinden die verkeerde regels juist heel belangrijk. Dus er is geen draagvlak voor veranderingen. We moeten concurreren met China en Amerika: we hebben geen keuze."

Dat brengt mij op het tweede dimensie van de onrust in het huis: de culturele component van de onzekerheid en angsten in onze samenleving. Nederland is op drift. Veel mensen willen best wat doen voor vluchtelingen, maar maken zich tevens zorgen over te snelle migratie en een stagnerende integratie.

Het thema van dit jubileumcongres van het Christelijk Sociaal Congres is dan ook treffend gekozen: 'geloof, angst en liefde'. Tegelijkertijd spreek ik zelf, juist in dit kader niet over angst. Want nog los van de vraag of het terecht is, werkt het averechts. Iemand 'bang' noemen - want dat is wat je in feite doet - nodigt allesbehalve uit tot dialoog. Integendeel, de deur gaat dicht in plaats van open.

Eerst over die zorgen rondom te snelle immigratie. We moeten accepteren dat een gemeenschap fysieke grenzen nodig heeft. We kunnen niet iedereen toelaten om zich hier te vestigen. Anders komt die ervaring van geborgenheid, van je thuis weten, onder druk te staan. Het waarborgen van onze sociale samenhang en onze sociale welvaartsstaat vraagt om grenzen. Immers, wie solidair is met iedereen, is solidair met niemand. Dat willen mensen niet.

Maar de ervaring van je ergens thuis weten, die geborgenheid, heeft ook iets te maken met een gevoel voor gedeelde identiteit. Een identiteit die je deelt met andere bewoners van het maatschappelijk huis. En ook op dat vlak hebben we nog een lange weg te gaan, dat werd deze zomer wederom pijnlijk duidelijk. We hebben gezien hoe Turkse Nederlanders, mensen die hun halve of hele leven al deel uitmaken van onze samenleving, die hier wonen, die met ons een toekomst delen, worden meegesleept in een conflict in Turkije. 

We hebben te lang verkeerd onder de dictatuur van het cultuurrelativisme. En dat is verkeerd. Mensen hebben houvast nodig. We zijn niet alleen onderdeel van een economie, we wonen in een cultuur. En over wat die cultuur betekent, daar moeten we dan wel duidelijk en consequent over zijn. Dat betekent ook: duidelijker grenzen gaan stellen aan welk gedrag we toelaatbaar achten. En dat geldt overal, op school, op het sportveld en ook bijvoorbeeld in het bankwezen. Een gemeenschap zonder helder moreel kompas is niet in staat nieuwkomers te verwelkomen. Waar immers in te integreren? Want die cultuur die symboliseert wat ons bindt, wat ons gemeenschappelijk 'thuis' is. En elk thuis, elke gemeenschap, wordt gedefinieerd door morele grenzen. Het heeft geen enkele zin om op zoek te gaan naar verbinding als je zelf niet weet waar je staat. Of als je doet alsof je niet weet waar je zelf staat. 

Op ons allen, maatschappelijke organisaties, vakbonden, politieke partijen, die tegenstellingen willen overbruggen in onze maatschappij, rust de plicht om de keuzes te verkennen die ook daadwerkelijk mogelijk en nodig zijn in deze tijd. Dat moeten keuzes zijn die niet voorbijgaan aan de menselijke natuur, maar deze juist als uitgangspunt nemen. Het moet gaan om keuzes die uitgaan van een aantal wezenlijke menselijke behoeftes. De behoefte aan solidariteit en identiteit binnen een gemeenschap, maar ook de behoefte aan fysieke en morele grenzen van die gemeenschap. De behoefte aan persoonlijke verantwoordelijkheid, maar ook aan geborgenheid en bestaanszekerheid. 

Daarbij is het wezenlijk dat het keuzes zijn die voorkomen uit een trots op de cultuur die ons allen op dit Christelijk Sociaal Congres heeft voortgebracht, op de waarden van ons gemeenschappelijk ‘huis’. Het moeten de keuzes zijn van mensen die weten wie ze zijn, anders is verbinden niet mogelijk.

Maar dit alles heeft alleen zin als het gebeurt vanuit vaste overtuiging dat we niet zijn overgeleverd aan allerlei blinde krachten in een globaliserende wereld. Dat we ook echt duidelijke en betekenisvolle, ja zelfs doorslaggevende, keuzes kunnen maken. Dat het niet alleen anders moet, maar ook echt anders kan. Wij schrijven zelf onze geschiedenis. We hebben wel een keuze.

Geef een reactie

Column voorzitter

Bijzondere tijden

Een vakbondsman maakt toch wat mee tegenwoordig. Afgelopen week sprak VNO-NCW voorzitter Hans de Boer zich uit...

[this div will be converted to an iframe]
×
×
×