Interview Hains Reitsma

Naam: Hains Reitsma (49)
Functie: centrifugist zuivelfabriek
Verlies: verloor in 2013 zijn vrouw

Als Hains er plotseling alleen voor komt te staan, met twee kinderen van 1 en 4, weet hij niet hoe het verder moet. Van zijn werkgever krijgt hij in die tijd weinig hulp. Hij moet vooral zorgen dat hij snel weer aan het werk komt.

‘Mijn vrouw is in 2013 overleden. Ik bleef achter met twee jonge kinderen. Het was een ontzettend moeilijke tijd. Op zo’n moment denk je: hoe moet ik verder, hoe kom ik hier ooit weer uit? Wat het allemaal nog veel moeilijker maakte, is hoe het bedrijf er vervolgens mee omging. Ze wisten het gewoon niet, er was niets geregeld voor zo’n situatie.’

Ik voelde me schuldig, een blok aan het been voor het bedrijf
Hains Reitsma - centrifugist zuivelfabriek

Schok

‘Toen het gebeurde, was het ook voor mijn collega’s een enorme schok. Ze waren ontzettend lief voor me en kwamen ook allemaal naar de uitvaart. Dat doet je erg goed op zo’n moment. Maar dan de locatiedirecteur. Hij was eerst niet van plan om te komen en kwam uiteindelijk te laat voor het condoleren. Op de trap kreeg ik in het voorbijgaan nog een hand.’

Veel hulp

‘Die eerste periode na het overlijden zat ik thuis met bijzonder verlof. Gelukkig kreeg ik veel hulp van familie, vrienden, kennissen, mensen uit de kerk. Ik had er niet aan moeten denken dat ik ergens vier-hoog-achter had gewoond, waar je de buren niet eens kent! En zelfs met alle hulp was het moeilijk. Iedereen wil wel helpen om het schema met de kinderen rond te krijgen, maar dat is geen structurele oplossing.’

Steeds meer druk

‘Vanuit het werk voelde ik intussen steeds meer druk. De locatiedirecteur vond het na zes weken wel genoeg en vond dat ik maar weer naar het werk moest komen. Iemand op het werk waarschuwde me: let op, ze willen je eruit zetten. Ik ben toen ziek gemeld, zo was ik tenminste beschermd tegen ontslag. Gelukkig was ik toen ook lid van het CNV. Je merkt dat je op zo’n moment weinig van de overheid kunt verwachten, want er is wettelijk niets geregeld over rouwverlof. Een CNV-bestuurder heeft het voor me opgenomen en is op het hoofdkantoor gaan praten. De locatiedirecteur werd daarna gesommeerd om mij met rust te laten. En de hr-afdeling kreeg de opdracht om mee te werken. Maar daar kwam in de praktijk helaas weinig van terecht.’

Zelf uitzoeken

‘De arbo-arts heeft me in die tijd fantastisch opgevangen. Die raadde me aan om contact met de werkvloer te houden, maar gaf daarbij wel aan dat ik nog marginaal belastbaar was. Bij de directie en de hr-afdeling was daar weinig begrip voor. Voortdurend was er die druk. Ik kreeg destijds vaak te horen: volgens de wet hoeven we niets te doen, regel het thuis en kom weer aan het werk. Maar hoe dan? Niemand kon me daarbij helpen, er was geen draaiboek, geen protocol, geen ervaring met dit soort situaties. Dat heb ik zo gemist. Ik heb het allemaal zelf uit moeten zoeken. Gelukkig kreeg ik daarbij hulp van mijn familie en van mijn collega die in de medezeggenschap zit.’

Kwaad

‘In het begin ben ik daar kwaad over geweest. Er waren momenten dat ik dacht: ik ga er nooit meer heen. Tegelijk heb ik me ook schuldig gevoeld, een blok aan het been voor het bedrijf. Ik had een probleem en dat moest ik oplossen. Sommige collega’s hebben dat ook zo gezegd, dat is best pijnlijk. Gelukkig zijn er ook veel collega’s geweest waar ik echt wat aan had en die me zijn blijven steunen. Dat was super.’

Voorzichtig opbouwen

‘Na ongeveer een half jaar ben ik heel voorzichtig weer begonnen met opbouwen. Dat ging met vallen en opstaan. In het begin reed ik met kromme tenen van de spanning naar het werk, dat weet ik nog heel goed. Soms merkte ik op het werk dat het nog te veel was. Dan had ik slapeloze nachten, was ik moe en geïrriteerd. Wat me enorm heeft geholpen, is dat ik werd omringd door geweldige collega’s. In de controlekamer was een heel warme sfeer. In de periode dat ik aan het opbouwen was, kwam er een nieuwe locatiemanager. Hij heeft me de ruimte gegeven en de deur stond altijd open voor een goed gesprek. Het heeft me uiteindelijk twee jaar gekost, maar ik ben nu weer helemaal terug. Gelukkig, want ik vind dit werk geweldig.’

Rug recht

‘Het doet me goed dat ik ondanks alle druk mijn rug recht heb ik kunnen houden. Wrok naar het bedrijf heb ik nu niet meer. Wel een verdrietig gevoel, dat er op zo’n manier met mensen wordt omgegaan. Het zou goed zijn als je in zo’n situatie steun krijgt van je werkgever, dat er een protocol of een draaiboek is. Dat er mensen zijn die je begrijpen en die je op het werk kunnen helpen. Ik vind het fantastisch dat het CNV hiermee aan de slag gaat.’

Dankbaar

‘Rouw beweegt zich in de vorm van een ellips, in het begin gaat het heel sterk heen en weer. Maar naarmate de tijd verstrijkt kom je steeds meer naar de buitenkant van deze cirkel. Je leert het te bewerken. Dat is anders dan ‘verwerken’, die term wordt vaak gebruikt door mensen die zoiets zelf niet hebben meegemaakt.’

‘Het is inmiddels bijna zeven jaar geleden, de kinderen zijn gezond. Het gaat goed met ze. Ik heb met mijn vriendin weer een gezin en we zijn gezegend met een dochter. Dan ben je wel heel dankbaar voor Gods onmisbare zegen!’