Extern advies en rechten OR

Bekend vraagstuk in het agendaoverleg tussen bestuurder en OR is de vraag of de OR iets mag vinden van het inschakelen van een externe deskundige door de werkgever. En als dat zo is, wat zijn dan de rechten van de OR? Om maar met dat laatste te beginnen: De rechten van de OR hangen af van het onderwerp waarover extern advies of ondersteuning wordt gevraagd.

De OR mag/moet daarbij een inbreng hebben als het gaat om een onderwerp dat in een later stadium voor advies of instemming aan de OR zal worden voorgelegd. Als het dus gaat om een onderwerp wat niet advies- of instemmingsplichtig is, dan heeft de OR ook geen rechten bij het inschakelen van externe deskundigen.

Daarnaast verschillen de rechten van de OR, afhankelijk van de vraag of het om een advies- dan wel instemmingsonderwerp gaat. En gek genoeg heeft de OR meer rechten als het gaat om een onderwerp wat in een later stadium ter advies moet worden voorgelegd. Gaat het om een onderwerp waarbij de werkgever op grond van artikel 27 van de WOR uiteindelijk de instemming van de OR nodig heeft, dan moet de werkgever dat zo snel mogelijk nadat is besloten een externe deskundige in te schakelen aan de OR melden. Dat staat in artikel 31c van de WOR. Alleen het melden van het voornemen volstaat voor de werkgever om aan de WOR-verplichtingen te voldoen.

Gaat het om een onderwerp waarover op grond van artikel 25 van de WOR uiteindelijk advies aan de OR gevraagd moet worden, dan heeft de OR meer rechten. In artikel 25 lid 1 onder n WOR staat dat de bestuurder advies moet vragen aan de OR als hij een adviesopdracht aan een deskundige buiten de onderneming wil geven. De OR moet zowel advies geven over de keuze van de deskundige, als over het formuleren van de opdracht.