OR moet instemmen met (potentiële) controlemaatregelen

Uit een onderzoek van het CNV (Digitale monitoring en privacy) blijkt dat veel werkgevers steeds vaker controleren of medewerkers die thuiswerken ook wel echt aan het werk zijn. Het is dan ook goed om te weten dat het kunnen controleren aan strenge regels is onderworpen.

De maatregelen die de werkgever zou willen nemen moeten bovendien de instemming hebben van de OR. Daarbij gaat het niet alleen om maatregelen die duidelijk bedoeld zijn als controlemaatregel, maar ook om maatregelen die eventueel gebruikt zouden kunnen worden als controlemaatregel (ook als dat niet de bedoeling is). Alle controlemaatregelen moeten bovendien de toets van de strenge AVG-wet kunnen doorstaan. Controle raakt namelijk snel de privacy van de werknemer en dat is een grens die niet overschreden mag worden. Daarbij is zelfs vastgelegd dat de controle van bijvoorbeeld de laptop ‘van de zaak’ niet mag, ook niet als de werknemer daar toestemming voor heeft gegeven. Dat laatste heeft te maken met de afhankelijkheidsrelatie die tussen werkgever en werknemer nu eenmaal bestaat. Tot slot moet de OR ook letten op de emotionele effecten van controle: waar er sprake zou moeten zijn van een vertrouwensrelatie worden controlemaatregelen vaak ervaren als wantrouwen van de werkgever in de oprechtheid van de werknemer. Het instemmingsrecht van de OR is geregeld in artikel 27.1l van de WOR.