Nieuwe CNV-voorzitter Hans Van den Heuvel start in turbulente tijd

Sinds 1 april is Hans Van den Heuvel (1989) de nieuwe voorzitter van CNV. Hij treedt aan in een tijd waarin het kabinet plannen presenteert die werkenden hard raken. Wie is deze man die na zijn aantreden gelijk aan de bak moest op radio en tv? ‘Ik ben een strijder. Maar strijden kan ook in een constructief overleg.’

Waarom heb je gekozen voor CNV?

‘Ik kom uit een typisch middenklassengezin. Mijn vader werkte zijn hele leven bij PostNL en mijn moeder in deeltijd bij een administratiekantoor. Hardwerkende mensen. Dat is bij uitstek de groep waar CNV zich voor inzet. Arbeidsvoorwaarden zijn daarbij van belang, maar ook ruimte voor andere belangrijke zaken zoals een goede werk-privé balans en bijvoorbeeld mantelzorg. Ik werk graag voor verenigingen, en een vakbond is in die zin een heel bijzondere vereniging. Mensen komen samen rondom werk en inkomen, wat heel bepalend is voor iemands leven. CNV heeft op dat vlak een belangrijke rol als constructieve partner in de polder.’

Heb je eerder gewerkt met vrijwilligers en kaderleden?

‘Jazeker, werken voor verenigingen loopt als een rode draad door mijn hele loopbaan heen. Bij organisaties als CDJA, Vastgoed Nederland en LTO werkte ik veel samen met actieve leden, vrijwilligers en besturen. Bij LTO heb ik veel leden gesproken: op boerenerven en in zaaltjes door het hele land heen. Het is mijn voornemen om dit bij CNV ook te doen. Ik zie vrijwilligers en kaderleden als onmisbaar voor CNV. Zij weten wat er speelt op de werkvloer en vormen de verbinding tussen leden en bestuur. CNV is voor mij meer dan een belangenorganisatie; het is een vereniging van betrokken mensen. Ik vind het belangrijk om juist voor hen zichtbaar en benaderbaar te zijn. Daarom ga ik graag het land in om leden, vrijwilligers en kaderleden persoonlijk te ontmoeten en te horen wat er speelt.’

Zie je jezelf als een verbinder of een strijder?

‘Een strijder. Maar dat betekent niet dat je niet kunt verbinden. Strijd betekent opkomen voor belangen, dat is mijn werk. Dat kan ook in overleg. Overleg is niet hetzelfde als instemming. Ik geloof in onderhandelen en de kracht van de polder, maar ook in duidelijke grenzen stellen. Soms moet je eerst actievoeren. En soms leidt onderhandelen niet tot een akkoord, simpelweg omdat het voorstel niet goed genoeg is.’

Je bent 30 jaar jonger dan je voorganger Piet Fortuin. Wat betekent dat voor de leden?

‘Ik kom op voor alle generaties werkenden, oud en jong. Dus het werk van Piet zet ik voort. Maar als je 37 bent, kijk je op punten anders naar de wereld dan iemand van 67. Mijn generatie zit meer dan ooit klem tussen werk, privé en andere taken. Ook treffen de maatregelen van het kabinet juist de generaties twintigers en dertigers hard. We bouwen nauwelijks meer WW op en moeten tot ons zeventigste doorwerken. Dus dat perspectief klinkt zeker door in mijn werk.’

Hoe begon je loopbaan?

‘Na mijn studie verhuisde ik naar Den Haag en werd ik actief bij het CDJA. Dat was een ontzettend vormende tijd. Daarna kwam ik terecht bij VBO. Ik begon in de belangenbehartiging en hield me bezig met media en politiek. Al snel werd ik manager communicatie en beleid. Ik was toen 27 en gaf toen voor het eerst leiding. Ik heb de neiging om dingen voor de volle 200 procent te doen. Als ik ergens voor ga, dan ga ik er voluit voor.’

Je werd al jong directeur bij LTO. Hoe was dat?

‘Toen ik 29 was, werd ik directeur bij LTO. Ik heb het de afgelopen 7 jaar met enorm veel plezier gedaan. De agrarische sector is sterk waarden- en familiegedreven, vaak van generatie op generatie. Ik ging veel het land in, naar ledenavonden. Daar hoor je wat er echt speelt. Waar ik beducht voor was, is om in een Haagse silo terecht te komen. Ik voel me het meest thuis op de werkvloer, het is mijn voornemen om bij CNV ook zoveel mogelijk mensen te spreken.’

Hoe kijk je naar werk-privébalans?

‘De overheid stimuleert mensen om steeds meer uren te maken en wil dit ook bevorderen met belastingprikkels en subsidies. Maar verwacht tegelijk dat ze ook zorgtaken oppakken, luizenmoeder zijn, vrijwilligerswerk doen, er zijn voor hun gezin. Erg tegenstrijdig. De echte uitdaging om gezin, werk en andere maatschappelijke taken te combineren ligt bij beroepen waar je minder flexibiliteit hebt, zoals in de zorg of het onderwijs. Daar moet je dingen gewoon goed regelen in cao’s, omdat mensen niet zelf kunnen schuiven met hun tijd.’

Welke thema’s wil je oppakken?

‘Artificial intelligence (AI) gaat enorme impact hebben op werk. Deels positief, maar er zitten ook serieuze risico’s aan. Daar moeten we juist ook als vakbond over nadenken. Tegelijk wil ik meer aandacht voor praktisch geschoolden, die van ongelofelijk groot belang zijn voor ons land. In beleid en politiek wordt vaak te theoretisch gedacht, terwijl het in de praktijk juist gaat om concrete zaken: reiskosten, werktijden, hoe werk en privé te combineren zijn. Daar zit ook een deel van de maatschappelijke onvrede. Het lijken misschien kleine onderwerpen voor sommige politici, maar ze zijn voor mensen ontzettend belangrijk.’

Wat wil je kaderleden en vrijwilligers meegeven in deze bijzondere tijd?

‘Blijf betrokken en strijdbaar, maar zoek ook de verbinding. CNV bestaat bij de gratie van leden. Juist in deze tijd moet CNV dichtbij werkende mensen blijven staan en opkomen voor hun belangen.’