In Nederland groeien ongeveer 115.000 minderjarigen op in armoede, waardoor zij vaker vastlopen in hun onderwijsloopbaan. Volgens de raad ervaren deze leerlingen zowel zichtbare als minder zichtbare belemmeringen: hoge kosten voor leermiddelen, laptops, vervoer en excursies, maar ook stress, schaamte en een grotere kans op studievertraging of schooluitval. Daarnaast kampen scholen met veel kwetsbare leerlingen vaak met hogere werkdruk en een tekort aan bevoegde leraren. Dit versterkt de ongelijke onderwijskansen, terwijl jongeren een startkwalificatie nodig hebben om goed voorbereid de arbeidsmarkt te betreden. De raad benadrukt dat een succesvolle aanpak samenwerking vereist tussen het Rijk, onderwijsinstellingen en gemeenten.
Drie belangrijkste aanbevelingen van de raad:
- Kosteloos onderwijs tot de startkwalificatie
Onderwijs moet structureel vrij zijn van financiële barrières, zodat deelname niet afhankelijk is van regelingen of uitzonderingen. - Versterking van de onderwijskwaliteit
Scholen met veel leerlingen in armoede hebben meer ondersteuning en bevoegde leraren nodig om gelijke onderwijskansen te bieden. - Betere afstemming van armoedebeleid door gemeenten
Gemeenten moeten hun armoedebeleid beter verbinden met scholen en structurele ondersteuning bieden aan gezinnen.
Nederland staat hierin niet alleen. Ook internationaal groeit de aandacht voor kosteloos en inclusief onderwijs als basis voor gelijke kansen. Ierland vormt een sterk voorbeeld: daar is kosteloos onderwijs een belangrijke pijler van de nationale lees- en rekenstrategie. Naast het schrappen van kosten is daar ook ingezet op:
- verlengde en vernieuwde lerarenopleidingen, gericht op didactische expertise en gelijke kansen;
- intensieve ouderbetrokkenheid, zodat school en thuis dezelfde doelen ondersteunen;
- aangepaste werkomstandigheden voor leraren, met meer tijd voor voorbereiding, mentoring en professionele ontwikkeling.
Deze brede aanpak leidde tot betere leerresultaten én een hoger maatschappelijk aanzien van het beroep van leraar.
Het advies van de Onderwijsraad sluit hierbij aan: structurele ongelijkheid vraagt niet om losse maatregelen, maar om een breed gedragen strategie. Door onderwijs écht kosteloos te maken, te investeren in leraren en gezinnen beter te ondersteunen, kan Nederland — net als Ierland — een onderwijsstelsel creëren waarin alle jongeren volwaardig kunnen deelnemen en gelijke kansen krijgen op een goede toekomst.