Organisator Verus verzamelde Marjolein Moorman (GroenLinks-PvdA), Don Ceder (ChristenUnie), Joost Röselaers (predikant), Gert-Jan Segers (oud-fractieleider ChristenUnie), Daniëlle Woestenberg (CNV) en Frank de Wit (VOS/ABB) rond de microfoon van haar voorzitter en gespreksleider Mark Buck voor deze aflevering van de Pdcst drieëntwintig, waarin artikel 23 van de Grondwet, de vrijheidvanonderwijs, centraal staat.
Pedagogisch perspectief: wat kinderen écht nodig hebben
‘Vrijheid is geen vrijblijvendheid, maar wel essentieel om het verschil te kunnen maken.’ Met die uitspraak plaatste Daniëlle Woestenberg, bestuurslid onderwijs CNV, meteen een verdedigingswal rond artikel 23. Natuurlijk, vrijheid is geen vrijblijvendheid’, beseft zij ook. ‘De onderwijskwaliteit loopt terug. De uitdagingen van deze tijd doen een beroep op de veerkracht van de samenleving. Hoe leiden we met elkaar mensen op? De school als experimenteer- en speelruimte. Daarvoor zijn tijd en het goede gesprek nodig en verantwoordelijk omgaan met de wettelijke kaders.
Essentieel
Ontbubbeling hoort daar wat haar betreft zeker niet bij. ‘Het is het idee dat als je de vrijheid los laat het wel goed komt met de segregatie (sociale scheiding). Maar segregatie wordt niet veroorzaakt door artikel 23. Het is wel bepalend hoe kinderen op school komen.’ Ze wijst erop dat bij de ledenraadpleging over Vrijheid van onderwijs en floreren ’73% van de respondenten vrijheid van onderwijs essentieel noemt voor de ontwikkeling van leerlingen, 77% acht professionele ruimte daartoe fundamenteel en volgens 82% krijgen niet alle leerlingen gelijke kansen om zich optimaal te ontwikkelen.
Starre regelgeving
Het echte probleem komt volgens haar en de onderwijsleden van CNV door de omstandigheden: werkdruk, verantwoordingsdruk en het gebrek aan vertrouwen, waardoor men niet toekomt aan het echt laten groeien van de leerling. ‘Om zich te ontwikkelen moet de leraar het verschil maken. Leerlingen komen verschillend binnen, maar de professional ziet wat er individueel en als groep nodig is.’ Door starre regelgeving uit Den Haag kan dat niet,. ‘terwijl zowel het bijzonder als gewoon onderwijs zegt: laat mij dat doen wat de kinderen doet groeien.’ Haar boodschap is duidelijk: geef leraren de ruimte die nodig is voor menswording, maatwerk en betekenisvol onderwijs.’
Actuele politiek: voorbij de incidenten
Marjolein Moorman fileert de onderwijsbegroting, die nog door het kabinet Schoof in elkaar is geknutseld. ‘Kansengelijkheid wordt nul keer genoemd.’ Ze benadrukt dat onderwijs veel meer is dan een economische motor. ‘Het is de plek waar een samenleving gebouwd wordt. Artikel 23 veroorzaakt het lerarentekort niet en is niet de moeder van de problemen in het onderwijs. Bijzonder onderwijs bepaalt niet of je jezelf kunt ontwikkelen. Wat wel bepalend is of je arm of rijk bent en dus de manier waarop je het onderwijs in komt.’
Doorschietende wetgeving
Moorman onderstreept het belang van voorschoolse- en kinderopvang voor iedereen. Ook voor niet werkenden.
Don Ceder waarschuwt voor doorschietende wetgeving rond de Wet informeel onderwijs. ‘Voorkom dat we richting staatspolitie bewegen.’ Hij pleit voor proportioneel toezicht en het willen zien van de maatschappelijke factoren (sociaal en economisch) die kinderen belemmeren. Ook wees hij op het belang van ouderbetrokkenheid en legde een accent bij de noodzaak van betrokken vaderschap.
Polarisatie in de maatschappij: hoe ontbubbelen we?
Voormalig ChristenUnieleider Gert-Jan Segers legt scherp neer waar artikel 23 om draait: ‘Keuzevrijheid, mensvisie en een bescheiden overheid.’ Zijn oproep is helder: ‘Uit je bubbel stappen en elkaar weer leren kennen. Vanuit het besef dat het een groter geheel is’
Predikant Joost Röselaers vraagt ruimte voor verschil en minderheden en prikt door de incidentgedreven reflex heen: ‘Zonder gedeelde visie blijft elk debat over onderwijs hangen in losse incidenten.’
Samen reflecteren ze op een samenleving die steeds sneller in kampen uiteenvalt en op scholen als plekken waar verdraagzaamheid en de democratische rechtstaat dagelijks geoefend wordt. Naast burgerschap benoemen zij het belang van levensbeschouwing en gewetensvorming.