In het essay bespreken de auteurs drie casussen aan de hand van drie lagen van (on)gehoorzaamheid: waarden, normen en verplichtingen en praktische wijsheid. Wat ik er mooi aan vind, is dat in de drie voorbeelden niet zwart-wit wordt geoordeeld over goed en fout, maar dat de auteurs analyseren hoe zaken gelopen zijn. Met een goede dialoog zou de uitkomst in alle drie de zaken wellicht anders geweest zijn.
Bij waarden komt vooral naar voren wat meer waard is dan het ander. Dat doet me denken aan de discussie die in de Tweede Kamer ontstond over artikel 1 en artikel 23 van de Grondwet. Zijn deze artikelen gelijkwaardig, of is er een bovenliggend artikel? De dialoog hierover voert men al decennialang en mijns inziens kunnen deze artikelen naast elkaar bestaan. En wanneer ze schuren, is het goed om het gesprek daarover te voeren.
De laag normen verwijst naar grenzen. Wanneer overtreed je de wet? En wat als dat schuurt met je eigen normen en waarden? In coronatijd heb ik in een webinar verteld hoe wij als inspectie omgaan met een onbevoegde leraar voor de klas. Volgens de wet mag het niet, maar we hebben te maken met tekorten van tienduizend voltijdbanen in het primair onderwijs.