Tranen

Het is meer dan een jaar geleden en nog steeds weet ik alles van die dag. Het begint als een gewone vroege morgen op de snelweg op weg naar school. Mijn telefoon gaat. Het is een medewerker die mij belt. Hij heeft gehoord over een zelfdoding in een gezin waarvan er leerlingen op onze school zitten. Ik beloof het uit te zoeken zodra ik op school ben. Ik hoop en bid dat het niet waar is.

Eenmaal op mijn werkplek zoek ik de zorgcoördinator op. Binnen no time weten we dat het wél waar is. Dat het gaat om een leerling van onze school. Hij is zestien jaar en zit in het examenjaar. We hebben geen tijd om lang na te denken. De teamleider komt binnen. We bespreken kort wie wat gaat doen: het team inlichten en de leerlingen van zijn klas. Eigenlijk heb ik een vergadering met het directieteam. “Je moet daar zijn, Janine”, zegt een collega-directeur van een andere vestiging. Daar, bij het team, in de gang van de klas. 

Als vanzelf vormen we een crisisteam: de zorgcoördinator, de teamleider en ikzelf. We bespreken wat we te doen hebben. Hoe de dag eruit gaat zien en de rest van de week. Er lopen steeds mensen binnen, met vragen, suggesties of zorgen. Er zijn tranen om te drogen en protocollen om te volgen. Ik herinner me een workshop crisismanagement lang geleden. We proberen het goede te doen en kiezen ons pad. In de beroepsstandaard voor schoolleiders in het onderwijs staat hier niks over, maar ik weet dat het juist op dit moment over vakmanschap gaat.

"Een dag waarop alles stil lijkt te staan"

Janine van Drieënhuizen

Het team vangt de leerlingen op en zorgt voor een luisterend oor. De mentorklas richt zelf de uitgekozen herdenkingsplek in. Er wordt een foto gekozen, een kaars aangestoken en een klein kruis neergelegd. Er is een schrift om in te schrijven. De jongerenwerkers zijn aanwezig voor iedere leerling die langskomt op deze dag. Een dag waarop alles stil lijkt te staan. Bijzonder om te zien hoe iedereen er is en verantwoordelijkheid neemt. 

Met elkaar nemen we de rest van de week door. Aan het einde van de dag spreken we erover met het team. Er is ruimte voor vragen en verdriet.

Als ik thuiskom, is het huis donker. Mijn man is hardlopen met zijn hardloopmaatjes. Ik kijk in de koelkast en kies voor de boerenkool. Snel klaar, voedzaam. Als mijn man de keuken binnenstapt, zeg ik nog voordat hij ‘hallo’ heeft kunnen zeggen: “Ik had niet zo’n goede dag vandaag.” Hij kijkt me aan en ik weet dat hij ziet dat het niet zomaar ‘niet zo’n goede dag’ was. Zijn wenkbrauwen gaan omhoog. “Een leerling, een van óns, is uit het leven gestapt.” En dan zijn er als vanzelf mijn eigen tranen.