Eenmaal op mijn werkplek zoek ik de zorgcoördinator op. Binnen no time weten we dat het wél waar is. Dat het gaat om een leerling van onze school. Hij is zestien jaar en zit in het examenjaar. We hebben geen tijd om lang na te denken. De teamleider komt binnen. We bespreken kort wie wat gaat doen: het team inlichten en de leerlingen van zijn klas. Eigenlijk heb ik een vergadering met het directieteam. “Je moet daar zijn, Janine”, zegt een collega-directeur van een andere vestiging. Daar, bij het team, in de gang van de klas.
Als vanzelf vormen we een crisisteam: de zorgcoördinator, de teamleider en ikzelf. We bespreken wat we te doen hebben. Hoe de dag eruit gaat zien en de rest van de week. Er lopen steeds mensen binnen, met vragen, suggesties of zorgen. Er zijn tranen om te drogen en protocollen om te volgen. Ik herinner me een workshop crisismanagement lang geleden. We proberen het goede te doen en kiezen ons pad. In de beroepsstandaard voor schoolleiders in het onderwijs staat hier niks over, maar ik weet dat het juist op dit moment over vakmanschap gaat.