Werken vanuit goede bedoelingen

Als ik bij mij de wijk uitrijd, kom ik bij een gelijkwaardige kruising waar regelmatig van vier kanten auto’s komen. Er zijn verkeersregels die ons moeten helpen wanneer we het niet meer weten. In dit geval, als iedereen rechtdoor wil, hangt het af van vriendelijkheid of brutaliteit wie er als eerste door mag. Ik moest denken aan mijn autorijles. De instructrice drukte op mijn hart, je mag nooit voorrang nemen, je moet het altijd krijgen. Onlangs liep ik langs die kruising en bleek er een aanrijding te zijn geweest. In de discussie tussen de bestuurders kwamen de verkeersregels ter sprake, want wie was er nu aansprakelijk voor de geleden schade?

In mijn werk als inspecteur pak ik de regels er ook pas bij wanneer ik denk dat er iets mis is. Ik ga er altijd vanuit dat bestuurders, schoolleiders en leraren hun werk met de beste bedoelingen doen. Maar soms ontdekken we dat, ondanks het harde werken en de goede bedoelingen, het resultaat niet is wat wij van het onderwijs verwachten. Dan gaat het er vooral om of leerlingen goed les krijgen, voldoende leren en zich veilig voelen. Van de leraren wil ik weten of ze zicht op de ontwikkeling van de leerlingen hebben om die leerlingen effectief te kunnen bedienen. Bij de leiding wil ik vooral weten of er bewuste keuzes worden gemaakt en in hoeverre die geanalyseerd en geëvalueerd om zo nodig bij te sturen.

Door goede vragen te stellen kom ik erachter wat de bedoeling van de school is. Die vragen zijn voor de school vaak een vorm van feedback, waarmee zowel de school als ik mijn toezichtsrol als stimulerend ervaren. Met een goede vraag kom je verder dan een volmaakt antwoord! Mijn controlerende rol komt naar boven als ik merk dat er dingen echt niet goed gaan. In dat geval moet ik in de wet kijken wat we in Nederland hebben afgesproken, zodat ik kan aangeven wat beter moet.

Met een goede vraag kom je verder dan een volmaakt antwoord!

Inspecteur M@rk

Wat er in de wet staat, is meestal algemeen geformuleerd, zodat de invulling ervan op diverse plekken heel verschillend is. Wanneer de school dan kan uitleggen hoe ze de bedoeling van de wet hebben toegepast, ben ik vaak tevreden. Maar heel af en toe kom ik situaties tegen die uit onwil of andere inzichten voortkomen, of omdat de school niet in staat is te verbeteren doordat eerst scholing nodig is. In dat geval moet ik als inspecteur harder optreden.

Zo was ik enkele jaren geleden op een school die heel veel ruimte in haar regels hanteerde. De enige regel die daar voor de leerlingen gold, was: ‘De leraar is op een vaste plek, dus als er iets is ga je daar naartoe.’ Wij zagen daar enorme risico’s in de veiligheid voor de leerlingen, mede omdat de school vaak gebruik maakte van onderwijs buiten het schoolgebouw en de leraar vanaf zijn plek geen zicht had op de leerlingen. Het gesprek was destijds niet voldoende, vanwege een verschil in visie. We hebben met respect voor de school hard moeten optreden en dat heeft geleid tot de door ons gewenste aanpassingen, waardoor de veiligheidsrisico’s voor de leerlingen beperkt werden.

Gelukkig kunnen we met ons toezicht de scholen stimuleren te verbeteren, wanneer het moet, maar ook wanneer het kan. Onze missie ‘effectief toezicht voor beter onderwijs’ bereiken we meestal door het goede gesprek en door de ruimte in de wet te vertalen naar de bedoeling ervan.