In mijn werk als inspecteur pak ik de regels er ook pas bij wanneer ik denk dat er iets mis is. Ik ga er altijd vanuit dat bestuurders, schoolleiders en leraren hun werk met de beste bedoelingen doen. Maar soms ontdekken we dat, ondanks het harde werken en de goede bedoelingen, het resultaat niet is wat wij van het onderwijs verwachten. Dan gaat het er vooral om of leerlingen goed les krijgen, voldoende leren en zich veilig voelen. Van de leraren wil ik weten of ze zicht op de ontwikkeling van de leerlingen hebben om die leerlingen effectief te kunnen bedienen. Bij de leiding wil ik vooral weten of er bewuste keuzes worden gemaakt en in hoeverre die geanalyseerd en geëvalueerd om zo nodig bij te sturen.
Door goede vragen te stellen kom ik erachter wat de bedoeling van de school is. Die vragen zijn voor de school vaak een vorm van feedback, waarmee zowel de school als ik mijn toezichtsrol als stimulerend ervaren. Met een goede vraag kom je verder dan een volmaakt antwoord! Mijn controlerende rol komt naar boven als ik merk dat er dingen echt niet goed gaan. In dat geval moet ik in de wet kijken wat we in Nederland hebben afgesproken, zodat ik kan aangeven wat beter moet.