Geschiedenis

De christelijke vakbeweging in Nederland

Word nu lid!

Meld je aan bij CNV en profiteer van alle voordelen.

Word lid

Het CNV is een van de grootste werknemersorganisaties in Nederland en vertegenwoordigt meer dan 335.000 leden. Het CNV bestaat inmiddels meer dan 100 jaar. De geschiedenis van het CNV, begint in de 19e eeuw.

  • Hendrik Diemer

Oprichting CNV

De eerste tien jaren van het CNV worden gekenmerkt door centralisatie van diverse regionale en lokale, christelijke vakbonden. In 1907 neemt de Twentse Christelijke textielarbeidersbond Unitas het initiatief tot de oprichting van een vakcentrale. Op 13 mei 1909 komen een aantal mannen – wij weten niet precies wie het zijn - in een Arnhems geheelonthouderscafé bijeen en richten het Christelijk Nationaal Vakverbond in Nederland op. Hendrik Diemer wordt gekozen tot voorzitter. Centraal in de goedgekeurde statuten staat het uitgangspunt: ‘Het Christelijk Nationaal Vakverbond aanvaardt als grondslag de Christelijke beginselen en verwerpt mitsdien de klassenstrijd’. Daarmee kiest het CNV positie in het maatschappelijk debat over de oplossing van de sociale problemen: niet de klassenstrijd maar overleg.

 

 

Na de Eerste Wereldoorlog

  • Draagt elkanders lasten

Als gevolg van de Eerste Wereldoorlog krijgt de nog jonge Nederlandse vakbeweging een maatschappelijke positie onder andere als gevolg van overheidssteun aan de werkloosheidsfondsen van de vakbeweging. De vakbeweging krijgt een plaats in de Hoge Raad van Arbeid, die als een begin van de Nederlandse overlegeconomie kan worden beschouwd. In die jaren ook ontwikkelt het CNV een politieke strategie vanuit het besef dat veel van wat gewenst wordt alleen via politieke besluitvorming tot stand kan komen. De kern van de strategie is dat vakbondsmannen lid moeten worden van het Nederlandse parlement doordat vakbondsleden op vakbondskandidaten op lijsten van politieke partijen stemmen.

Als het CNV in 1919 tien jaar bestaat wordt een tuberculosefonds “Draagt Elkanders Lasten” opgericht in de strijd tegen volksziekte no. 1.</p>

Zelfvoorzienende organisatie

  • CNV Vakantieoord ansichtkaart

In de jaren ‘20 ontwikkelt het CNV zich, met nadruk op het streven naar een zelfvoorzienende organisatie. De aankoop van een eigen drukkerij en een eigen vakantieoord zijn daarvan voorbeelden. De beleidsmatige oriëntatie wordt met name door secretaris Herman Amelink uitgebouwd door zijn pleidooi voor publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie. Hij meent dat de medezeggenschap van werknemers niet beperkt moet blijven tot hun arbeidsvoorwaarden, maar dat zij ook invloed moeten krijgen op de sociaal-economische gang van zaken in de sector waarin zij werkzaam zijn. Amelink ontleent veel van zijn ideeën aan buitenlandse en rooms-katholieke denkers, maar geeft een eigen accent door te pleiten voor een ontwikkeling aan de basis van de samenleving. 

Crisis jaren 30

In de jaren ‘30 wordt de christelijke vakbeweging geconfronteerd met de ernstige gevolgen van de internationale economische crisis. Het CNV stelt zich zo goed en zo kwaad als dat gaat teweer tegen inkomensverslechteringen en bepleit – naast andere - een betere maatschappelijke ordening, onder andere door het algemeen verbindend verklaren van collectieve arbeidsovereenkomsten. 

Het CNV zet zich in voor de strijd tegen de werkloosheid en vraagt daarbij met name aandacht voor de gevolgen voor de jeugd en beklemtoont daarbij de ethische aspecten. Al in een vroeg stadium verzet het CNV zich tegen de opkomst van het nationaal-socialisme; het lidmaatschap van het CNV en van de NSB worden als onverenigbaar beschouwd.

CNV in de 2e wereldoorlog

  • Brief gelijkschakeling

Op 10 mei 1940 valt het Duitse leger Nederland binnen.

Op 25 juli 1941 werd - in deze brief van Seys Inquart  (de nazi rijkscommisaris van Nederland)- meegedeeld dat er een NSB'er aan het hoofd van het CNV zou komen te staan. Bestuurders van het CNV, konden dit niet accepteren en stelden hun functie beschikbaar. De leden werd schriftelijk meegedeeld dat de christelijke vakbeweging was opgeheven. (lees de column van voorzitter Maurice Limmen over deze periode)

Daardoor valt het dagelijks werk stil, maar al lopende ontwikkelingen gaan ondergronds verder. Er worden afspraken tot vergaande samenwerking gemaakt met de twee andere vakcentrales, het sociaal-democratische NVV en de rooms-katholieke KAB. 

Na de wereldoorlog

Op 25 juli 1945 wordt het CNV opnieuw opgericht. Het oorspronkelijk aantal leden wordt weer snel bereikt. Het CNV is via de Stichting van de Arbeid nauw betrokken bij het herstelbeleid en accepteert een geleide loonpolitiek. Het CNV is nauw betrokken bij de discussies over de vormgeving van de sociale zekerheid, waarbij het Verbond zich op het standpunt stelt dat niet de overheid, maar sociale partners verantwoordelijkheid dragen voor de werknemersverzekeringen. Daarbij bepleit het CNV een verzekeringsstelsel voor werknemers. Uitgangspunt is dat werknemers voldoende moeten verdienen om zich te kunnen verzekeren tegen bepaalde risico’s, zoals werkloosheid en de oudedag. Vanuit dat perspectief is het CNV niet gelukkig met de Noodwet-Drees, die teveel het karakter van een staatspensioen heeft.

In het midden van de jaren ’50 is de Nederlandse economie hersteld van de oorlogsschade en gaan werknemers delen in de welvaartsgroei. In 1954 wordt voor het eerst een loonsverhoging toegekend die de inflatie te boven gaat.

Het gouden feest van het CNV (1959)

Het gouden feest van het CNV  (1959)

Jaren '60

In de jaren ‘60 lijken de economische bomen tot in de hemel te groeien: de lonen blijven fors stijgen mede als gevolg van een krappe arbeidsmarkt en de vrije zaterdag wordt ingevoerd. De eerste buitenlandse werknemers betreden met de hartelijke instemming van de vakbeweging de Nederlandse arbeidsmarkt. 

Binnen het CNV begint als gevolg van de arbeidsmarktkrapte een discussie over de positie van de werkende gehuwde vrouw. In de loop der jaren leidt hun deelname in betaalde beroepsarbeid tot een ingrijpende cultuurverandering. Ook kiest  het CNV voor de ondernemingsraad als medezeggenschapsvorm van werknemers in ondernemingen.

Jaren '70

De oliecrisis in 1973 is het begin van een langdurige economische crisis, die gepaard gaat met sterk groeiende werkloosheid. Het CNV wil die werkloosheid eerst vooral met Keynesiaanse middelen bestrijden, maar ontwikkelt in de loop van de jaren, net als de andere vakcentrales, ideeën over arbeidstijdverkorting, zoals een 36-urige werkweek en een vervroegde uittredingsregeling. Het CNV verzet zich tegen de afbraak van de sociale zekerheid, waardoor de economisch gedupeerden ook nog eens gestraft worden in hun inkomen. 

De zoektocht naar vormen van samenwerking tussen de drie Nederlandse vakcentrales loopt begin 1974 vast: het CNV wil zijn eigen christelijk-sociale karakter behouden en wil niet verder gaan dan een federatie, terwijl NVV en NKV streven naar een fusie. Het CNV wordt versterkt door de toetreding van een aantal rooms-katholieke vakbonden.

Akkoord van Wassenaar

  • Akkoord van Wassenaar

In het begin van de jaren ’80 verdiept de economische crisis zich en dat vertaalt zich  onder andere in een debat over de betaalbaarheid van de sociale zekerheid. Het CNV verzet zich tegen het verslechteren van de polisvoorwaarden en bepleit daarom opnieuw dat sociale partners verantwoordelijk worden voor de werknemersverzekeringen. Het verzet heeft niet veel effect en met uitzondering van de Ziektewet vindt het pleidooi voor de overdracht aan sociale partners weinig weerklank.

Een CNV-gedachte – de uitruil van de automatische prijscompensatie tegen arbeidsduurverkorting – is de basis van het door VNO-voorzitter Van Veen en FNV-voorzitter Kok overeengekomen Akkoord van Wassenaar. Dit bijna mythische akkoord voorkomt niet dat de arbeidsverhoudingen gespannen blijven. Een groot conflict tussen de ambtenarenbonden en de overheid, leidt in 1983 tot hoog oplopende spanningen binnen het CNV.

Jaren '90

In jaren ’90 veranderen de bestuurlijke posities van de Nederlandse vakbeweging. Vanaf 1994 treden zogenoemde paarse kabinetten op die er sterk op zijn gericht het primaat van de politiek te vestigen op het terrein van de werknemersverzekeringen en het arbeidsmarktbeleid. In een periode van tien jaar verliest de vakbeweging zijn bestuurlijke posities op het gebied van de sociale zekerheid, zij het dat de positie in de SER en de Stichting van de Arbeid onverkort worden gehandhaafd. Niet alleen de organisatiestructuur van de sociale zekerheid en het arbeidsmarktbeleid veranderen, ook het beleid doet dat. Steeds meer wordt het accent gelegd op activering van werkzoekenden. Het accent ligt niet langer op het verstrekken van een uitkering, maar op het zo spoedig mogelijk aan werk helpen van mensen. 

CNV in de 21ste eeuw

  • Nederland verdient beter

De nieuwe eeuw begint met een groot optimisme over de toekomst van de economie, maar als de conjunctuur omslaat begint een periode die gekenmerkt wordt door maatschappelijke onrust mede onder invloed van internationale terroristische aanslagen en binnenlandse politieke moorden. De grote omvang van het aantal arbeidsongeschikten brengt het CNV er in 2000 toe om een eigen visie op de toekomst van de WAO te presenteren – een voorstel dat brede navolging vindt. 

De vakbeweging raakt verwikkeld in een massaal conflict met het kabinet over de gevolgen van de vergrijzing en de arbeidsongeschiktheid. Na de grootste vakbondsdemonstratie ooit, wordt eind 2004 alsnog in de beste poldertradities een overeenkomst gesloten. 

 

Vakbonden op het museumplein

Vakbonden op het museumplein

Meer over geschiedenis CNV

De complete geschiedenis van het CNV is uitvoerig beschreven door Piet Hazenbosch in  ‘Voor het Volk om Christus’ wil’ – een geschiedenis van het CNV. Dit boek verscheen 13 mei 2009 bij Uitgeverij Verloren en is verkrijgbaar voor de prijs van € 69,-.

Vereniging vakbondshistorie

[this div will be converted to an iframe]
×
×
×