Q&A uitwerking pensioenakkoord update

29-06-2020

Word lid!

Meld je aan bij het CNV en profiteer van alle voordelen.

Aanmelden

Op vrijdag 12 juni lag er de uitwerking van het pensioenakkoord. Hoe zit dit precies? 
Dan moeten we even terug naar exact een jaar geleden. In juni 2019 kwam er een pensioenakkoord, na ruim tien jaar onderhandelen en soms massief actievoeren door vakbondsleden. In dat pensioenakkoord moesten echter nog heel veel zaken worden geregeld en uitgewerkt. Vrijdagavond 12 juni 2020 is de uitwerking van het pensioenakkoord, na een intensief onderhandeltraject, afgerond. 

Waarom kwam er in 2019 een pensioenakkoord? 
Het huidige pensioenstelsel blijkt al jaren niet meer goed te kunnen voldoen aan de verwachtingen. Geen indexatie, dreiging van kortingen. Ook moest worden voorkomen dat jonge werkenden steeds meer premie zouden moeten betalen. Dat veertigers en vijftigers hun opgebouwde pensioenrechten zien verdampen en dat sommige mensen geen pensioen opbouwen. Verder was het slecht uitlegbaar dat de beleggingsresultaten vaak goed waren, maar dat er geen verhoging kon worden gegeven. Daarom in het nieuwe contract een meer realistische ambitie.  

Waarom duurde de uitwerking van dit nieuwe akkoord een jaar? 
Het gaat om complexe materie en om veel geld. Het vergt een zorgvuldige afweging van alle belangen waar ook het CNV het beste resultaat voor de leden uit wilde halen.  

Wordt de uitwerking van het akkoord ook aan de leden voorgelegd? 
Vanaf 12 juni raadplegen de vakbeweging en de werkgeversorganisaties hun verenigingsorganen over dit akkoord. 

De ledenvertegenwoordiging van het CNV is op 15 juni akkoord gegaan met de uitwerking van het akkoord.  Bij CNV Connectief bestond de ledenvertegenwoordiging uit de sectorbesturen van CNV Onderwijs, CNV Overheid en Publieke Diensten en CNV Zorg en Welzijn, aangevuld met een afvaardiging van onze senioren. Daarnaast heeft een groot aantal kaderleden van het CNV de afgelopen maanden actief meegedacht en ons als bestuur geadviseerd bij de uitwerking van het pensioenakkoord dat vorig jaar door 79% van onze leden goedgekeurd. 

Wat is de reactie CNV op uitstel van de stemming bij het FNV over het akkoord?
Het CNV heeft kennisgenomen van het FNV-besluit om de stemming over de pensioenakkoord-uitwerking uit te stellen. Op 3 juli vindt er alsnog stemming plaats. Het CNV hoopt uiteraard op een goede uitslag bij de FNV. De kleine centrale VCP heeft aangegeven niet meer voor maar zeker ook niet tegen te zijn. 

De hoogste ledenvertegenwoordiging van de CNV-bonden hebben vorige week vrijdag en afgelopen maandag ingestemd met de uitwerking van het pensioenakkoord. 

Zowel het CNV-bestuur als de ledenvertegenwoordiging staan achter de uitwerking van dit akkoord. 

Wat is het politiek vervolg? 
Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legt  – als sociale partners akkoord zijn - de uitkomst van alle besprekingen en beslissingen voor aan de Tweede Kamer. Als ook die akkoord is dan moet in de komende twee jaar de nieuwe Pensioenwet zijn geschreven. 

Merk ik nu al iets van de afspraken?
Ja. Voor aankomend jaar is de dreiging van lagere pensioenuitkering (korten) vanwege de coronacrisis daarmee grotendeels van de baan. Pensioenen worden in 2021 niet gekort als het pensioenfonds in december 2020 de dekkingsgraad boven de 90 procent heeft. Wel is er sprake van korting bij een dekkingsgraad onder de 90 procent en de korting is dan tot 90 procent. 

Wat vindt CNV van dit uitwerkingsakkoord?
Het CNV is tevreden en vindt dat die eerlijke modernisering van het pensioenstelsel is gelukt met de huidige uitwerking van het akkoord. Het blijft mogelijk om te kiezen voor een nieuwe solidaire premieregeling, waarin collectief risico’s worden gedeeld, pech en geluk generaties voorkomen kunnen worden, verplichtstelling mogelijk blijft, pensioenen eerder en meer omhoog kunnen gaan, pensioenen uitlegbaar zijn en beter passen bij de veranderingen op de arbeidsmarkt. Op een aantal punten is er ook nog huiswerk te doen. Als het gaat om keuzes maken over de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel en adequate compensatie. Ook de aankomende jaren zal nog hard gewerkt moeten worden om naar het nieuwe pensioenstelsel te komen.  

Speelt de Corona crisis een rol bij de uitwerking van het pensioenakkoord?
Nee. Het pensioenakkoord en de uitwerking gaan over een hervorming van het pensioensysteem. Niet over een reactie op de Corona crisis. Pensioenfondsen ondervinden als beleggers wel hinder van de crisis. Hoe groot die schade uitpakt moet blijken als de jaarcijfers worden opgemaakt. Ook bij de onderhandelingen over de AOW leeftijd heeft Corona geen invloed gehad.

Hoe ziet het uitwerkingsakkoord er verder uit? 
In de uitwerking van het pensioenakkoord is onverkort de doelstelling gebleven dat werkenden in 42 jaar tijd een pensioen (AOW+ bedrijfspensioen) moeten kunnen opbouwen dat neerkomt op 80% van het gemiddeld genoten loon tijdens die 42 jaar.   

Pensioendeelnemers krijgen zelf elk jaar een overzicht van de opbouw van hun pensioen. In het pensioenstelsel komen 2 varianten van de premieregelingen: het nieuwe (solidaire) contract en een verbeterde premieregeling met optionele elementen. Sociale partners gaan kiezen welke van de twee varianten voor het bedrijf/de bedrijfstak gaat gelden. 

Hoe ziet het nieuwe solidaire contract er volgens het uitwerkingsakkoord uit?
Het nieuwe solidaire contract verdeelt meevallers en tegenvallers in beleggingsresultaat evenwichtig over de leeftijdsgroepen. Zogenoemde pech- en gelukgeneraties worden zo veel mogelijk voorkomen. Het effect is dat gepensioneerden vaker dan nu een verhoging van hun pensioenuitkering krijgen. Maar, het tegenovergestelde is ook waar: als het tegen zit daalt het pensioen. Per saldo verwacht het CNV op basis van landelijke berekeningen, dat er in de normale economische situaties de pensioenpot van werkenden en gepensioneerden meer en eerder omhoog gaat, dan omlaag. Een belangrijk voordeel van het nieuwe solidaire contract is dat het pensioenvermogen in de opbouwfase en uitkeringsfase bij elkaar blijft. Pensioenfondsen hebben hierdoor betere mogelijkheden om als beleggers voor de lange termijn betere rendementen te halen voor hun deelnemers.  

Wat is het grootste voordeel van het nieuwe stelsel?
In de nieuwe situatie blijven de pensioenuitkeringen stabiel. Dat komt door drie afspraken: 

1.    Naarmate mensen ouder zijn, wegen mee- en tegenvallers minder zwaar mee. Pensioengerechtigden merken hier dus veel minder van dan jongeren. Jonge deelnemers kunnen beter gebruikmaken van een langere beleggingshorizon en daarmee ook beter in staat om schokken op te vangen.

2.    Mee- en tegenvallers kunnen in de tijd worden gespreid. Financieel slechte jaren worden hierdoor gecompenseerd door goede jaren.

3.    Een pensioenfonds houdt - naast het geld voor de pensioenen - een collectieve solidariteitsreserve aan. In slechte jaren kunnen tegenvallers hiermee worden gedempt.

Omdat de nieuwe solidaire pensioenregeling niet meer met ‘pensioenaanspraken’ werkt hoeven pensioenfondsen ook niet meer met dekkingsgraden rekening te houden. Dat is niet meer nodig.

Pensioenfondsen blijven de pensioenregelingen collectief uitvoeren en beleggen. De verplichtstelling blijft behouden. Zij houden daarmee de mogelijkheid om efficiënt goede rendementen te halen, binnen acceptabele risico’s. Behoud van de verplichtstelling vond het CNV een belangrijke voorwaarde om akkoord te gaan met de uitwerking.

Hoe ziet de verbeterde premieregeling er volgens het uitwerkingsakkoord uit?
Vakbonden en werkgevers kunnen ook kiezen voor een verbeterde premieregeling (WVP+) als pensioenvoorziening. In tegenstelling tot het solidaire contract kent deze regeling een fundamenteel onderscheid tussen de periode voor pensionering en vanaf pensionering. Voor pensionering gaat het om individuele potjes. Bij pensionering wordt een pensioenuitkering ingekocht bij een pensioenverzekeraar of in een collectieve beleggingsportefeuille. Wel kunnen sociale partners - als zij dat willen -collectief meer risico’s delen dan nu het geval is, bijvoorbeeld via de optionele solidariteitsreserve. 

Hoe gaat de overgang van het oude naar het nieuwe stelsel?
Uiterlijk in 2026 moeten alle pensioenuitvoerders hun pensioenregeling hebben aangepast naar één van de nieuwe contracten. Een of twee jaar eerder mag ook mits aan de randvoorwaarden wordt voldaan. 

De afspraak geldt dat eventuele nadelen voor het te verwachten pensioen, ontstaan door deze nieuwe set ‘spelregels’ inclusief de invoering van een gelijke premie voor alle leeftijden, worden gecompenseerd. Dit was ook een belangrijke voorwaarde in het welslagen van de onderhandelingen. Vakbonden, werkgevers en pensioenfondsen moeten dit per sector of onderneming beoordelen en waar nodig aanvullende afspraken maken.  

Waarom is compensatie bij de overgang van het oude naar het nieuwe pensioensysteem nodig en hoe werkt het?
Stel een twintiger en vijftiger verdienen beiden 30.000,- . Over dit bedrag bouwen beiden hetzelfde pensioen op tegen dezelfde premie. Met de premie van de twintiger kan echter meer pensioen worden gespaard dan met de premie van de vijftiger. Dit komt doordat je met die premie langer kunt beleggen en rente trekken. De jongere zit nog ver van zijn pensioen, de oudere veel dichterbij. Omdat ze toch beiden hetzelfde pensioen sparen vindt er feitelijk een subsidie plaats van jong naar oud. De jongere bouwt voor de ingelegde premie te weinig pensioen op, de oudere teveel. Voorheen was dat geen probleem. De jongere werd ook ouder en dan betaalden de jongeren weer voor hem. Omdat tegenwoordig mensen sneller van werkgever en pensioenfonds veranderen is die continuïteit verbroken. Bovendien is er meer behoefte aan helderheid over wat je als werknemer aan premie inlegt en wat je daarvoor terugkrijgt. In het nieuwe pensioensysteem blijft de hoogte van de premie voor iedereen gelijk maar zal de jongere daarvoor meer pensioen opbouwen dan de oudere. 

De oudere van nu zal dus nadeel ondervinden van de overstap naar een nieuw pensioensysteem. Hij heeft als jongere de ouderen van toen gesubsidieerd, maar nu hij zelf ouder is stopt dit systeem. Daarom is afgesproken dat er compensatie moet plaatsvinden voor de schade van naar de toekomst toe op te bouwen pensioen.

Hoe veel compensatie en voor wie precies is niet landelijk te regelen voor de duizenden onderling verschillende pensioenregelingen. Afgesproken is dat dit per regeling wordt bepaald bij de invoering van de nieuwe pensioenregeling. Elke deelnemer krijgt daarbij inzicht in wat hij/zij onder het oude systeem aan pensioen zou opbouwen en wat onder het nieuwe systeem, hoe eventuele verschillen worden gecompenseerd, en hoe die compensatie wordt gefinancierd.

Wie gaat er over het pensioen? Waar hebben werknemers invloed?
De AOW is een volksverzekering. Daarover gaat de politiek. Maar bonden kunnen wel invloed uitoefenen zoals gebleken is bij het pensioenakkoord (minder snel laten stijgen van de AOW leeftijd).  

Het werknemerspensioen via de pensioenfondsen is een arbeidsvoorwaarde. Die is dus niet verplicht. Maar wij maken daar wel overal waar we actief zijn zo veel als mogelijk is (cao) afspraken over. Ook over de afspraken om de uitwerking van het pensioenakkoord concreet te maken. Als lid van de bond heb je dus grote invloed op dit aanvullende werknemerspensioen. 

Onze invloed rijkt verder dan het maken van pensioenafspraken in cao’s. Want in de pensioenfondsen zijn vaak ook leden namens de vakbonden in het bestuur benoemd. En de pensioenfondsen kennen bovendien een vorm van medezeggenschap. Deze medezeggenschapsorganen zijn betrokken bij besluiten van het pensioenfonds en kunnen ook ongevraagd onderwerpen aan de kaak stellen. 

Als er pensioenafspraken komen heeft de overheid via de pensioenwetgeving daar overigens ook veel over te zeggen. Het doel hiervan is de pensioenen te waarborgen, bijvoorbeeld door regels over de inrichting van pensioenfondsen en toezicht op de financiële organisatie van de pensioenregelingen. 

Hoe krijg je duidelijkheid over wat de overgang voor jou betekent? 
Als deelnemer in een pensioenregeling krijg je het persoonlijk effect te zien: de hoogte van het pensioen vóór de overstap en erna wordt in een overzicht duidelijk gemaakt. De werkgever of het pensioenfonds laat daarbij zien welke maatregelen er zijn/worden genomen om voldoende te compenseren. Het uitwerkingsakkoord regelt dat iedereen die bij pensioenfondsen zit goed en evenwichtig wordt gecompenseerd. Zowel nu als in de toekomst moeten er geen pech- en geluk generaties zijn. 

Waarom gaat je inleg in je oude pensioenregeling over naar jouw nieuwe pensioenregeling?Omdat het overdragen van reeds gespaard pensioengeld in de nieuwe pensioenregeling erg helpt om dat nieuwe stelsel goed te laten functioneren, efficiënter is in de uitvoering en betere resultaten geeft voor de gehele pot worden nieuwe pensioenopbouw en de bestaande rechten zoveel mogelijk in één fonds bij elkaar gehouden. 

Voor dit zogenoemde ‘invaren’ van oude rechten zijn regels om te zorgen dat dit evenwichtig wordt gedaan.  

 Ik ben 28 jaar. Ontvang ik straks net zoveel pensioen als mijn ouders? 
Het eerlijke antwoord: dat was niet, is niet en zal ook straks niet te voorspellen zijn. Er zijn drie elementen te benoemen.

·      Ten eerste, het CNV verwacht dat met de huidige maatregelen de AOW betaalbaar kan blijven. De AOW wordt gefinancierd door de AOW-premie. Deze premie wordt betaald door de huidige werkenden voor de huidige gepensioneerden (omslagstelsel). Dat zal in de toekomst ook zo zijn.

·      Ten tweede, het CNV verwacht dat na de komende ingrijpende verbouwing het collectieve pensioenstelsel goed zal blijven kunnen functioneren. Dit stelsel is gebaseerd op kapitaaldekking. De uiteindelijke pensioenuitkering wordt bepaald door de ingelegde premies en de te behalen beleggingsrendementen. 

·      Ten derde, je kan zelf sparen voor je pensioen. 

De combinatie van deze 3 elementen biedt jouw zicht op een goed pensioen. In Nederland is bijvoorbeeld de armoede onder ouderen veel geringer dan in andere landen.  

Sluit het ‘verwacht rendement’ - systeem van de nieuwe pensioenregeling beter aan bij de werkelijke rendementen van de pensioenfondsen dan het huidige rekenrente-systeem? 
Ja, het ‘verwacht rendement’-systeem (projectierendement) houdt rekening met de te behalen beleggingsrendementen. Het projectierendement leidt tot een bepaald verwacht pensioen, met een indicatie voor gunstige en minder gunstige scenario’s. De huidige risicovrije rekenrente (RTS) houdt geen rekening met toekomstige rendementen.  Wel is het belangrijk, dat het verwacht rendement waarmee gerekend wordt, niet te hoog wordt vastgesteld. Want uiteindelijk is de hoogte van het pensioen afhankelijk van de hoogte van de ingelegde premie en het rendement, dat daadwerkelijk behaald wordt.  

Er wordt nu vanaf uit gegaan, dat de hoogte van de jaarlijkse pensioenpremie bij invoering van het nieuwe pensioenstelsel maximaal 33% mag zijn (fiscale ruimte). En dat daarboven nog ruimte is voor eventuele extra premie voor compensatie. Met deze premie moet het mogelijk zijn om na 42 jaar werken een pensioen te hebben van 80% van het loon.  

Gaan we naar een casino-pensioen?
Met deze term wordt gesuggereerd dat je net als in een casino maar moet afwachten of je pensioen krijgt. En of je niet te maken krijgt met enorme schommelingen in je pensioen. Zo is het gelukkig niet. De hele overgang is er natuurlijk op gericht om het pensioen juist beter te maken. De ambitie blijft om 80% van je gemiddelde loon aan pensioen te sparen in 42 jaren. Het nieuwe pensioensysteem, de premies en de beleggingen zijn daar op ingericht. Je krijgt een beter inzicht in de premies die je inlegt en het pensioen dat je daarvoor mag verwachten. En vervolgens is de ambitie gericht op een stabiele pensioenuitkering als je eenmaal met pensioen bent. Grote schommelingen kunnen worden verzacht door mee en tegenvallers te spreiden in de tijd. En door een reserve op te bouwen. Ook is mogelijk de risico’s van beleggingen te spreiden waardoor gepensioneerden minder te maken krijgen met uitschieters in de beleggingsopbrengsten.  

In het huidige stelsel wordt gewerkt met een toezegging en daarmee komen de strenge financiële eisen die ervoor zorgen dat pensioenfondsen al jaren niet meer kunnen indexeren en de pensioenen mogelijk moeten korten. In het nieuwe systeem zijn er minder hoge reserves nodig. Het huidige systeem lijkt zekerheid te geven maar levert dat niet. Het nieuwe systeem lijkt minder zekerheid te geven maar kan het juist wel meer bieden dan het huidige systeem. Nu hebben we al jaren geen stabiel pensioen meer. In het nieuwe systeem zou dat beter moeten gaan.  

Is er in het nieuwe pensioensysteem ook een buffer? 
Een onderdeel van het nieuwe pensioensysteem is een solidariteitsreserve. Dit is een vermogen dat aangesproken kan worden in slechte tijden. Bonden en werkgevers bepalen hoe groot de reserve het best kan zijn. De omvang hoeft niet langer berekend te worden volgens de eisen van De Nederlandse Bank.

Geldt het nieuwe pensioensysteem ook voor gepensioneerden?
Ja, het is de bedoeling dat het nieuwe pensioensysteem gaat gelden voor pensioen dat je nog gaat opbouwen, pensioen dat al opgebouwd is en pensioen dat in de fase van de tot uitbetaling is gekomen.  

Welke voordeel mogen ouderen van de nieuwe pensioenregeling verwachten? 
Het nieuwe pensioenregeling biedt ook voordelen voor ouderen. Uit CPB-berekeningen blijkt dat pensioenen met het nieuwe pensioencontract naar verwachting sneller en meer kunnen worden verhoogd dan onder het huidige pensioencontract (FTK). Dat geldt ook voor de ouderen. Het CPB heeft ook gekeken naar de mate waarin pensioenen van jaar op jaar meebewegen met de economie. Hieruit blijkt dat pensioenen sneller stijgen in goede scenario’s dan in huidig FTK en sterker dalen in slechte scenario’s.  

Het moment van invoering en de situatie per fonds zullen bepalend zijn wat het uiteindelijk voor de gepensioneerden bij een fonds zal gaan betekenen.    

Ik ga eind 2021 met pensioen. Stijgt of daalt mijn pensioen door het nieuwe akkoord? 
Het nieuwe pensioenstelsel verwachten we pas na 2023 en uiterlijk in 2026. U kunt dus gewoon onder de huidige regels met pensioen gaan.    

Tot de invoering van het nieuwe pensioensysteem uiterlijk 2026 blijf je te maken houden met de huidige pensioenregeling. Dat betekent waarschijnlijk geen of minder indexatie (jaarlijkse verhoging waarbij de stijging van lonen of de inflatie leidend is). Ook is er kans op kortingen van de pensioenopbouw van werkenden en de pensioenuitkeringen van gepensioneerden. In de uitwerking van het pensioenakkoord die nu is overeengekomen zit wel de afspraak om de kortingsregels dit jaar te versoepelen. Daardoor is de kans op korten ook binnen het huidige pensioensysteem kleiner of zal een korting minder groot hoeven te zijn. Voor een korting moeten de pensioenfondsen uitgaan van de financiële positie op 31 december 2020. Een eventuele korting mag over een periode van enkele jaren worden uitgesmeerd. 

De afgelopen jaren is er geen indexatie uitgekeerd. Bij ABP gaat het om bijna 20% sinds 2009, bij PFZW om bijna 6% sinds 2015. De kans dat gemiste indexatie in de komende jaren deels kan worden goedgemaakt lijkt erg klein. De regels voor het inhalen van gemiste indexatie verschillen per pensioenfonds en komen neer op het weer financieel gezond zijn van het pensioenfonds. En dat is nu juist het probleem. Bij de overgang naar het nieuwe pensioensysteem wordt de gemiste indexatie of kortingen niet betrokken. Was dat wel zo dan zouden deze noodmaatregelen alsnog gerepareerd worden. 

Is het verstandig nu met pensioen te gaan in plaats van de wachten tot de nieuwe pensioenregeling ingaat?
De bedoeling is om alle pensioenen om te zetten naar het nieuwe pensioensysteem. Het zou dan weinig uitmaken of je als werknemer of als gepensioneerde overgaat. De details van de overgang en de voorwaarden waaronder worden echter per pensioenregeling bepaald door bonden en werkgevers. Het is verstandig de ontwikkeling van het eigen pensioenfonds in de gaten te houden.    

Wat gebeurt er door het uitwerkingsakkoord met de AOW?
De AOW-leeftijd is gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting. En omdat iedereen gemiddeld ouder wordt begint de uitbetaling van de AOW ook later. Maar het snelle vertragingsproces, dat het kabinet aanvankelijk wilde, werd door het pensioenakkoord stopgezet. Die afspraak uit het pensioenakkoord wordt met het uitwerkingsakkoord definitief. 

In 2020 en 2021 blijft daarom de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Per 2022 stijgt de AOW-leeftijd met 3 maanden per jaar, zodat deze in 2024 op 67 jaar uitkomt. Vanaf 2025 stijgt de AOW-leeftijd met 8 maanden per jaar dat de gemiddelde levensverwachting toeneemt (was eerder 12 maanden per jaar in de kabinetsplannen). 

Verandert de datum waarop je met werknemerspensioen kunt door de uitwerking van het pensioenakkoord?
De wettelijke mogelijkheden om eerder je werknemerspensioen op te nemen maken geen onderdeel uit van het pensioenakkoord. Wel is de snelle stijging van de AOW leeftijd een halt toegeroepen. Dit biedt soelaas voor veel werknemers die de AOW niet kunnen missen.  

Gaat de pensioen(richt)leeftijd van je werknemerspensioen nog verder omhoog door de Corona-crisis? 
Nee, de crisis heeft vooralsnog geen invloed op de pensioen(richt)leeftijd van jouw werknemerspensioen. 
De pensioenrichtleeftijd van je werknemerspensioen is nu hoger dan AOW-leeftijd. De pensioenrichtleeftijd is nu 68 jaar. Deze blijft voorlopig ongewijzigd tot naar verwachting 2041. Volgens de pensioenkalender van vorig jaar is dan (in 2041) de AOW-leeftijd ook 68 jaar. En de pensioenrichtleeftijd mag niet lager zijn dan de AOW-leeftijd. Echter, je kan er als deelnemer altijd voor kiezen om je pensioen eerder te laten ingaan, zelfs eerder dan je AOW-leeftijd.  Dus wordt de AOW-leeftijd 68 jaar en 3 maanden, dan gaat de pensioenrichtleeftijd naar 69 jaar. In de huidige wetgeving wordt de pensioenrichtleeftijdniet aangepast bij een verlaging van de levensverwachting. En dit is ook niet verandert in de nieuwe wetgeving over de AOW. Een vergelijkbare systematiek geldt voor de AOW. Verhoging na 2025 is mogelijk op basis van de levensverwachting. De AOW-leeftijd kan wel omhoog met stappen van 3 maanden, maar gaat niet omlaag.  

Wat is afgesproken over eerder stoppen met werken en de boete die werkgevers krijgen bij een Regeling Vervroegd Uittreden (RVU)?
Als de werkgever met vakbonden in de cao een RVU-regeling afspreekt, dan hoeft de werkgever geen boete te betalen over de eerste € 21.200 per jaar. De werknemer kan dan eerder stoppen met werken, maximaal 3 jaar voor de AOW-datum. Dit geldt voor regelingen, die ingaan tussen 2021 en 2025. Eerder stoppen met werk bij het bedrijf of de sector wordt dus (weer) beter mogelijk. Een werknemer kan de regeling aanvullen met deeltijdpensioen en gespaard verlof. Over de financiering van de regeling moet op de cao-tafel wel afspraken gemaakt worden. De subsidie vanuit de overheid hiervoor is uitgebreid van € 800 miljoen naar € 1 miljard euro. 75% van dit bedrag is beschikbaar voor eerder stoppen met werken. De andere 25% is beschikbaar voor vitaliteitsregelingen. 

Wat is afgesproken over vitaliteitsregelingen?
In de uitwerking van het pensioenakkoord zegt het kabinet toe 250 miljoen uit te trekken voor vitaliteisregelingen. Daarvoor moeten in de cao’s wel afspraken worden gemaakt. Het geld van het kabinet is dan als een subsidie ondersteunend. De subsidievoorwaarden worden nu uitgewerkt. Bij vitaliteit kun je denken aan maatregelen om veilig en gezond te werken. En om je loopbaan te plannen. Er komen voorbeelden van maatregelen die voor subsidie in aanmerking komen. Subsidie betekent in dit verband dat een deel van de kosten worden vergoed. CAO-partijen moeten dus ook eigen middelen vrijmaken. Los van deze afspraken blijft het generatiepact mogelijk evenals het opnemen van deeltijdpensioen. De bedoeling is dat sectoren vanaf juni 2021 subsidie plannen kunnen indienen. 

Wat is in het uitwerkingsakkoord afgesproken over verlofsparen voor je pensioen? 
Per januari 2021 mogen werknemers hun bovenwettelijk verlof en overwerk opsparen om eerder met pensioen te kunnen. Dat gaat om maar liefst 100 weken, omgerekend twee volle werkjaren. In de cao moeten hierover dan wel afspraken worden gemaakt. 

Volgens vakbonden, kabinet en werkgevers biedt de huidige uitwerking voldoende mogelijkheden om goede afspraken te maken tussen werknemer(s) en werkgever(s) onderling. Want ook bestaande mogelijkheden als generatiepacten en deeltijdpensioen kunnen daarbij worden ingezet. 

Heeft het uitwerkingsakkoord pensioen voor iedereen - ook ZZP’ers - geregeld?
Er vallen op dit moment nog steeds werkenden (deels) buiten de pensioenboot. Daarom zijn in het pensioenakkoord ook afspraken gemaakt over het verbeteren van pensioensparen door werknemers en zzp’ers. Er is een zogenoemd Aanvalsplan beperken witte vlek opgesteld, omdat er nog te veel werknemers zijn die niet via hun werkgever pensioen opbouwen.  

Het is de bedoeling dat werknemers in de uitzendsector veel sneller pensioen gaan sparen dan nu, onder druk van o.a. het CNV en de Stichting van de Arbeid. 

De Stichting van de Arbeid roept deze maand de sociale partners in de uitzendbranche op om de wachttijd zoveel mogelijk te beperken. De Stichting beveelt tevens aan om de uitzonderingsbepaling voor het uitzendwezen (artikel 14 lid 2 van de Pensioenwet) op te heffen en in lijn te brengen met hetgeen wettelijk is bepaald voor de andere sectoren. Dit betekent dat de wettelijk toegestane wachttijd voor het uitzendwezen wordt teruggebracht van maximaal 26 weken naar analogie van de twee maanden naar maximaal acht weken. 

Voor zzp’ers wordt nog nader onderzocht hoe zij makkelijker pensioen kunnen sparen. Het ministerie en de pensioenkoepels werken nauw samen aan werkbare oplossingen.  

Zie verder: www.stvda.nl/nl/publicaties/witte-vlek-pensioenen

Wat zijn de afspraken in het uitwerkingsakkoord over Nabestaandenpensioen?
Ook voor het nabestaandenpensioen zijn afspraken gemaakt, zodat dit meer gestandaardiseerd, bruikbaarder en begrijpelijker wordt en risico’s worden verkleind. Naar verwachting gaat dit in per 1 januari 2022.

De huidige situatie is voor deelnemers onoverzichtelijk en vergroot daardoor de kans op geen - of een te lage - uitkering na baanwisselingen, werkloosheid of echtscheiding.  

Zie verder: www.stvda.nl/nl/publicaties/nabestaandenpensioen

Hoe zit het met de mogelijkheid een tot maximaal 10% van je pensioen vrij besteedbaar op te nemen?
In het pensioenakkoord is bovendien geregeld dat mensen op hun pensioendatum eenmalig maximaal 10% van hun pensioen mogen opnemen en besteden aan een eigen gekozen doel, bijvoorbeeld versnelde afbetaling van hypotheek of studiebijdrage voor kinderen. Dit betekent natuurlijk wel dat er daarna minder pensioen overblijft. Daarom is tevens afgesproken dat hiervoor bepaalde voorwaarden gaan gelden die moeten voorkomen dat mensen te weinig pensioen overhouden. 

Deze mogelijkheid tot opnemen moet nog door de Tweede Kamer worden goedgekeurd. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2022. Er is geen aparte fiscale behandeling voor dit bedrag. Dit betekent dat het verstandig is de gevolgen van de keuze, fiscaal maar ook de gevolgen voor de rest van je pensioen, tegen die tijd na te gaan. Een alternatief is de hoog-laag constructie die veel pensioenfondsen nu al kennen. Dit is de mogelijkheid het pensioen de eerste jaren na pensionering hoger te laten zijn waarna het geleidelijk afloopt naar een lagere uitkering.    

Geef een reactie

Column

CNV pleit voor 30-urige werkweek

Een verkorte werkweek met behoud van het huidige salaris zorgt voor meer balans in werk-privé situatie.

[this div will be converted to an iframe]
×
×
×