‘Als ik ergens voor ga, dan ga ik er voluit voor’

Interview met nieuwe CNV-voorzitter Hans Van den Heuvel

Vanaf 1 april 2026 treedt Hans Van den Heuvel (1989) aan als voorzitter van CNV. Wat drijft hem en wat gaat hij bereiken voor CNV-leden? ‘Mijn generatie zit meer dan ooit klem tussen werk en privé. De kabinetsplannen raken hen hard. Dat perspectief klinkt door in mijn werk.’

Waarom kies je voor CNV?

‘Ik kom uit een typisch middenklassengezin. Mijn vader werkte zijn hele leven bij PostNL en mijn moeder in deeltijd bij een administratiekantoor. Hardwerkende mensen. Dat is bij uitstek de groep waar CNV zich voor inzet. Arbeidsvoorwaarden zijn daarbij van belang, maar ook ruimte voor andere belangrijke zaken zoals een goede werk-privé balans en ruimte voor bijvoorbeeld mantelzorg.

Ik werk graag voor verenigingen, en een vakbond is in die zin een heel bijzondere vereniging. Mensen komen samen rondom werken inkomen, wat heel bepalend is voor iemands leven. CNV heeft vanuit daar een belangrijke rol als constructieve partner in de polder.’

Je komt bij LTO vandaan, een werkgeversorganisatie. Sommigen zien jouw overstap van LTO naar CNV als opmerkelijk. Wat zeg je tegen hen?

‘Ik geloof niet in deze klassieke tegenstelling. Natuurlijk zijn er verschillen in belangen, maar ik zie het niet zo zwart-wit. Ik vraag me af of er zoveel verschil is tussen hardwerkende boeren, formeel werkgevers, en veel mensen die lid zijn bij CNV. Ik ben in ieder geval prima in staat om te strijden voor de belangen van werknemers. Dat is momenteel ook hard nodig, gezien de plannen van het kabinet. Er staat veel op het spel.

Wat is jouw achtergrond?

‘Ik ben geboren in Weert en opgegroeid in Ittervoort, een dorpje tussen Weert en Roermond, vlak bij Thorn. Ik kom uit een warm gezin en kijk met veel liefde terug op mijn jeugd. In mijn dorp liepen school, kerk en verenigingen volop door elkaar heen. Dat gaf een sterk gevoel van saamhorigheid.

Wat heb je meegenomen uit Limburg?

‘Het belang van gemeenschap en van omzien naar elkaar. Die verbondenheid draag ik nog steeds met me mee, ook al woon ik al sinds mijn 23e in ‘de Randstad’.’

Hoe begon je loopbaan?

‘Na mijn studie verhuisde ik naar Den Haag en werd ik actief bij het CDJA. Dat was een ontzettend vormende tijd. Je komt jong in aanraking met grote maatschappelijke vraagstukken en leert hoe een vereniging werkt: met leden, een bestuur, een ledenraad. Ik was vicevoorzitter en zat een politieke commissie voor. Daar heb ik echt de dynamiek van verenigingen leren kennen.

Daarna kwam ik terecht bij VBO. Ik begon in de belangenbehartiging en hield me bezig met media en politiek. Al snel werd ik manager communicatie en beleid. Ik was toen 27 en gaf toen voor het eerst leiding. Ik heb de neiging om dingen voor de volle 200 procent te doen. Als ik ergens voor ga, dan ga ik er voluit voor.’

Je werd al jong directeur bij LTO. Hoe was dat?

‘Toen ik 29 was, werd ik directeur bij LTO. Ik heb het de afgelopen zeven jaar met enorm veel plezier gedaan. De agrarische sector is sterk waarden- en familiegedreven, vaak van generatie op generatie. Boeren en tuinders zijn authentieke mensen. Oprecht volk. Dat geeft een bijzondere verbondenheid.

Ik ging veel het land in, naar ledenavonden. Daar hoor je wat er echt speelt. Waar ik beducht voor was, is om in een Haagse silo terecht te komen. Ik voel me het meest thuis op de werkvloer, het is mijn voornemen om bij CNV ook zoveel mogelijk mensen te spreken.’

Je bent 30 jaar jonger dan je voorganger Piet Fortuin. Wat betekent dat voor de leden?

‘Ik kom op voor alle generaties werkenden, oud en jong. Dus het werk van Piet zet ik voort. Maar als je 37 bent, kijk je op punten anders naar de wereld dan iemand van 67. Dat is niet beter of slechter, maar wel anders. Mijn generatie komt nu op posities waar beslissingen worden genomen. Dat brengt nieuwe energie en perspectieven met zich mee.

Mijn generatie zit meer dan ooit klem tussen werk, privé en andere taken. Ook treffen de maatregelen van het kabinet juist de generaties twintigers en dertigers hard. We bouwen nauwelijks meer WW op en moeten tot ons zeventigste doorwerken. Dus dat perspectief klinkt zeker door in mijn werk.'

Welke thema’s wil je oppakken?

‘Artificial intelligence (AI) gaat enorme impact hebben op werk. Deels positief, maar er zitten ook enkele serieuze risico’s aan. Daar moeten we juist ook als vakbond over nadenken. Tegelijk wil ik meer aandacht voor praktisch geschoolden, die van ongelofelijk groot belang zijn voor ons land. In beleid en politiek wordt vaak te theoretisch gedacht, terwijl het vin de praktijk juist gaat om concrete zaken: reiskosten, werktijden, hoe werk en privé te combineren zijn.

Daar zit ook een deel van de maatschappelijke onvrede. Het lijken misschien kleine onderwerpen voor sommige politici, maar ze zijn voor mensen ontzettend belangrijk.’

Wat wil je over vier jaar bereikt hebben?

‘Dat valt voor mij uiteen in drie dingen:

Ten eerste moet de vereniging sterk staan: zichtbaar, relevant en aantrekkelijk, ook voor jongeren. Een vakbond moet niet alleen iets zijn voor als je boos bent, maar ook een plek waar je graag bij hoort en met trots uitdraagt.

Ten tweede wil ik een aantal grote thema’s echt op de agenda hebben gezet, zoals werk-privébalans en de waarde van cao’s.

En ten derde haal ik graag Churchill aan: ‘Events, dear boy, events’. Uiteindelijk zijn het de onverwachte gebeurtenissen die mijn voorzittersperiode gaan tekenen. Toen ik bij LTO begon, had ik allerlei plannen, maar toen kwam de stikstofcrisis. Ik kan de toekomst niet voorspellen.’

Zie je jezelf als een verbinder of een strijder?

‘Een strijder. Maar dat betekent niet dat je niet kunt verbinden. Strijd betekent opkomen voor belangen, dat is mijn werk. Dat kan ook in overleg. Overleg is niet hetzelfde als instemming.

Ik geloof in onderhandelen en de kracht van de polder, maar ook in duidelijke grenzen stellen. Soms moet je eerst actievoeren. En soms leidt onderhandelen niet tot een akkoord, simpelweg omdat het voorstel niet goed genoeg is.’