cao BGV: ken je cao 2026 nr. 1: Vakantie

Ook in 2026 geldt de cao BGV. Hierin staan jouw arbeidsvoorwaarden, oftewel jouw rechten en plichten. Om te zorgen dat deze afspraken worden nageleefd, is het belangrijk dat jij jouw rechten en plichten kent. Daarom ontvang je maandelijks een nieuwsbrief met uitleg over een cao-artikel dat vaak vragen oproept of niet altijd goed wordt toegepast door werkgevers.

Nieuw jaar, nieuwe verlofaanspraken!

Aan het begin van elk kalenderjaar worden je verlofuren voor het hele jaar bijgeschreven (artikel 67a lid 8 cao). Deze verlofuren moeten zichtbaar zijn op je loonstrook of op een ander document dat je periodiek ontvangt. Als je hiervoor toestemming hebt gegeven, mogen ze ook in een online portal staan. Het is belangrijk dat je bij iedere betaalperiode inzicht hebt in je actuele verlofsaldo (artikel 6 lid 4 en artikel 67a lid 11).

Wettelijke en bovenwettelijke vakantie (& ATV)

In de wet is afgesproken dat iedere werknemer recht heeft op 4 weken wettelijk vakantieverlof per jaar. Daarnaast kent de cao extra vakantiedagen: de bovenwettelijke vakantie. In artikel 67a van de cao zijn de vakantierechten omschreven. Het recht op vakantieverlof is afhankelijk van je leeftijd en de duur van je dienstverband. In de cao staat het totale vakantierecht (bijvoorbeeld 24 of 25 dagen), dit zijn de wettelijke – en bovenwettelijke vakantiedagen bij elkaar opgeteld. Op je loonstrook of verlofkaart moeten deze rechten uitgesplitst zijn en per jaar worden gespecificeerd. Dit is belangrijk vanwege de verschillende verval- en verjaringstermijnen, oftewel de geldigheid van de vakantiedagen.

Vervaltermijn en verjaringstermijn

Wettelijke vakantiedagen vervallen na 6 maanden na het jaar waarin ze zijn opgebouwd. Dat betekent dat de wettelijke vakantiedagen over 2026 uiterlijk op 30 juni 2027 moeten zijn opgenomen. Daarna vervallen deze uren. Deze vervaltermijn is wettelijk vastgesteld en kan niet worden verlengd. Vanwege de wettelijke vervaltermijn, is jouw werkgever verplicht om jou actief te stimuleren de vakantie op tijd op te nemen (artikel 67a lid 7a), in plaats van dit eindeloos op te sparen. Doet de werkgever dit niet, dan kan het zijn dat wettelijke vakantiedagen niet vervallen.

Bovenwettelijke vakantiedagen verjaren na 5 jaar. Dat betekent dat de bovenwettelijke uren over 2026 uiterlijk 31 december 2030 moeten zijn opgenomen. De verjaringstermijn van 5 jaar kun je verlengen (dit heet stuiten). Omdat bovenwettelijke vakantie vaak wordt gespaard, is het belangrijk dat deze uren per jaar worden geregistreerd, zodat je weet wanneer de uren verjaren.

Alles op één hoop?

Wanneer je werkgever alle vakantie-uren op één hoop gooit en er op jouw loonstrook of verlofkaart maar één saldo staat, is de werkgever ervoor verantwoordelijk dat bij opname van verlof de uren die het eerst vervallen of verjaren als eerste worden afgeschreven.

De “vreemde eend”: ATV

ATV is ook een vorm van verlof, maar de (wettelijke) regels voor vakantie gelden niet voor ATV. Belangrijk om te weten is dat ATV niet hoeft te worden uitbetaald als je uit dienst gaat en dat ATV in principe op 31 december van het lopende jaar vervalt. Dit betekent dat je de ATV uren over 2026 ook in 2026 moet opnemen. Afspraken over ATV zijn te vinden in artikel 68 van de cao. Omdat ATV eigenlijk een apart onderwerp is, volgt er later dit jaar een nieuwsbrief over ATV.

Deeltijdwerknemer?

In de cao zijn vakantierechten gebaseerd op een voltijd dienstverband. Werk je in deeltijd (minder dan 40 uur per week), dan heb je recht op vakantie naar rato van je contract. Dit kun je eenvoudig uitrekenen: het deeltijdpercentage x het voltijdrecht. Werk je bijvoorbeeld 32 uur (80%) per week, dan heb je recht op 80% x het voltijdrecht vakantiedagen.

Maar, let op! Volgens artikel 8 van de cao heb je ook recht op vakantie over de uren die je meer werkt dan contractueel overeengekomen. Heb je een contract voor 32 uur, maar werk je in een week 36 uur, dan heb je over de 4 extra uren ook recht op vakantie. Dit geldt ook als je meer dan 40 uur in een week werkt. Hoe zit dat precies?

Berekenen verlofaanspraken

Een voltijd werknemer bouwt verlof op over 2080 uur per jaar (52 weken × 40 uur). Bij 24 verlofdagen (dat is 192 uur) komt dat neer op (192/2080=) 0,0923 uur vakantie per gewerkt uur. Deze opbouw geldt ook voor deeltijders: per gewerkt uur bouw je 0,0923 uur vakantie op. Aan het einde van het jaar wordt gekeken hoeveel uren je in totaal hebt gewerkt. Bij minder dan 2080 uur bouw je over alle uren vakantie op, ook over eventuele overuren. Werk je meer dan 2080 uur? Dan bouw je vakantie op over maximaal 2080 uur. Je bouwt vakantie op over alle uren waarvoor je recht hebt op loon, dus ook over opgenomen vakantie-uren en doorbetaalde feestdagen.

Oproepkracht?

Ben je oproepkracht, dan bouw je volgens artikel 10 van de cao alleen wettelijke vakantie op. Omdat je per uur wordt betaald, bouw je ook per gewerkt uur vakantie op: 160/2080 = 0,0769 uur vakantie per gewerkt uur. Het is mogelijk om de opgebouwde vakantiedagen meteen uit te laten betalen. Maar, let op! Dan heb je ook recht op vakantie over de uitbetaalde vakantiedagen. In dat geval wordt de opbouw van vakantie als volgt berekend: 160/ (2080-160) = 0,0833, oftewel: per gewerkt uur heb je recht op 8,33% toeslag. Tenslotte heb je per gewerkt uur ook recht op 8% vakantiegeld. Dit betekent dat de toeslag van 8,33% moet worden betaald tegen 108% van het uurloon.

Vragen of opmerkingen?

heb je vragen over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op met CNV via naleving-bgv@cnv.nl of 030-7511001 (CNV info). Bellen, mailen of appen met de bestuurder mag natuurlijk ook.

Edwin Meijer
bestuurder CNV
T. 06 2306 5395
E. e.meijer@cnv.nl