Soms kun je gewoon even niet werken
Het kan voorkomen dat je niet in staat bent om je werk te verrichten omdat je je niet goed voelt of omdat er iets ernstigers speelt met je gezondheid. In dat geval ben je arbeidsongeschikt, oftewel ‘ziek’. In eerste instantie beoordeel je zelf of je nog kunt werken: jij bepaalt of je je goed genoeg voelt om je werkzaamheden uit te voeren.
Of je daadwerkelijk als ziek wordt beschouwd, kan alleen worden vastgesteld door een (arbo)arts. Ook alleen deze arts mag beoordelen of je je werk geheel of gedeeltelijk kunt verrichten en geeft hierover advies.
Ziek en arbeidsongeschikt
We gebruiken de termen ‘ziek’ en ‘arbeidsongeschiktheid’ vaak door elkaar, maar ze betekenen beide iets anders. Je kunt namelijk ziek zijn zonder arbeidsongeschikt te zijn. Denk bijvoorbeeld aan een verkoudheid. Je voelt je niet fit, maar vaak kun je gewoon nog werken.
Daarnaast is er sprake van arbeidsongeschiktheid als je door ziekte of klachten niet in staat bent om je werk (volledig) uit te voeren. Deze betekenis wordt in de wet en in de cao gebruikt. Daarbij is het belangrijk om te weten dat arbeidsongeschiktheid als ondeelbaar wordt gezien: je bent het of je bent het niet, een beetje arbeidsongeschikt bestaat niet! Waarom dit belangrijk is om te weten, zie je bij de berekening van je loon tijdens ziekte.
Als je ziek bent en daardoor niet kunt werken, heb je recht op loon. Dit is wettelijk vastgelegd. In de wet is afgesproken dat je recht hebt op 70% van je loon. In aanvulling hierop is in artikel 16 van de cao afgesproken dat je ook recht hebt op een aanvulling op je loon tijdens arbeidsongeschiktheid.
Dit klinkt heel gunstig. Het (basis)loon wordt aangevuld tot 100%, maar over de toeslagen wordt veelal veel minder dan 70% doorbetaald, waardoor het totale inkomen meestal niet veel hoger uitkomt dan het wettelijke minimum van 70%.
Hoe zit dit precies?
In artikel 7:629 van het Burgerlijk Wetboek staat dat je tijdens arbeidsongeschiktheid recht hebt op minimaal 70% van je loon. Dit geldt voor zowel je basisloon als het gemiddelde aan toeslagen. De wet beschrijft niet precies hoe dat gemiddelde moet worden berekend. Er staat alleen dat onder loon wordt verstaan: “het gemiddelde loon dat de werknemer, wanneer hij niet verhinderd was geweest, gedurende die tijd had kunnen verdienen”.
In artikel 16 van de cao zijn wel afspraken gemaakt over de berekening van de toeslagen. Er wordt gerekend met het loon, inclusief overwerk- en weekendtoeslagen, aan de hand van het gemiddelde in de 52 weken voorafgaand aan de eerste ziektedag. Dit noemen we de referteperiode.
het gemiddelde berekenen
Je berekent het gemiddele door alle toeslagen die je hebt ontvangen in de referteperiode bij elkaar op te tellen en te delen door het aantal gewerkte weken. Zo bereken je het gemiddelde per week. Omdat de referteperiode bijna nooit samenvalt met de loonperiode, is het altijd even puzzelen om het exacte bedrag te berekenen.
Wil je het gemiddelde per dag berekenen? Dan kun je het totaalbedrag delen door het aantal gewerkte dagen in de referteperiode. Je kunt ook het weekgemiddelde delen door het gemiddelde aantal dagen dat je per week hebt gewerkt in de referteperiode. Het is in elk geval niet juist om standaard 52 weken of 261 dagen te hanteren, iets wat in de praktijk vaak fout gaat.
Het gemiddelde bedrag aan overwerk- en weekendtoeslagen wordt afgetopt op een bedrag van 48,75% van het functieloon per week. Is het werkelijke gemiddelde hoger? Dan wordt het verlaagd tot dit maximum. Vervolgens wordt er 25% van het (eventueel aangepaste) gemiddelde afgetrokken. De uitkomst daarvan wordt daarna opnieuw afgetopt, dit keer op 22,75% van het functieloon per week. Deze laatste stap is niet van toepassing wanneer je arbeidsongeschikt wordt als gevolg van een bedrijfsongeval.
Een voorbeeld in schema
In bijlage VI van de cao staat een stappenplan dat laat zien hoe het loon tijdens arbeidsongeschiktheid wordt berekend. In de bijlage bij deze uitleg hebben we een voorbeeld uitgewerkt op basis van D/6 in de situatie dat er 5 weken vakantie zijn genoten in de referteperiode en er dus (52 - 5) = 47 weken zijn gewerkt. De uitkomst van het voorbeeld is dat deze voorbeeldwerknemer slechts 41,23% van de overwerktoeslag doorbetaald krijgt, maar in totaal 79,10% van het gemiddelde loon, zodat het meer dan 70% is en dus voldoet aan het wettelijk minimum.
In het voorbeeld wordt heel veel overgewerkt, maar niet in het weekend gewerkt. Werk je juist veel in het weekend, dan kan het percentage dat je tijdens arbeidsongeschiktheid doorbetaald krijgt lager uitvallen en zelfs onder de 70% komen! De werkgever blijft verplicht om minimaal 70% door te betalen, dus controleer dit goed of laat het controleren door CNV.
Loon per week en loon per dag
In het voorbeeld hebben we het loon per week berekend, wat duidelijk is als je de hele week ziek bent. Maar wat als je slechts 1 of 2 dagen ziek bent? Dan moet je het weekgemiddelde omrekenen naar het daggemiddelde. Vaak wordt het weekgemiddelde gedeeld door 5, omdat een werkweek bestaat uit 5 werkdagen. Dit is echter niet juist! Het jaargemiddelde moet gedeeld worden door het daadwerkelijk aantal gewerkte dagen óf het weekgemiddelde door het gemiddelde aantal gewerkte dagen per week in de referteperiode.
Werk je bijvoorbeeld (gemiddeld) 4 dagen per week, dan deel je het weekgemiddelde door 4. Het bedrag per dag moet vervolgens op alle ziektedagen worden doorbetaald. Met deze juiste berekening kun je controleren of je daadwerkelijk minimaal 70% van het loon doorbetaald krijgt.
Wanneer je 1 of 2 dagen ziek bent en de rest van de week wel werkt, mag het loon bij ziekte niet worden verrekend met de gewerkte uren. Oftewel: wanneer je 4 dagen werkt waarin je 40 uur maakt en de 5e dag ziek bent, dan heb je op die 5e dag recht op 8 uur (dus 48 uur in die week) én een aanvulling uit toeslagen over die 5e dag. De werkgever mag dus niet de aanvulling achterwege laten ‘omdat je al meer dan 40 uur hebt gemaakt in die week’. Ook wanneer je op re-integratiebasis werkt, heb je recht op het volledige loon bij arbeidsongeschiktheid. Wanneer je 50% werkt bijvoorbeeld, mag de werkgever het loon bij arbeidsongeschiktheid niet halveren ‘omdat je 50% werkt’. Je bent namelijk ziek of niet. Een beetje ziek bestaat immers niet voor de wet.
Systeemchauffeurs en weekendwerkers extra opletten!
Omdat het maximale loon bij arbeidsongeschiktheid is gebaseerd op de waarde van 7 overwerkuren á 130%, is het negatieve effect het grootst wanneer je veel weekendtoeslagen 150% en 200% hebt. In sommige functies of systemen werk je veel in het weekend, het gevolg is dat de kans op een loon onder de 70% tijdens arbeidsongeschiktheid groter wordt. Controleer dit dus altijd goed om te voorkomen dat je onder het wettelijk minimum betaald krijgt.
Deeltijdwerknemers moeten ook extra goed opletten!
Als je deeltijdwerknemer bent en structureel meer werkt dan je contracturen, moet je ook extra goed opletten. Alle uren boven je contracturen tellen vanaf 1 januari 2026 als overuren en dus heb je relatief snel veel toeslagen die worden afgetopt. Omdat het maximumbedrag aan toeslagen dat meetelt tijdens arbeidsongeschiktheid naar rato wordt berekend, is het risico groter dat je onder de 70% van het gemiddeld ontvangen loon uitkomt en dus te weinig loon ontvangt wanneer je ziek bent.
Vragen of opmerkingen?
heb je vragen over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op met CNV via naleving-bgv@cnv.nl of 030-7511001 (CNV info). Bellen, mailen of appen met de bestuurder mag natuurlijk ook.
Edwin Meijer
bestuurder CNV
T. 06 2306 5395
E. e.meijer@cnv.nl