Cao Kinderopvang 2025-2026: Aantal uren en scholing

Werk is werk, ook als het buiten je rooster valt. De cao benoemt expliciet welke activiteiten óók onder werktijd vallen, zoals bijscholing en eerder beginnen of later eindigen om te openen en of te sluiten.

4.2 Aantal uren

  1. Voorspelbaarheid in het aantal uren werk en het rooster kan een gezonde werkcultuur bevorderen. Het werken met een basisrooster op jaarbasis draagt hieraan bij. De werkgever stelt met de medezeggenschap een basisrooster vast. Hierin staat op welke dagen en tijden de organisatie open is.
  2. Heeft de medewerker een voltijdbaan? Dan werkt ze gemiddeld 36 uur per week.
  3. Onder de werktijd van de medewerker vallen ook:
  • Vergaderingen die direct voortkomen uit haar werk.
  • Bijscholing.
  • Reistijd en wachttijd die de medewerker heeft door opgedragen werk.
  • Extra reistijd woon-werkverkeer omdat de medewerker langer moet reizen dan normaal. Dit geldt alleen als de medewerker moet reizen naar een andere werkplek dan haar standplaats.
  • Eerder beginnen of later eindigen om de locatie te openen of te sluiten.
  • Halen en brengen van kinderen.

4.3 Werkdagen en werktijden

Sluitdiensten en werktijden
Bij het maken van het rooster houdt de werkgever rekening met het volgende:
Een sluitdienst eindigt minimaal tegelijk met de sluitingstijd van de locatie. Is een locatie eerder leeg dan de sluitingstijd? Dan heeft de medewerker het recht om te werken tot aan het einde van haar ingeroosterde dienst.

8.1 Beleid voor opleiding, scholing en loopbaan

  1. De werkgever maakt ieder jaar een plan voor zijn beleid voor opleiding, scholing en loopbaanontwikkeling voor medewerkers. Dit plan heeft als doel dat medewerkers nu en in de toekomst kunnen blijven functioneren, binnen en buiten de onderneming waar ze nu werken. De medezeggenschap moet instemmen met dit plan van de werkgever. 
    Het doel van de opleidingen is ook het bevorderen van de kwaliteit van het werk binnen de organisatie, waaronder de pedagogische kwaliteit. 
  2. In het plan moeten in ieder geval het volgende staan:
    a. Hoeveel geld er is om het plan uit te voeren.
    b. Hoe het aanvragen van scholing werkt.
    c. De mogelijkheden voor de medewerker om verlof te krijgen voor scholing.
    d. De vergoeding van de kosten van de scholing. En of de medewerker de kosten van haar scholing terug moet betalen aan de werkgever.
    e. De mogelijkheden voor de medewerker om met een deskundige een gesprek te voeren over haar loopbaan. De medewerker kiest de deskundige in overleg met de werkgever.
    f.  De mogelijkheden voor de medewerker voor het maken van een persoonlijk plan voor haar opleiding, de ontwikkeling van haar loopbaan of beide.
    g. De mogelijkheden om de doorstroom van de medewerker naar ander werk te bevorderen.

8.2 Scholing

De werkgever en de medewerker zijn samen verantwoordelijk voor blijven leren en ontwikkelen. Voor scholing wordt onderscheid gemaakt in twee vormen van scholing. Scholing die noodzakelijk is voor de functie-uitoefening. En scholing die bijdraagt aan de (beroeps)ontwikkeling van de medewerker. 

a.  Noodzakelijke scholing 
De medewerker moet de (bij)scholings-, leer- en opleidingsactiviteiten volgen die nodig zijn om haar werk te kunnen doen. En die de werkgever in overleg met haar aanwijst. De werkgever zorgt ervoor dat de medewerker de scholing kan volgen die noodzakelijk is om haar werk te doen. 

Vervalt de functie van de medewerker? Of kan de medewerker haar functie niet langer uitoefenen? Dan moet de werkgever ervoor zorgen, voor zover dat redelijk is, dat de medewerker scholing kan volgen die nodig is om haar arbeidsovereenkomst voort te zetten. 

Al deze scholingsactiviteiten gelden als opgedragen werk. De werkgever betaalt alle kosten die met de scholingsactiviteiten te maken hebben. De tijd die de scholingsactiviteiten kosten geldt als werktijd en komt ook voor rekening van de werkgever. Als dit mogelijk is, vinden de scholingsactiviteiten plaats in de werktijd van de medewerker. 
b. Scholing voor (beroeps)ontwikkeling 
De medewerker kan een voorstel doen voor het volgen van scholing die bijdraagt aan haar (beroeps)ontwikkeling en de werkgever vragen hieraan bij te dragen. De werkgever kan de medewerker scholing aanbieden die bijdraagt aan haar (beroeps)ontwikkeling. Of aan de kwaliteit van de opvang en van de organisatie. Maakt de medewerker hier vrijwillig gebruik van? En valt dit niet onder de noodzakelijke scholing die bij sub a van dit artikel staat? Dan mag de werkgever de medewerker vragen om hier zelf in te investeren. Bijvoorbeeld door de scholing in eigen tijd te volgen.

Lees meer over jouw cao via onderstaande link.

Word lid van CNV

Tijdelijk de eerste 3 maanden met 50% korting. Zo gaan we in 2026 samen sterker door.

  • Deze aanbieding geldt alleen voor nieuwe leden.