De petrochemische fabriek in Geleen, waar ongeveer 900 mensen werken, bevindt zich op het Limburgse industrieterrein Chemelot. Daar hebben meerdere chemiebedrijven het moeilijk en Leunissen vreest een domino-effect. ‘De bedrijven zijn vaak grote klanten bij elkaar', zegt hij. 'Valt er een om of trekt er een weg, dan heeft dat gevolgen voor het hele terrein. De sluiting van de Fibrant-fabrieken maakte de situatie op Chemelot al erg kwetsbaar, daarom willen we nu zo snel mogelijk weten wat Aequita met de fabriek en zijn medewerkers van plan is.’
Winst maken belangrijker dan personeel
Datzelfde geldt voor de thermoplastic-fabriek in Bergen op Zoom waarvan nu een deel (met ongeveer 750 medewerkers) in handen komt van het Duitse Mutares. ‘De mensen maken zich grote zorgen over het voortbestaan’, zegt Kathelijne van der Voort, CNV-bestuurder bij de Sabic-vestiging in Bergen op Zoom. ‘De productie loopt hier al jaren terug en investeringsmaatschappijen hebben doorgaans als doel om op korte termijn winst te maken. De belangen van medewerkers zijn vaak ondergeschikt. Er is veel onzekerheid, daarom willen we nu al afspraken maken.’
Overheid moet ingrijpen
Voor CNV is het door Sabic van de hand doen van beide chemische fabrieken het zoveelste voorbeeld van het tanende investeringsklimaat in Nederland. ‘Het is de hoogste tijd dat de overheid serieus ingrijpt om een gelijk industrieel speelveld met de landen om ons heen te creëren’, zegt Leunissen. ‘Kom over de brug met lagere energiekosten voor grotere bedrijven, met een oplossing voor het volle stroomnet en met soepelere vergunningstrajecten.’
Duizenden handtekeningen voor een gelijk speelveld
Uit een peiling van CNV blijkt dat inmiddels 4 op de 10 leden vreest slachtoffer te worden van de industriecrisis. ‘Wij willen dat Den Haag er alles aan doet om onze industriële werkgelegenheid te behouden’, aldus Leunissen. Komende dinsdag zal de vakbond daartoe duizenden handtekeningen overhandigen aan de Kamercommissie Economische Zaken in Den Haag.