Dinsdag verschijnen de nieuwste resultaten van het internationale PISA-onderzoek naar de prestaties van 15-jarigen. CNV hoort van zijn leden dat de neergaande trend in lees- en taalvaardigheid nog niet is gekeerd. Volgens CNV mag het debat daarover niet blijven steken bij de cijfers alleen. Belangrijker is de vraag hoe Nederland ervoor zorgt dat ieder kind goed onderwijs krijgt.
Ideaal als uitgangspunt voor politieke keuzes
Daarom schetsen de onderwijsorganisaties in hun gezamenlijke verklaring eerst het onderwijs waar zij naartoe willen werken: goed onderwijs voor iedere leerling, een goede school in de buurt en voor elke klas een bevoegde leraar. Dat ideaal staat volgens CNV onder druk, maar blijft het uitgangspunt voor de keuzes die politiek en onderwijs de komende jaren moeten maken. Daniëlle Woestenberg, bestuurslid van CNV: 'De discussie over PISA moet niet alleen gaan over wat er misgaat maar vooral over wat leerlingen nodig hebben om zich goed te ontwikkelen. Ieder kind verdient goed onderwijs van professionals die de tijd en ruimte krijgen om hun vak uit te oefenen. Dat bereik je niet met meer inspectie, maar met een kwaliteitsimpuls in de klas. De beste school is de school om de hoek met een bevoegde leraar voor de klas. Daarvoor zijn gerichte blijvende investeringen nodig, niet steeds nieuwe tijdelijke ‘oplossingen’. Een consistente aanpak zoals nu met het nieuwe curriculum is essentieel en niet steeds weer andere door de politiek van de dag ingegeven focusmaatregelen zoals eerste rekenen, dan burgerschap en nu weer taal. Samenhang is nodig om leerlingen goed op de toekomst voor te bereiden.'
Stabiliteit, tijd en vertrouwen
De sector ziet kansen in de nieuwe kerndoelen voor het funderend onderwijs. Die bieden ruimte voor een samenhangende aanpak van lezen, schrijven, rekenen, burgerschap en digitale vaardigheden. Scholen zijn daar al volop mee bezig. Tegelijkertijd benadrukt CNV dat onderwijsverbetering tijd vraagt en niet van het ene op het andere jaar zichtbaar wordt. Schoolleider Bart Smeets spreekt uit ervaring: 'Duurzame verbetering ontstaat niet in één schooljaar. Voordat nieuwe werkwijzen echt onderdeel worden van de cultuur van een school, ben je al snel enkele jaren verder. Dat vraagt om stabiliteit, tijd en het vertrouwen om een ingezette koers vast te houden.’
Woestenberg: ‘Betere resultaten kunnen alleen worden bereikt als scholen beschikken over voldoende bevoegde leraren en goed ondersteunde schoolleiders. Het tekort aan onderwijsprofessionals en de ongelijke verdeling daarvan tussen scholen blijven een groot risico voor de onderwijskwaliteit. ’
Structurele financiering onmisbaar
Structurele financiering is volgens de onderwijsorganisaties onmisbaar. Tijdelijke middelen kunnen scholen helpen om verbeteringen in gang te zetten, maar bieden onvoldoende zekerheid om die verbeteringen vast te houden. Scholen hebben behoefte aan stabiel beleid en langdurige investeringen zodat zij kunnen bouwen aan kwaliteit op de lange termijn. Samen met de andere organisaties roept CNV de politiek op om deze koers vast te houden en samen met het onderwijs duurzaam te blijven investeren in de kwaliteit van het funderend onderwijs. Het gezamenlijke doel is helder: goed onderwijs voor ieder kind.