‘Inclusie is een illusie zonder kleinere klassen en meer handen.’

Leerkrachtondersteuner Judith van Ommen vindt het heftig om uit te spreken wat vaker te horen is in onderwijsland: ‘Inclusie is een illusie. Waarom? Omdat niet voldaan wordt aan de noodzakelijke randvoorwaarden.’ Haar Rehobothschool in IJsselmuiden trekt alles uit de kast, maar dan nog is het een hele dobber om passend onderwijs te geven, laat staan inclusief onderwijs.

Er zijn niet veel leerkrachten die tégen gelijke kansen en inclusie zijn. Waar ze wel hun bedenkingen bij hebben, zijn de mogelijkheden om dit te realiseren. De werkdruk is al hoog, de klassen zijn groot, de gebouwen ongeschikt. Uit een recent onderzoek van CNV en andere vakbonden blijkt dat ruim driekwart van de 9.100 respondenten denkt dat volledig inclusief onderwijs in 2035 - het voornemen van de onderwijsminister - (deels) onhaalbaar is.


Doordenken over taal
Terwijl in de aula de groep 8-musical enthousiast en luidruchtig geoefend wordt, zit leerkrachtondersteuner Judith met 5 leerlingen rond een tafel. Jop, Mees, Joël, Roos en Jonas hebben extra uitdaging nodig om het onderwijs voor hen passend te maken. Judith doet 1 keer per week een half uur levelwerk met hen. Vandaag denken ze door over taal. Ze lezen uitleg over symbolen en bespreken dan de vraag waarom een rood stoplicht voor stop staat. ‘Omdat het een felle kleur is?’ oppert Jop. ‘Ik vind blauw ook een felle kleur, dus waarom rood?’ dringt Judith aan. ‘Omdat rood de kleur van bloed is en als je doorrijdt, je misschien een ongeluk krijgt en bloed hebt’, suggereert Jonas. Een leuke discussie volgt. ‘Maar eigenlijk is het gewoon zo dat we hebben afgesproken dat rood voor stop staat’, legt Judith uit. ‘Een symbool heeft niks te maken met de betekenis ervan. Het is een afspraak. Zo denken we bij een hartje aan liefde. Maar waarom niet bij een zonnetje? Ook in taal zitten symbolen. Weten jullie er één?’ Vragende ogen. ‘Wat denken jullie bij het woordje Blik?’ ‘Een frisdrankblikje.’ ‘Hoe iemand kijkt, de blik in zijn ogen.’ ‘Precies. En wat betekent bijvoorbeeld het woordje huis voor jullie?’ ‘Een stenen gebouw.’ ‘Een chillplek.’ ‘Willen jullie komende week zulke symbolen bedenken? Tot volgende week!’

Keuzes maken
Op de Rehobothschool in IJssselmuiden werken - op het moment van het interview eind juni - 4 parttime onderwijsassistenten en leerkrachtondersteuners, vanaf september nog maar 2. Zij worden deels betaald vanuit het project Groeikracht en NPO-gelden (Nationaal Programma Onderwijs) die aflopen of worden afgebouwd. ‘Ja, dan moeten we nog meer keuzes maken dan we nu al doen, en krijgen mogelijk de meerbegaafde leerlingen geen hulp meer’, zegt Judith. ‘Om onderwijsresultaten op peil te houden, zetten we vooral in op de middenmoot. En dan vooral op rekenen, taal en spelling. Wij doen echt heel veel voor leerlingen met speciale behoeften, zodat ze allemaal passend onderwijs krijgen. Plusklas voor de meerbegaafden, talentklas voor kinderen met andere talenten, extra hulp in de klas, groepen splitsen. In groep 8 heeft bijvoorbeeld tweederde van de leerlingen speciale aandacht nodig: variërend van adhd tot dyslexie, van hoogbegaafdheid tot Nederlands als tweede taal. Dit kan een leerkracht niet zonder extra handen in en rondom de klas.’

Rek is eruit
Judith is blij met de uitkomsten van het onderzoek. ‘Het laat zien wat we al jaren zeggen: we willen wel, maar kunnen niet. Inclusie is een illusie, zolang niet aan de randvoorwaarden voldaan wordt. En dat is eigenlijk al zo lang dit streven er is, van Weer Samen naar School naar Passend Onderwijs en nu Inclusief onderwijs. Het kán gewoon niet in overvolle klassen, met leerkrachten die steeds meer op hun bordje krijgen zonder dat er ooit iets af gaat. De rek is eruit. Wat is er nodig? Kleinere groepen en meer handen in de klas. En speciaal onderwijs moet blijven bestaan, voor de leerlingen die niet leerbaar zijn, niet gelukkig zijn in een reguliere school of meer tijd vragen dan er is.’


Onderwijs wíl wel, maar kán niet
Volgens CNV-bestuurslid Daniëlle Woestenberg is de boodschap vanuit de praktijk duidelijk. ‘Onderwijspersoneel wil niets liever dan dat ieder kind onderwijs krijgt dat echt past. Maar de grenzen zijn bereikt. De bereidheid in het onderwijs is groot, maar inclusief onderwijs betekent ook een zwaardere belasting voor leraren en ondersteunend personeel. Dat kan er echt niet meer bij.’ Ruim driekwart van de onderwijsprofessionals in een onderzoek van CNV, AOb en FvOv denkt dat volledig inclusief onderwijs in 2035 niet haalbaar is. 56% staat negatief tegenover de huidige koers richting inclusief onderwijs. Ook vindt tweederde dat meer leerlingen sneller toegang moeten krijgen tot het speciaal onderwijs.

CNV vindt dat inclusief onderwijs alleen kan slagen als scholen ook écht de mogelijkheden krijgen om leerlingen goed te begeleiden. Dat betekent kleinere klassen, voldoende specialisten en onderwijsassistenten, goede samenwerking met het speciaal onderwijs en structurele investeringen vanuit de overheid.