CNV: Nieuwe mbo-bekostiging biedt kansen, maar mag niet ten koste gaan van personeel
08 juli 2026, 11:36
08 juli 2026, 14:24
Het kabinet heeft de contouren gepresenteerd van een nieuwe bekostigingssystematiek voor het mbo (Kabinet: ‘stabielere financiering en meer samenwerking voor goed en toegankelijk mbo’ | Nieuwsbrieven Ministerie van OCW). Vanaf 2029 moet een nieuw model zorgen voor meer stabiliteit, minder concurrentie tussen mbo-instellingen en een betere toegankelijkheid van het onderwijs in alle regio's van Nederland. Hier dient eerst een wetsvoorstel voor ingediend te worden die de minister in 2027 wil gaan indienen.
CNV Onderwijs ziet positieve elementen in deze herziening. Tegelijkertijd maken wij ons grote zorgen over de gevolgen voor medewerkers op instellingen die door de herverdeling van middelen minder budget ontvangen.
Deel deze pagina
Minder concurrentie, meer samenwerking
CNV pleit al langer voor een bekostigingssysteem dat samenwerking tussen mbo-instellingen stimuleert in plaats van concurrentie op studentenaantallen. De invoering van een vaste voet in de bekostiging sluit daarbij aan. Hierdoor worden instellingen minder afhankelijk van jaarlijkse schommelingen in studentenaantallen en ontstaat meer financiële stabiliteit.
Dat biedt scholen meer ruimte om verder vooruit te kijken en langetermijnbeleid te ontwikkelen. Juist dat ontbreekt op dit moment nog te vaak binnen het mbo.
Voor medewerkers kan dit een belangrijk voordeel zijn. Nu zien we jaarlijks dat docenten met een tijdelijk contract of medewerkers van wie de formatie onder druk staat richting de zomervakantie in onzekerheid verkeren of zelfs in de WW belanden, omdat dalende studentenaantallen direct leiden tot minder bekostiging. Een groter vast deel in de financiering kan deze extreme schommelingen deels opvangen en daarmee bijdragen aan meer werkzekerheid.
Onderwijs moet dichtbij blijven
CNV vindt het belangrijk dat goed beroepsonderwijs in alle regio's bereikbaar blijft. Toegankelijk onderwijs is een voorwaarde voor kansengelijkheid. Studenten moeten zo dicht mogelijk bij hun woonplaats een passende opleiding kunnen volgen.
De nieuwe toegankelijkheidstoeslag voor krimpregio's kan eraan bijdragen dat opleidingen behouden blijven waar deze anders zouden verdwijnen. Daarmee profiteren niet alleen studenten, maar ook medewerkers die hun werk in de regio kunnen behouden.
Grootste zorg: herverdeling zonder extra investeringen
De grootste zorg van CNV zit niet zozeer in het nieuwe bekostigingssysteem zelf, maar in de manier waarop het wordt gefinancierd.
De nieuwe systematiek is grotendeels een herverdeling van bestaande middelen. Dat betekent dat instellingen die in de nieuwe systematiek meer ontvangen, dit bekostigd zien doordat andere instellingen minder ontvangen.
Met name voor mbo-instellingen in de Randstad en andere groeiregio's roept dat vragen op. Deze instellingen zullen volgens de nieuwe systematiek minder hard meegroeien in hun bekostiging dan nu het geval is.
Dat betekent in de praktijk: meer studenten, relatief minder extra middelen en daarmee een groter risico op een hogere werkdruk voor docenten en ander onderwijspersoneel.
CNV vreest dat instellingen deze financiële druk zullen opvangen door vacatures niet meer in te vullen, tijdelijke contracten niet te verlengen of natuurlijk verloop niet te vervangen. Uiteindelijk komt de rekening dan terecht bij de medewerkers die hetzelfde, of zelfs meer, werk moeten verrichten met minder collega's. Daarmee komt ook de kwaliteit van het onderwijs onder druk te staan.
MBO – Groen scholen
Voor groene onderwijsinstellingen vraagt deze herziening extra aandacht. De nieuwe bekostiging heeft alleen betrekking op het mbo-deel; de bekostiging van het voortgezet onderwijs verandert niet. Toch kunnen de gevolgen breder zijn, omdat vmbo en mbo binnen deze instellingen vaak één organisatie vormen met gedeelde ondersteuning, praktijkvoorzieningen en personeel.
Daarnaast zijn de doorlopende leerlijnen van vmbo naar mbo een belangrijke kracht van deze instellingen. Wanneer het mbo-deel financieel onder druk komt te staan, kan dit indirect gevolgen hebben voor deze samenwerking en voor de kwaliteit en continuïteit van het onderwijs. CNV vraagt daarom nadrukkelijk aandacht voor de positie van groene onderwijsinstellingen bij de verdere uitwerking van de nieuwe bekostiging.
Onderwijskwaliteit vraagt voldoende mensen
De vraag blijft hoe instellingen die minder middelen ontvangen tegelijkertijd de kwaliteit van het onderwijs kunnen blijven waarborgen én de werkdruk beheersbaar kunnen houden wanneer het aantal studenten juist toeneemt.
Voor CNV zijn voldoende medewerkers, beheersbare werkdruk en kwalitatief goed onderwijs onlosmakelijk met elkaar verbonden.
"Solidariteit tussen regio's is belangrijk en wij steunen de beweging naar meer samenwerking tussen mbo-instellingen. Maar die solidariteit mag niet worden betaald uit de arbeidsvoorwaarden, de werkdruk of de onderwijskwaliteit van medewerkers op instellingen die door deze herverdeling middelen verliezen: Abhilash Sewgobind bestuurder cao mbo."
Het mbo wordt door de politiek regelmatig omschreven als de motor van onze samenleving. We hebben vakmensen hard nodig voor de energietransitie, de woningbouw, de zorg en tal van andere maatschappelijke opgaven.
Juist daarom had CNV liever gezien dat het kabinet naast deze herziening ook extra structurele middelen aan de sector had toegevoegd. Daarmee was het mogelijk geweest om de toegankelijkheid van het onderwijs in krimpregio's te versterken zonder dat dit ten koste gaat van instellingen waar de studentenaantallen groeien.