‘Kansrijk adviseren’ is een initiatief van de overheid dat een aantal jaren geleden in het leven is geroepen ter bevordering van kansengelijkheid. Het spoort leerkrachten aan om leerlingen een flexibel en doordacht advies te geven, zodat ze succesvol zijn in het voortgezet onderwijs. Het is zelfs zo dat, wanneer de doorstroomtoets een ‘hoger’ advies geeft dan de leerkracht heeft gegeven, de school het advies moet bijstellen.
Ik vraag me wel eens af of ‘hoger’ ook beter en passend is, zeker nu ik in de media lees dat havisten en vwo-ers in toenemende mate voor het mbo kiezen, omdat daarmee een kans op een goedbetaalde baan daarmee groter is.
In de twee onderstaande voorbeelden vraag ik me af of ‘kansrijk’ wordt vertaald naar de school of de leerling.
Scholen voor voortgezet onderwijs hoor ik soms klagen dat de afstroom van leerlingen toeneemt doordat de basisschool te kansrijk heeft geadviseerd. Het voortgezet onderwijs heeft daar last van, omdat de inspectie dan vraagt hoe het komt dat steeds meer leerlingen het niveau niet aankunnen.
Onlangs was ik op een voorziening die leerlingen een tussenjaar aanbiedt tussen basisschool en middelbare school, om tot een beter passend schooladvies te komen. Deze leerlingen krijgen vooral een ‘taalbad’ om niet door een taalachterstand te falen in het voortgezet onderwijs. Ook daar hoorde ik dat ze last hadden van het kansrijke advies, want daardoor kregen ze minder leerlingen.