Q&A uitwerking pensioenakkoord update

10-12-2020

Word lid!

Meld je aan bij het CNV en profiteer van alle voordelen.

Aanmelden

Op vrijdag 12 juni 2020 lag er al een uitwerking van het pensioenakkoord. Hoe staat het met de uitwerking van het Pensioenakkoord?

Na maanden van hard werken zal medio december 2020 de concept-wetgeving door Ministerie van Sociale Zaken worden gepubliceerd. Dit wordt het Wetsvoorstel Toekomst Pensioenen genoemd.

De basis is nog steeds het pensioenakkoord uit juni 2019. Na ruim tien jaar onderhandelen en soms massief actievoeren door vakbondsleden is er een pensioenakkoord gesloten. In dat pensioenakkoord moesten echter nog heel veel zaken worden geregeld en uitgewerkt. Op 12 juni 2020 is de uitwerking van het pensioenakkoord, na een intensief onderhandeltraject, afgerond. Nu volgt de conceptwetgeving: het Wetsvoorstel Toekomst Pensioenen.

Waarom kwam er in 2019 een pensioenakkoord? 
Het huidige pensioenstelsel blijkt al jaren niet meer goed te kunnen voldoen aan de verwachtingen. Geen indexatie, dreiging van kortingen. Ook moest worden voorkomen dat werkenden steeds meer premie zouden moeten betalen, dat veertigers en vijftigers hun opgebouwde pensioenrechten zien verdampen en dat sommige mensen geen pensioen opbouwen. Verder was het slecht uitlegbaar dat de beleggingsresultaten vaak goed waren, maar dat er geen verhoging kon worden gegeven. Daarom in het nieuwe contract een meer realistische ambitie.  

Waarom duurde de uitwerking van dit nieuwe akkoord en de pensioenwetgeving nu al 2 jaar? 
Het gaat om complexe materie en om veel geld. Het vergt een zorgvuldige afweging van alle belangen waar ook het CNV het beste resultaat voor de leden uit wilde halen.  

Wat is het politiek vervolg? 
Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid wil de wetgeving in juni 2021 voorleggen aan de Tweede Kamer en daarna aan de Eerste Kamer. Als die akkoord zijn, dan moet de nieuwe Pensioenwet per 1 januari 2022 van start gaan.

Merk ik nu al iets van de afspraken?
Ja. Voor nu is de dreiging van lagere pensioenuitkering (korten) grotendeels van de baan.

Pensioenen worden in 2021 waarschijnlijk niet gekort als het pensioenfonds in december 2020 de dekkingsgraad boven de 90 procent heeft. Wel is er sprake van korting bij een dekkingsgraad onder de 90 procent en de korting is dan tot 90 procent. 

Welke andere successen zijn nu al te melden?
Er is goed nieuws voor iedereen die eerder wil stoppen met werken. De Tweede Kamer stemde eind november 2020 in met de regelingen voor vervroegd uittreden en verlofsparen. Dit betekent dat werkenden met minder drempels 3 jaar eerder kunnen stoppen met werken. Eerder kon dat ook, maar moest de werkgever daarvoor een fiscale boete betalen.

Deze afspraak was hard nodig. Voor veel mensen met een zwaar beroep is doorwerken tot de AOW-leeftijd onhaalbaar. Het CNV heeft zich het afgelopen jaar sterk gemaakt voor deze regeling.

Belangrijk is dat nu in de cao afspraken gemaakt worden hoe dit per sector wordt ingevuld. In een aantal cao’s zijn zulke afspraken al gemaakt, zoals de bouw en industrie. Verwachting is dat ook de Eerste Kamer voor 1 januari 2021 instemt met dit voorstel.

Al eerder is geregeld dat de AOW-leeftijd minder snel stijgt door een aangepaste koppeling aan de levensverwachting. Vorig jaar is ook besloten om de AOW-leeftijd tijdelijk te bevriezen. Daardoor zal ook op de langere termijn de AOW-leeftijd minder snel oplopen wanneer de gemiddelde levensverwachting blijft toenemen en krijgt iedereen dus langer recht op AOW.

Wat vindt CNV van de concept-wetgeving?
Het CNV is op hoofdlijnen tevreden en vindt dat die eerlijke modernisering van het pensioenstelsel is gelukt. Het blijft mogelijk om te kiezen voor een nieuwe solidaire premieregeling, waarin collectief risico’s worden gedeeld, pech en geluk generaties voorkomen kunnen worden, verplichtstelling mogelijk blijft, pensioenen eerder en meer omhoog kunnen gaan, pensioenen uitlegbaar zijn en beter passen bij de veranderingen op de arbeidsmarkt.

Op een aantal punten is er ook nog huiswerk te doen. Als het gaat om keuzes maken over de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel en adequate compensatie. Ook de aankomende jaren zal nog hard gewerkt moeten worden om naar het nieuwe pensioenstelsel te komen.  

Speelt de huidige Corona crisis een rol bij de uitwerking van het pensioenakkoord?
Nee. Het pensioenakkoord en de uitwerking gaan over een hervorming van het pensioensysteem. Niet over een reactie op de Corona crisis. Pensioenfondsen ondervinden als beleggers wel hinder van de crisis en ook blijft de rente laag waarmee pensioenfondsen hun verplichtingen berekenen. Hoe groot die schade uitpakt moet blijken, als de jaarcijfers worden opgemaakt.

Ook bij de onderhandelingen over de AOW leeftijd heeft Corona geen invloed gehad.

Wat is de pensioenambitie in het nieuwe stelsel? 
In de uitwerking van het pensioenakkoord is onverkort de doelstelling gebleven dat werkenden in 42 jaar tijd een pensioen (AOW+ bedrijfspensioen) moeten kunnen opbouwen dat neerkomt op 80% van het gemiddeld genoten loon tijdens die 42 jaar.   

Pensioendeelnemers krijgen zelf elk jaar een overzicht van hun te verwachten pensioen. In het pensioenstelsel komen 2 varianten van de premieregelingen: het nieuwe (solidaire) contract en een verbeterde premieregeling met opties. Sociale partners gaan kiezen welke van de twee varianten voor het bedrijf/de bedrijfstak gaat gelden. 

Hoe ziet het nieuwe solidaire contract er volgens het uitwerkingsakkoord uit?
Het nieuwe solidaire contract verdeelt meevallers en tegenvallers in beleggingsresultaat evenwichtig over de leeftijdsgroepen. Zogenoemde pech- en gelukgeneraties worden zo veel mogelijk voorkomen. Het effect is dat gepensioneerden vaker dan nu een verhoging van hun pensioenuitkering krijgen. Maar, het tegenovergestelde is ook waar: als het tegen zit daalt het pensioen. Per saldo verwacht het CNV op basis van landelijke berekeningen, dat in de normale economische situaties de pensioenpot van werkenden en gepensioneerden meer en eerder omhoog gaat, dan omlaag. Een belangrijk voordeel van het nieuwe solidaire contract is dat het pensioenvermogen in de opbouwfase en uitkeringsfase bij elkaar blijft. Pensioenfondsen hebben hierdoor meer mogelijkheden om als beleggers voor de lange termijn betere rendementen te halen voor hun deelnemers.  

Wat is het grootste voordeel van het nieuwe stelsel?
In de nieuwe situatie blijven de pensioenuitkeringen stabiel. Dat komt door drie afspraken: 

1.    Naarmate mensen ouder zijn, wegen mee- en tegenvallers minder zwaar mee. Pensioengerechtigden merken hier dus veel minder van dan jongeren. Jonge deelnemers kunnen beter gebruikmaken van een langere beleggingshorizon en de toekomstige premie-inleggen en zijn daarmee ook beter in staat om schokken op te vangen.

2.    Mee- en tegenvallers kunnen in de tijd worden gespreid. Financieel slechte jaren worden hierdoor gecompenseerd door goede jaren.

3.    Een pensioenfonds houdt - naast het geld voor de pensioenen - een collectieve solidariteitsreserve aan. In slechte jaren kunnen tegenvallers hiermee worden gedempt.

Omdat de nieuwe solidaire pensioenregeling niet meer met ‘pensioenaanspraken’ werkt hoeven pensioenfondsen ook niet meer met dekkingsgraden rekening te houden en de verplichtingen te waarderen op de (risicovrije) rekenrente. Dat is niet meer nodig.

Pensioenfondsen blijven de pensioenregelingen collectief uitvoeren en beleggen. De verplichtstelling blijft behouden. Zij houden daarmee de mogelijkheid om efficiënt goede rendementen te halen, binnen acceptabele risico’s. Behoud van de verplichtstelling vond het CNV een belangrijke voorwaarde om akkoord te gaan met de uitwerking.

Hoe ziet de verbeterde premieregeling er volgens het uitwerkingsakkoord uit?
Vakbonden en werkgevers kunnen ook kiezen voor een verbeterde premieregeling (WVP+) als pensioenvoorziening. In tegenstelling tot het solidaire contract kent deze regeling een belangrijke scheiding tussen de periode voor pensionering en vanaf pensionering. Voor pensionering gaat het om individuele potjes. Bij pensionering wordt een pensioenuitkering ingekocht bij een pensioenverzekeraar of in een collectieve beleggingsportefeuille. Wel kunnen sociale partners - als zij dat willen -collectief meer risico’s delen dan nu het geval is, bijvoorbeeld via de optionele solidariteitsreserve. 

Hoe gaat de overgang van het oude naar het nieuwe stelsel?
Uiterlijk 1 januari 2026 moeten alle pensioenuitvoerders hun pensioenregeling hebben aangepast naar één van de nieuwe contracten. Een of twee jaar eerder mag ook mits aan de randvoorwaarden wordt voldaan. 

De afspraak geldt dat eventuele nadelen voor het te verwachten pensioen, ontstaan door deze nieuwe set ‘spelregels’ inclusief de invoering van een gelijke premie voor alle leeftijden, worden adequaat gecompenseerd. Dit was ook een belangrijke voorwaarde in het welslagen van de onderhandelingen. Vakbonden, werkgevers en pensioenfondsen moeten dit per sector of onderneming beoordelen en waar nodig aanvullende afspraken maken.  

Wie gaat er over het pensioen? Waar hebben werknemers invloed?
De AOW is een volksverzekering. Daarover gaat de politiek. Maar bonden kunnen wel invloed uitoefenen, zoals gebleken is bij het pensioenakkoord (minder snel laten stijgen van de AOW leeftijd).  

Het werknemerspensioen via de pensioenfondsen is een arbeidsvoorwaarde. Die is dus niet verplicht. Maar wij maken daar als CNV-bond wel afspraken over aan de cao-tafel.. Ook over de afspraken om de uitwerking van het pensioenakkoord concreet te maken. Als lid van de bond heb je dus grote invloed op dit aanvullende werknemerspensioen. 

Onze invloed rijkt verder dan het maken van pensioenafspraken in cao’s. Want in de pensioenfondsen zijn vaak ook bestuurders benoemd in het bestuur op voordracht van vakbonden. En de pensioenfondsen kennen bovendien een vorm van medezeggenschap. Deze medezeggenschapsorganen zijn betrokken bij besluiten van het pensioenfonds en kunnen ook (on)gevraagd adviseren over de pensioenuitvoering. 

Als er pensioenafspraken komen, heeft de overheid via de pensioenwetgeving daar overigens ook veel over te zeggen. Het doel hiervan is de pensioenen te waarborgen, bijvoorbeeld door regels over de inrichting van pensioenfondsen en toezicht op de financiële organisatie van de pensioenregelingen of over de maximale hoogte van de pensioenpremie

Hoe krijg je duidelijk wat de overgang voor jou betekent? 
Als deelnemer in een pensioenregeling krijg je het persoonlijk effect te zien: de hoogte van het pensioen vóór de overstap en erna wordt in een overzicht duidelijk gemaakt. De werkgever of het pensioenfonds laat daarbij zien welke maatregelen er zijn/worden genomen om voldoende te compenseren. Het uitwerkingsakkoord ziet erop dat iedereen die bij pensioenfondsen zit goed en evenwichtig wordt gecompenseerd. Zowel nu als in de toekomst moeten er geen pech- en geluk generaties zijn. 

Waarom gaat je inleg in je oude pensioenregeling over naar jouw nieuwe pensioenregeling?
Omdat het overdragen van reeds gespaard pensioengeld in de nieuwe pensioenregeling erg helpt om dat nieuwe stelsel goed te laten functioneren, efficiënter is in de uitvoering en betere resultaten geeft voor de gehele pot worden nieuwe pensioenopbouw en de bestaande rechten zoveel mogelijk in één fonds bij elkaar gehouden. Voor dit zogenoemde ‘invaren’ van oude rechten zijn regels om te zorgen dat dit evenwichtig wordt gedaan. Niet-invaren betekent dat dit pensioengeld onder de huidige strenge regels met o.a. de risicovrije rekenrente blijven vallen. 

Sluit het ‘verwacht rendement’ - systeem van de nieuwe pensioenregeling beter aan bij de werkelijke rendementen van de pensioenfondsen dan het huidige rekenrente-systeem? 
Ja, het ‘verwacht rendement’-systeem (projectierendement) houdt rekening met de te behalen beleggingsrendementen. Het projectierendement leidt tot een bepaald verwacht pensioen, met een indicatie voor gunstige en minder gunstige economische scenario’s. De huidige risicovrije rekenrente (RTS) houdt geen rekening met toekomstige rendementen.  Wel is het belangrijk, dat het verwacht rendement waarmee gerekend wordt, niet te hoog wordt vastgesteld. Want uiteindelijk is de hoogte van het pensioen afhankelijk van de hoogte van de ingelegde premie en het rendement, dat daadwerkelijk behaald wordt.  

Er wordt nu vanaf uit gegaan, dat de hoogte van de jaarlijkse pensioenpremie bij invoering van het nieuwe pensioenstelsel maximaal 30 tot 33% mag zijn (fiscale ruimte). En dat daarboven nog ruimte is voor eventuele extra premie voor compensatie. Met deze premie moet het mogelijk zijn om na 42 jaar werken een pensioen te hebben van 80% van het loon. Daarom is het belangrijk, dat aan de cao-tafel een goede pensioenpremie af te spreken.  

Gaan we naar een casino-pensioen?
Met deze term wordt gesuggereerd dat je net als in een casino maar moet afwachten of je pensioen krijgt. En of je niet te maken krijgt met enorme schommelingen in je pensioen. Zo is het gelukkig niet. De hele overgang is er natuurlijk op gericht om het pensioen juist beter te maken. De ambitie blijft om 80% van je gemiddelde loon aan pensioen te sparen in 42 jaren. Het nieuwe pensioensysteem, de premies en de beleggingen zijn daar op ingericht. Je krijgt een beter inzicht in de premies die je inlegt en het pensioen dat je daarvoor mag verwachten. En vervolgens is de ambitie gericht op een stabiele pensioenuitkering als je eenmaal met pensioen bent. Grote schommelingen kunnen worden verzacht door mee en tegenvallers te spreiden in de tijd. En door een reserve op te bouwen. Ook is mogelijk de risico’s van beleggingen te spreiden waardoor gepensioneerden minder te maken krijgen met uitschieters in de beleggingsopbrengsten.  

In het huidige stelsel wordt gewerkt met een toezegging en daarmee komen de strenge financiële eisen die ervoor zorgen dat pensioenfondsen al jaren niet meer kunnen indexeren en de pensioenen mogelijk moeten korten. In het nieuwe systeem zijn er minder hoge reserves nodig. Het huidige systeem lijkt zekerheid te geven maar levert dat niet. Het nieuwe systeem lijkt minder zekerheid te geven maar kan het juist wel meer bieden dan het huidige systeem. Nu kunnen veel pensioenfondsen al jaren het pensioen niet verhogen. In het nieuwe systeem zou dat beter moeten gaan.  

Is er in het nieuwe pensioensysteem ook een buffer? 
Een onderdeel van het nieuwe pensioensysteem is een solidariteitsreserve. Dit is een vermogen dat aangesproken kan worden in slechte tijden. Bonden en werkgevers bepalen hoe groot de reserve het best kan zijn. De omvang hoeft niet langer berekend te worden volgens de eisen van De Nederlandse Bank. Dit is mogelijk in het nieuwe solidaire pensioen en/of bij een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds.

Geldt het nieuwe pensioensysteem ook voor gepensioneerden?
Ja, het is de bedoeling dat het nieuwe pensioensysteem gaat gelden voor pensioen dat je nog gaat opbouwen, pensioen dat al opgebouwd is en voor ingegaan pensioen.

Welke voordeel mogen ouderen van de nieuwe pensioenregeling verwachten? 
Het nieuwe pensioenregeling biedt ook voordelen voor ouderen. Uit CPB-berekeningen blijkt dat pensioenen met het nieuwe pensioencontract naar verwachting sneller en meer kunnen worden verhoogd dan onder het huidige pensioencontract (FTK). Dat geldt ook voor de ouderen. Het CPB heeft ook gekeken naar de mate waarin pensioenen van jaar op jaar meebewegen met de economie. Hieruit blijkt dat pensioenen sneller stijgen in goede scenario’s dan in huidig FTK en sterker dalen in slechte scenario’s. En door de afspraken over het nieuwe pensioenstelsel hoeft in de aankomende jaren niet of minder gekort te worden.

Het moment van invoering en de situatie per fonds zullen bepalend zijn wat het uiteindelijk voor de gepensioneerden bij een fonds zal gaan betekenen.    

Ik ga eind 2021 met pensioen. Stijgt of daalt mijn pensioen door het nieuwe akkoord? 
Het nieuwe pensioenstelsel verwachten we pas na 2023 en uiterlijk in 2026. U kunt dus gewoon onder de huidige regels met pensioen gaan.    

Tot de invoering van het nieuwe pensioensysteem uiterlijk 2026 blijf je te maken houden met de huidige pensioenregeling. Dat betekent waarschijnlijk geen of minder indexatie (jaarlijkse verhoging waarbij de stijging van lonen of de inflatie leidend is). Ook is er nog steeds een kans op kortingen van de pensioenopbouw van werkenden en de pensioenuitkeringen van gepensioneerden. In de uitwerking van het pensioenakkoord die nu is overeengekomen zit wel de afspraak om de kortingsregels dit jaar te versoepelen. Daardoor is de kans op korten ook binnen het huidige pensioensysteem kleiner of zal een korting minder groot hoeven te zijn. Voor een korting in 2021 moeten de pensioenfondsen uitgaan van de financiële positie op 31 december 2020. Een eventuele korting mag over een periode van enkele jaren worden uitgesmeerd. 

De afgelopen jaren is er geen indexatie uitgekeerd. Bij ABP gaat het om bijna 20% sinds 2009, bij PFZW om bijna 6% sinds 2015. De kans dat gemiste indexatie in de komende jaren deels kan worden goedgemaakt lijkt erg klein. De regels voor het inhalen van gemiste indexatie verschillen per pensioenfonds en komen neer op het weer financieel gezond zijn van het pensioenfonds. En dat is nu juist het probleem. Bij de overgang naar het nieuwe pensioensysteem wordt de gemiste indexatie of kortingen niet betrokken. Was dat wel zo dan zouden deze noodmaatregelen alsnog gerepareerd worden. 

Is het verstandig nu met pensioen te gaan in plaats van de wachten tot de nieuwe pensioenregeling ingaat?
De bedoeling is om alle pensioenen om te zetten naar het nieuwe pensioensysteem. Het zou dan weinig uitmaken of je als werknemer of als gepensioneerde overgaat. De details van de overgang en de voorwaarden waaronder worden echter per pensioenregeling bepaald door bonden en werkgevers. Het is verstandig de ontwikkeling van het eigen pensioenfonds in de gaten te houden.    

Wat gebeurt er door het Pensioenakkoord met de AOW?
De AOW-leeftijd is gekoppeld aan de gemiddelde levensverwachting. En omdat iedereen gemiddeld ouder wordt begint de uitbetaling van de AOW ook later. Maar het snelle vertragingsproces, dat het kabinet aanvankelijk wilde, werd door het pensioenakkoord stopgezet. Die afspraak uit het pensioenakkoord wordt met het uitwerkingsakkoord definitief. 

In 2020 en 2021 blijft daarom de AOW-leeftijd 66 jaar en 4 maanden. Per 2022 stijgt de AOW-leeftijd met 3 maanden per jaar, zodat deze in 2024 op 67 jaar uitkomt. Vanaf 2025 stijgt de AOW-leeftijd met 8 maanden per jaar dat de gemiddelde levensverwachting toeneemt (was eerder 12 maanden per jaar in de kabinetsplannen). 

Verandert de datum waarop je met werknemerspensioen kunt door de uitwerking van het pensioenakkoord?
De wettelijke mogelijkheden om eerder je werknemerspensioen op te nemen maken geen onderdeel uit van het pensioenakkoord. Dit is meestal wel geregeld in het eigen pensioenreglement. Wel is de snelle stijging van de AOW leeftijd een halt toegeroepen. Dit biedt soelaas voor veel werknemers die de AOW niet kunnen missen.  

Gaat de pensioen(richt)leeftijd van je werknemerspensioen nog verder omhoog door de Corona-crisis? 
Nee, de crisis heeft vooralsnog geen invloed op de pensioen(richt)leeftijd van jouw werknemerspensioen. 

De pensioenrichtleeftijd van je werknemerspensioen is nu hoger dan AOW-leeftijd. De pensioenrichtleeftijd is nu al 68 jaar. Deze blijft voorlopig ongewijzigd tot naar verwachting 2041. Volgens de pensioenkalender van vorig jaar is dan (in 2041) de AOW-leeftijd ook 68 jaar. En de pensioenrichtleeftijd mag niet lager zijn dan de AOW-leeftijd. Echter, je kan er als deelnemer altijd voor kiezen om je pensioen eerder te laten ingaan, zelfs eerder dan je AOW-leeftijd.  Dus wordt de AOW-leeftijd 68 jaar en 3 maanden, dan gaat de pensioenrichtleeftijd naar 69 jaar. In de huidige wetgeving wordt de pensioenrichtleeftijd niet aangepast bij een verlaging van de levensverwachting. En dit is ook niet verandert in de nieuwe wetgeving. Een vergelijkbare systematiek geldt voor de AOW. Verhoging na 2025 is mogelijk op basis van de levensverwachting. De AOW-leeftijd kan wel omhoog met stappen van 3 maanden, maar gaat niet omlaag.  

Wat is afgesproken over eerder stoppen met werken en de boete die werkgevers krijgen bij een Regeling Vervroegd Uittreden (RVU)?
Als de werkgever met vakbonden in de cao een RVU-regeling afspreekt, dan hoeft de werkgever geen boete te betalen over de eerste € 21.200 per jaar. De werknemer kan dan eerder stoppen met werken, maximaal 3 jaar voor de AOW-datum. Dit geldt voor regelingen, die ingaan tussen 2021 en 2025. Eerder stoppen met werk bij het bedrijf of de sector wordt dus (weer) beter mogelijk. Een werknemer kan de regeling aanvullen met deeltijdpensioen en gespaard verlof. Over de financiering van de regeling moet op de cao-tafel wel afspraken gemaakt worden. De subsidie vanuit de overheid hiervoor is uitgebreid van € 800 miljoen naar € 1 miljard euro. 75% van dit bedrag is beschikbaar voor eerder stoppen met werken. De andere 25% is beschikbaar voor duurzame inzetzetbaarheidsregelingen. 

Wat is afgesproken over duurzame inzetbaarheid in het pensioenakkoord?
Bij duurzame inzetbaarheid kun je denken aan maatregelen om veilig en gezond te werken, en aan maatregelen om je loopbaan te plannen. In het Pensioenakkoord is ook afgesproken dat er twee subsidieregelingen komen die dit ondersteunen. Subsidie betekent in dit verband dat een deel van de kosten worden vergoed. Cao-partijen moeten dus ook eigen middelen vrijmaken.

Afgesproken is dat er vanaf 2020 structureel € 10 miljoen per jaar beschikbaar is voor een meerjarig investeringsprogramma duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen. Het programma wordt de komende tijd verder uitgewerkt.

Daarnaast is er een tijdelijke subsidieregeling ‘Maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden’ (MDI&EU). Voor deze tijdelijke subsidieregeling is voor sociale partners in sectoren in totaal 1 miljard euro voor beschikbaar. De regeling is bedoeld om sociale partners te helpen maatwerkafspraken te maken over duurzame inzetbaarheid. De subsidie kan gebruikt worden voor maatwerkafspraken over duurzame inzetbaarheid, langer doorwerken en eerder uittreden.

Wat is in het uitwerkingsakkoord afgesproken over verlofsparen voor je pensioen? De mogelijkheden om verlof te sparen en dit op te nemen voor je pensioen zijn verruimd. Per januari 2021 mogen werknemers hun bovenwettelijk verlof en overwerk opsparen. Dat gaat om maar liefst 100 weken, omgerekend twee volle werkjaren. In de cao moeten hierover dan wel afspraken worden gemaakt.

Heeft het uitwerkingsakkoord pensioen voor iedereen - ook ZZP’ers - geregeld?
Er vallen op dit moment nog steeds werkenden (deels) buiten de pensioenboot. Daarom zijn in het pensioenakkoord ook afspraken gemaakt over het verbeteren van pensioensparen door werknemers en zzp’ers. Er is een zogenoemd Aanvalsplan beperken witte vlek opgesteld, omdat er nog te veel werknemers zijn die niet via hun werkgever pensioen opbouwen.  

Het is de bedoeling dat werknemers in de uitzendsector veel sneller pensioen gaan sparen dan nu het geval is, onder druk van o.a. het CNV en de Stichting van de Arbeid. 

De Stichting van de Arbeid riep in juni 2020 de sociale partners in de uitzendbranche op om de wachttijd zoveel mogelijk te beperken. De Stichting beveelt tevens aan om de uitzonderingsbepaling voor het uitzendwezen (artikel 14 lid 2 van de Pensioenwet) op te heffen en in lijn te brengen met hetgeen wettelijk is bepaald voor de andere sectoren. Dit betekent dat de wettelijk toegestane wachttijd voor het uitzendwezen wordt teruggebracht van maximaal 26 weken naar analogie van de twee maanden naar maximaal acht weken. 

Voor zzp’ers wordt nog nader onderzocht hoe zij makkelijker pensioen kunnen sparen. Het ministerie en de pensioenkoepels werken nauw samen aan werkbare oplossingen.  

Zie verder: www.stvda.nl/nl/publicaties/witte-vlek-pensioenen

Wat zijn de afspraken in het uitwerkingsakkoord over Nabestaandenpensioen?
Ook voor het nabestaandenpensioen zijn afspraken gemaakt, zodat dit meer gestandaardiseerd, bruikbaarder en begrijpelijker wordt en risico’s worden verkleind. Naar verwachting gaat dit in per 1 januari 2022.

De huidige situatie is voor deelnemers onoverzichtelijk en vergroot daardoor de kans op geen - of een te lage - uitkering na baanwisselingen, werkloosheid of echtscheiding.  

Zie verder: www.stvda.nl/nl/publicaties/nabestaandenpensioen

Hoe zit het met de mogelijkheid een tot maximaal 10% van je pensioen vrij besteedbaar op te nemen?
In het pensioenakkoord is bovendien geregeld dat mensen op hun pensioendatum eenmalig maximaal 10% van hun pensioen mogen opnemen en besteden aan een eigen gekozen doel, bijvoorbeeld versnelde afbetaling van hypotheek of studiebijdrage voor kinderen. Dit betekent natuurlijk wel dat er daarna minder pensioen overblijft. Daarom is tevens afgesproken dat hiervoor bepaalde voorwaarden gaan gelden die moeten voorkomen dat mensen te weinig pensioen overhouden. 

Deze mogelijkheid tot opnemen moet nog door de Tweede Kamer worden goedgekeurd. De beoogde ingangsdatum is 1 januari 2022. Er is geen aparte fiscale behandeling voor dit bedrag. Dit betekent dat het verstandig is de gevolgen van de keuze, fiscaal maar ook de gevolgen voor de rest van je pensioen, tegen die tijd na te gaan. Een alternatief is de hoog-laag constructie die veel pensioenfondsen nu al kennen. Dit is de mogelijkheid het pensioen de eerste jaren na pensionering hoger te laten zijn waarna het geleidelijk afloopt naar een lagere uitkering.  

N.b. Deze antwoorden zijn gegeven op basis van de beschikbare gegevens in december 2020.

Geef een reactie

Column

CNV pleit voor 30-urige werkweek

Een verkorte werkweek met behoud van het huidige salaris zorgt voor meer balans in werk-privé situatie.

[this div will be converted to an iframe]
×
×
×