Veel werkenden maken te lange dagen en werkweken omdat ze met een ‘gewone’ werkweek financieel niet uitkomen. Het uurloon is te laag en van een leefbaar loon is daarom bij lange na geen sprake. Als ouders te weinig betaald krijgen, ligt bovendien het risico van kinderarbeid op de loer.
Bijvoorbeeld in de palmolie- en in de suikersector, waar vaak de hele familie meewerkt om in het levensonderhoud te kunnen voorzien.
Ook zie je vaak dat vrouwen en mannen geen vaste contracten, of helemaal geen contract krijgen. Daarmee hebben ze geen zekerheid op werk en staan ze niet sterk om te onderhandelen over een eerlijk loon; wie kritisch is kan immers zo door een ander vervangen worden.
De afhankelijke positie van de werknemer zorgt ervoor dat de werknemer geen nee kan zeggen tegen het werk. Vooral bij migranten en anderen die afhankelijk zijn van woonvoorzieningen van het bedrijf zie je deze vormen van verkapte dwangarbeid veel. Soms gaat het zelfs zover dat het paspoort wordt ingenomen, zodat de werknemer niet weg kan. Ook werknemers van afgelegen palmolieplantages zijn vaak sterk afhankelijk omdat de plantage-eigenaar meestal ook voor huisvesting zorgt.