Dankzij onze jarenlange ervaring met het implementeren van sociale normen in de kleding- en textielindustrie - door samen te werken met merken, vakbonden en vakbondsfederaties, lokale en internationale ngo's, fabrikanten en hun verenigingen, en vele anderen - juichen we met name de volgende elementen toe, omdat ze van vitaal belang zijn voor effectieve due diligence op het gebied van mensenrechten.
Het Europees Parlement heeft gestemd voor een risico gebaseerde aanpak, met een expliciete opsomming van de scoping (afbakening), beoordeling en prioritering van risico's, het opleggen van passende maatregelen en het aandringen op een verantwoordelijke exit. Actie ondernemen op de meest in het oog springende risico's is de meest effectieve en efficiënte methode voor bedrijven om negatieve effecten op mensenrechten te voorkomen, te beëindigen of te beperken.
Met een uitgebreid artikel over de betrokkenheid van belanghebbenden en de expliciete bescherming van kwetsbare groepen en klokkenluiders, erkent het Europees Parlement de cruciale rol van belanghebbenden in het HREDD-proces, zoals het leveren van hun onschatbare input voor de risico scoping van bedrijven en het identificeren van de meest geschikte remedie voor slachtoffers van mensenrechtenschendingen. Het standpunt vereist dat bedrijven actief en voortdurend in gesprek gaan met (mogelijk) getroffen belanghebbenden en hun legitieme vertegenwoordigers, zoals vakbonden en maatschappelijke organisaties, of natuurlijke of rechtspersonen die opkomen voor mensenrechten of het milieu, actoren waarvan we weten dat ze van vitaal belang zijn voor het creëren van een effectieve sociale dialoog.
De definitie van 'nadelige gevolgen voor de mensenrechten' is dezelfde als in de UNGP's en voorziet in een systeem voor vroegtijdige waarschuwing en toegang tot rechtsmiddelen door middel van kennisgeving en buitengerechtelijke klachtenmechanismen wanneer dergelijke nadelige gevolgen zich (dreigen voor te) doen. Verder worden specifieke bepalingen genoemd voor belanghebbenden die waarschijnlijk het meest kwetsbaar zijn voor de gevolgen in de waardeketen van een bedrijf, zoals vrouwen en migrerende werknemers, en in sommige gevallen wordt de toegang zelfs uitgebreid tot gemeenschappen en legitieme vertegenwoordigers van potentiële slachtoffers.
Het terugbrengen van het aantal regels en richtlijnen tot één centrale set van gezamenlijke richtlijnen bij deze wetgeving is essentieel om duidelijkheid en zekerheid te bieden aan alle bedrijven die zich bezighouden met HREDD.
Hoewel we blij zijn met de internationale normen en processen die al zijn opgenomen in het standpunt van het Europees Parlement, weten we dat met enkele verbeteringen de impact van deze baanbrekende wetgeving nog groter zou kunnen zijn. Wij raden het volgende aan: