Cao BGV: ken je cao 2026 nr. 6: Roosters

Ook in 2026 geldt de cao BGV. Hierin staan jouw arbeidsvoorwaarden, oftewel jouw rechten en plichten. Om te zorgen dat deze afspraken worden nageleefd, is het belangrijk dat jij jouw rechten en plichten kent. Daarom ontvang je maandelijks een nieuwsbrief met uitleg over een cao-artikel dat vaak vragen oproept of niet altijd goed wordt toegepast door werkgevers.

Roosters zijn geen last minute verrassing 

Veel chauffeurs herkennen het: een rooster dat laat bekend wordt gemaakt of een planning die tot op het laatste moment verandert. Toch is dat niet hoe de wet bedoeld is. 

De regels over werktijden en roosters zijn vastgelegd in de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit vervoer. Het doel van deze regels is niet alleen om verkeersveiligheid en gezondheid te beschermen, maar ook om werknemers de mogelijkheid te geven hun werk en privéleven op elkaar af te stemmen. Dat volgt uit artikel 2:1 van de Arbeidstijdenwet. 

De Arbeidstijdenwet gaat ervan uit dat werkgevers beleid maken over arbeids en rusttijden en werken met een arbeids en rustpatroon. Dat staat in hoofdstuk 4 van de Arbeidstijdenwet. Dat betekent dat vooraf duidelijk moet zijn wanneer een werknemer moet werken en wanneer hij vrij is. De wet verplicht werkgevers daarbij rekening te houden met de belangen van werknemers. Het idee achter deze regels is eenvoudig: werknemers moeten hun leven kunnen plannen. 

Voor chauffeurs gelden daarnaast speciale regels in het Arbeidstijdenbesluit vervoer. Deze regels geven werkgevers al veel meer flexibiliteit dan in veel andere sectoren. Chauffeurs mogen onder voorwaarden langere diensten draaien en voor arbeidstijden en rusttijden gelden bijzondere regels. Die regels zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van het Arbeidstijdenbesluit vervoer. Juist omdat de sector al veel flexibiliteit kent, is het belangrijk dat werknemers vooraf weten wanneer zij moeten werken. 

In de cao Beroepsgoederenvervoer zijn vrijwel geen concrete afspraken gemaakt over roosters. De cao bevat wel een definitie van een dienstrooster. Volgens artikel 3 lid 15 van de cao gaat het om een schema waarin staat op welke dagen en uren gewerkt wordt en wanneer sprake is van roostervrije tijd. De cao geeft echter nauwelijks regels over wanneer een rooster bekend moet zijn of hoe ver vooraf wijzigingen mogen worden doorgevoerd. Soms wordt gedacht dat werkgevers daardoor volledig vrij zijn om roosters op elk moment aan te passen. Dat is niet juist. Als een cao niets regelt, blijft de wet gewoon gelden. Een cao kan de wet niet zomaar vervangen. Sterker nog: juist omdat de cao weinig over roosters zegt, zijn de bepalingen uit de Arbeidstijdenwet extra belangrijk. 

Dat blijkt ook uit artikel 4:2 van de Arbeidstijdenwet. Daarin staat dat een werkgever een arbeids en rusttijdenpatroon zo tijdig mogelijk aan werknemers moet meedelen. Als er geen afwijkende afspraken in een cao staan, moet dat in principe ten minste 28 dagen van tevoren gebeuren. Alleen als de aard van het werk dat onmogelijk maakt, mag daarvan worden afgeweken. Ook dan moet de werkgever minimaal 28 dagen van tevoren aangeven wanneer de wekelijkse rust begint en moeten de werktijden ten minste 4 dagen van tevoren bekend zijn. 

Een rooster heeft alleen waarde als werknemers erop kunnen vertrouwen. Wanneer een werkgever een werknemer eerst vrij roostert en vervolgens op het laatste moment toch laat werken, verdwijnt dat vertrouwen.  Het doel van een rooster is juist dat werknemers ruim van tevoren weten wanneer zij werken en wanneer zij vrij zijn, zodat zij privéafspraken kunnen maken en voldoende rust kunnen plannen. Dat betekent niet dat een rooster nooit gewijzigd mag worden. In de praktijk kunnen onverwachte omstandigheden ontstaan. Maar structureel laat publiceren van roosters of voortdurend wijzigen van diensten past moeilijk bij het uitgangspunt van de wet. Het normale uitgangspunt is voorspelbaarheid. Flexibiliteit mag nodig zijn, maar mag niet de standaard worden. 

Kort samengevat: de cao Beroepsgoederenvervoer bevat nauwelijks regels over roosters. Dat betekent niet dat er geen regels zijn. Dan geldt artikel 4:2 van de Arbeidstijdenwet. Die wet gaat ervan uit dat werk en rust vooraf worden gepland en dat werknemers tijdig weten waar zij aan toe zijn. Een rooster dat pas laat bekend wordt gemaakt of voortdurend wijzigt, past daarom slecht bij het uitgangspunt van de wet. 

Zelf nalezen? 

Artikel 2:1 Arbeidstijdenwet: doel van de wet. 
Hoofdstuk 4 Arbeidstijdenwet: beleid rond arbeids en rusttijden. 
Artikel 4:2 Arbeidstijdenwet: tijdig bekendmaken van arbeids en rustpatronen. 
Hoofdstuk 2 Arbeidstijdenbesluit vervoer: bijzondere regels voor chauffeurs. 
Artikel 3 lid 15 cao Beroepsgoederenvervoer: definitie van een dienstrooster. 

Wat kun je doen?

De werkgever is verantwoordelijk voor het naleven van de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit vervoer. Op de naleving wordt toezicht gehouden door de Nederlandse Arbeidsinspectie. Helaas wordt er maar heel weinig gecontroleerd, en bovendien zijn er maar weinig sancties die kunnen worden opgelegd. Dit betekent niet dat je machteloos bent, je kunt je werkgever wijzen op de verplichting om de wet na te komen, net zoals van jou wordt verwacht dat jij je aan de wet houdt (wie betaalt jouw boetes voor snelheidsovertredingen?) Wanneer dit niet helpt kan een OR ingrijpen of kun je je samen met je collega's melden bij de vakbond. Wanneer een werkgever de situatie niet verandert, kunnen we een melding doen bij de Arbeidsinspectie of zelfs een handhavingsverzoek indienen.

Vragen of opmerkingen?

heb je vragen over dit onderwerp? Neem dan gerust contact op met CNV via naleving-bgv@cnv.nl of 030-7511001 (CNV Info). Bellen, mailen of appen met de bestuurder mag natuurlijk ook.

Edwin Meijer
bestuurder CNV
T. 06 2306 5395
E. e.meijer@cnv.nl