Holcim heeft de afgelopen jaren meer dan 100 miljoen USD geïnvesteerd in Peru en behaalt een jaarlijkse omzet van circa 200 miljoen USD. Bovendien breidt het bedrijf zijn productiecapaciteit verder uit. Bedrijfseconomische redenen voor de ontslagen zijn daarom niet geloofwaardig. Toch blijft Holcim werknemersrechten schenden en het functioneren van de vakbond tegenwerken.
Ook bij andere dochterbedrijven in Latijns-Amerikaanse landen schendt Holcim fundamentele internationale arbeidsrechten, waaronder in Ecuador waar vakbonden bij Holcim fabrieken door intimidatie en ontslagen vrijwel zijn verdwenen.
CNV Internationaal en partners eisen:
- Onmiddellijke herplaatsing van de ontslagen werknemers
- Naleving van de besluiten van het Peruaanse Ministerie van Arbeid
- Stopzetting van alle antivakbondsacties en respect voor fundamentele arbeidsrechten
CNV Internationaal roept Holcim op om verantwoordelijkheid te nemen en dit conflict op te lossen. Alleen door herstel van sociale dialoog en bescherming van werknemersrechten kan het bedrijf duurzaam en verantwoord ondernemen garanderen.