Gelijkwaardigheid
Nederland en de EU vroegen tijdens de afgelopen WTO-top om meer toegang voor het maatschappelijk middenveld tijdens de WTO-onderhandelingen. Een goede stap, en nodig, zoals na afloop bleek.
En tegelijk laten bovenstaande voorbeelden zien hoe Nederland en de EU de boot missen. Onze onderhandelaars focussen vooral op open strategische autonomie in de nauwe betekenis; zodat we minder afhankelijk zijn van de invoer van grondstoffen uit bijvoorbeeld China of Rusland.
De rest van de issues laten we te veel links liggen. En dat is risicovol. We praten nu namelijk nauwelijks over landen die door onze handelsverdragen hun verwerkende industrie amper ademruimte kunnen geven, en die de lonen naar beneden drukken. Terwijl wij zo gefocust zijn op ons eigenbelang, vergeten we dat het andere land zich ook wil ontwikkelen.
Die gelijkwaardigheid is essentieel, juist om open strategische autonomie te laten slagen.
Hoe dan wel?
De ongelijkheid begint al waar een klein team Indonesische onderhandelaars tegenover een machine van Nederlandse en Europese onderhandelaars met diepgaande expertise staat. Hoe dan wel?
Stap 1 van gelijkwaardige handel is dus het luisteren naar handelspartners, hun experts en het maatschappelijk middenveld, zonder kritiekloos en ongenuanceerd de korte termijnwensen van autoritaire leiders over te nemen. Iets waarover in Indonesië na de laatste verkiezingsuitslag grote zorgen zijn.