close up van iemand die blauwe latexhandschoenen aandoet

Zorgmedewerkers onvoldoende voorbereid op zorg van morgen

Toezicht op scholing en ontwikkeling in zorg en welzijn hard nodig

CNV is bezorgd over het voornemen van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) om de verantwoordelijkheid voor reguliere bij- en nascholing volledig terug te leggen bij zorgwerkgevers. Juist nu veel zorgmedewerkers aangeven dat zij onvoldoende worden voorbereid op de toekomst van hun werk, vindt CNV het risicovol als de overheid zich terugtrekt zonder scherp te monitoren of scholing en ontwikkeling in de praktijk daadwerkelijk plaatsvinden. Maandag bespreekt de Tweede Kamer de periodieke rapportage Arbeidsmarkt en Opleidingen Zorg en Welzijn. Daarin legt de minister de verantwoordelijkheid voor reguliere bij- en nascholing geheel bij werkgevers neer.

‘Werkgevers hebben absoluut een belangrijke verantwoordelijkheid voor scholing van hun medewerkers. Maar de praktijk in zorg en welzijn is kwetsbaar. Door personeelstekorten, hoge werkdruk en financiële druk zien we dat scholing vaak als eerste onder druk komt te staan. Dan kan de overheid niet volstaan met zeggen: dit is voortaan een zaak van werkgevers. Je moet ook monitoren of het daadwerkelijk gebeurt,’ zegt Joost Veldt, sectorleider Zorg en Welzijn van CNV.

Scholing blijft te vaak steken in verplichte vinkjes en moet vaak in eigen tijd

Uit onderzoek van CNV onder zorgmedewerkers blijkt dat slechts 16 procent vindt dat scholing en bijscholing hen goed voorbereiden op de toekomst van de zorg. Een derde zegt dat dit niet het geval is, terwijl bijna vier op de tien medewerkers aangeven dat scholing hen slechts gedeeltelijk voorbereidt op toekomstige ontwikkelingen. Ook geven veel medewerkers aan dat scholing plaatsvindt in eigen tijd of door werkdruk regelmatig wordt uitgesteld.
Uit de reacties van medewerkers komt een duidelijk beeld naar voren. Scholing richt zich vaak op verplichte onderwerpen zoals protocollen, registraties en e-learnings, terwijl er minder aandacht is voor ontwikkelingen als digitalisering, kunstmatige intelligentie, complexere zorgvragen en samenwerking met mantelzorgers en vrijwilligers.

Veldt: ‘Veel zorgmedewerkers vertellen ons dat scholing vooral draait om verplichte cursussen en e-learnings over de zorg die vandaag nodig is. Natuurlijk zijn die belangrijk, maar daarmee bereid je mensen niet voor op de zorg van morgen. Medewerkers hebben behoefte aan tijd, begeleiding en scholing die aansluit bij de veranderingen die zij dagelijks zien aankomen.’

VWS moet blijven volgen wat er op de werkvloer gebeurt

Veldt benadrukt dat werkgevers een belangrijke verantwoordelijkheid hebben voor scholing en ontwikkeling van hun medewerkers. ‘Tegelijkertijd kan VWS die verantwoordelijkheid niet simpelweg terugleggen zonder te controleren of scholing daadwerkelijk van de grond komt. Dat is veel te riskant. De rapportage gaat nota bene zelf ook uit van het risico dat werkgevers door marktfalen te weinig investeren in scholing en opleiden. In de praktijk weten we wat er gebeurt als de bezetting krap is: dan gaat alle aandacht naar het rondkrijgen van de zorg van vandaag. Scholing, begeleiding en ontwikkeling komen dan snel in de knel. Juist daarom moet VWS blijven volgen wat er op de werkvloer gebeurt.’

Oproep aan de Tweede Kamer

CNV roept de Kamer dan ook op om de minister tijdens het notaoverleg te vragen hoe zij gaat monitoren of werkgevers daadwerkelijk investeren in scholing, begeleiding en ontwikkeling van medewerkers. Vooraf moet duidelijk zijn wanneer de overheid opnieuw ingrijpt als scholing achterblijft, regelingen onvoldoende worden benut of medewerkers aangeven dat zij niet zijn toegerust voor de zorg van morgen.

Veldt: ‘Als scholing onvoldoende van de grond komt, betalen zorgmedewerkers uiteindelijk de prijs. Zij moeten dan werken in een steeds complexere zorgpraktijk zonder voldoende voorbereiding. Dat is slecht voor medewerkers, slecht voor het behoud van personeel en uiteindelijk ook slecht voor de kwaliteit van zorg. Scholing is een noodzakelijke investering in de toekomst van de zorg.’