Wie goed kan lezen, krijgt toegang tot werelden die thuis misschien ver weg zijn. Wie zijn gedachten kan verwoorden, kan vragen stellen, een oordeel vormen en zich uitspreken. Daarom vind ik hoge verwachtingen belangrijk. Ook voor kinderen bij wie het leren minder vanzelf gaat.
Nieuwe kerndoelen: aanleiding voor een inhoudelijk gesprek
De vernieuwing van de kerndoelen geeft scholen aanleiding om opnieuw te bespreken wat zij hun leerlingen willen meegeven. De doelen die worden vervangen, stammen uit 2006. Twintig jaar geleden. Sindsdien is er wel heel veel veranderd. Digitale technologie is onderdeel van het dagelijks leven geworden. Burgerschap en digitale geletterdheid krijgen in de vernieuwde kerndoelen een eigen plek. Uiterlijk augustus 2031 moeten scholen hun onderwijsaanbod aan de nieuwe kerndoelen hebben aangepast.
Daarmee ligt er een concrete opdracht. En ik kan me goed voorstellen waar het gesprek dan al snel over gaat: de planning, de studiedagen, een methode die aansluit op de nieuwe doelen. Er moet immers veel gebeuren, terwijl het gewone werk doorgaat.
Toch moeten we oppassen dat de haast om het geregeld te krijgen en het optuigen van structuren het inhoudelijke gesprek niet verdringen. Dan hebben we straks een methode gekozen voordat we samen hebben bepaald welk onderwijs we willen geven.
Een schooleigen curriculum begint bij je leerlingen
Schoolleider Kristel van Dalsum maakt in de podcast Leidinggeven aan leren precies dat onderscheid. De doelen bieden een kader. Binnen dat kader moeten leraren en schoolleiders zelf keuzes maken. Wat hebben onze leerlingen nodig? Welke samenhang brengen we aan? Wat past bij de identiteit van onze school, en hoe wordt dat zichtbaar in de lessen?
Een school geeft daar ook nu iedere dag al antwoord op. In de sfeer in de klas, de boeken die leerlingen lezen, de vragen die gesteld mogen worden en de manier waarop een kind wordt aangesproken als het misgaat. Ook daar vindt vorming plaats. Een les over respect verliest aan betekenis wanneer leerlingen in de dagelijkse omgang iets anders ervaren.
Curriculumvernieuwing vraagt om leiderschap
Voor mij is curriculumvernieuwing daarom ook een leiderschapsvraag. De schoolleider moet het inhoudelijke gesprek over deze transitie organiseren en zorgen dat het tot keuzes én passend gedrag leidt. Leraren brengen hun vakkennis en hun kennis van leerlingen in. Dat kan schuren. Niet alles kan evenveel aandacht krijgen. Soms moet een vertrouwde activiteit plaatsmaken om iets anders goed te kunnen doen. En iets écht anders doen kan gewoon lastig zijn.
Tijd en ondersteuning voor onderwijsontwikkeling
Daar hebben leidinggevenden en besturen een verantwoordelijkheid. We kunnen scholen niet vragen een eigen curriculum te ontwikkelen en vervolgens alleen informeren of de invoering op schema ligt. Ik wil dan ook weten hoeveel tijd het team heeft om samen voor te bereiden. Welke mogelijkheden medewerkers krijgen om nieuwe vaardigheden te leren. Welke ondersteuning nodig is. En welke andere opdracht we laten vervallen.
Die verantwoordelijkheid geldt ook voor de politiek. Nieuwe doelen vragen om een uitvoerbare invoering, met voldoende rust om ermee te leren werken. Curriculumontwikkeling mag niet afhankelijk zijn van de vrije avond van een enthousiaste leraar.
2031 lijkt ver weg. Maar de keuzes die we nu maken, bepalen waaraan scholen de komende jaren hun tijd besteden. Ik wil dat we beginnen met het gesprek over wat we onze leerlingen beloven. Hoge eisen, ook aan onszelf. Daaruit volgen de planning, de middelen en uiteindelijk ook de keuze voor eventuele methodes.
Danielle Woestenberg
Bestuurslid CNV & docent levensbeschouwing in het vo
Dit blog is geschreven in het kader van de campagnemaand Leidinggeven aan leren van het CNV LeiderschapsLab waarin we aandacht vragen voor het vernieuwde curriculum in het po en vo.