Atletiek werd Gregory met de paplepel ingegoten. ‘Ik ben letterlijk op de atletiekbaan opgegroeid. Terwijl ik in de zandbak zat, zag ik alle grote atleten langskomen.’ Niet echt een verrassing dat hij het ver zou schoppen als hordeloper. Hij debuteerde jong, op zijn 17de. Op zijn 21ste stond hij voor het eerst op de Olympische Spelen. Uiteindelijk zou hij zich daarvoor 3 keer kwalificeren. Eén keer werd hij Europees kampioen, in 2007, op de 60 meter horden.
Meer zekerheid
In hetzelfde jaar dat Gregory voor het eerst op de Olympische Spelen stond, maakte hij ruimte voor een baan naast het topsporten. Hij solliciteerde bij Defensie omdat daar een topsport-selectie was waarbij hij zijn tijd kon verdelen tussen werk en topsport. ‘Ik wilde iets meer zekerheid. Als topsporter met A-status krijg je namelijk een uitkering, maar die is gekoppeld aan je prestaties. Verlies je die status, dan verlies je je inkomsten. Bij Defensie kon ik naast het sporten als sergeant werken aan mijn maatschappelijke carrière én had ik 4 jaar lang een inkomen. Ik vond het ook heel fijn om iets naast het hordelopen te doen, om mijn gedachten te verzetten.'
Gebruik je kracht
Toen het topsport-programma bij Defensie eindigde, ging Gregory aan de slag bij de politie-eenheid Den Haag als agent. Hij hield zich ook bezig met de mentale gezondheid van het korps. ‘Ik ben voorstander van mensen in hun kracht zetten. Dat ze doen waar ze goed in zijn. Zo had ik een collega die alles wist van ondermijning in de horeca (legale horecazaken die gebruikt worden door georganiseerde criminaliteit, red.). Hij had 5 schermen openstaan, wist alle regels en was helemaal enthousiast. Zijn ploegchef vond dat hij zich ook op andere taken moest richten, zoals verkeer. Dat verbaasde mij. Zet hem in zijn kracht!’