Na 23 jaar ligt er weer een cao-resultaat voor werknemers in de eerstelijns fysiotherapie

CNV: ‘Historische doorbraak, nu verder bouwen aan betere arbeidsvoorwaarden’

Voor het eerst in 23 jaar ligt er weer een cao-resultaat voor werknemers in de eerstelijns fysiotherapie. CNV, FBZ en Fysiovakbond FDV hebben met de Werkgeversvereniging Fysiotherapie een onderhandelingsresultaat bereikt. De cao bevat onder meer loonsverhogingen, functiewaardering en loonondergrenzen en meer zekerheid over het salaris.

CNV-bestuurder Rick Pellis spreekt van een historische doorbraak: ‘Hier hebben werknemers ontzettend lang op gewacht. Eindelijk ligt er weer een gezamenlijke basis voor arbeidsvoorwaarden. Dat is hard nodig, want fysiotherapeuten zijn op het gebied van beloning en arbeidsvoorwaarden achteropgeraakt bij andere zorgprofessionals.’

Minimum-cao beschermt bestaande afspraken

De cao Fysiotherapie loopt van 1 januari tot en met 31 december 2027 en is een minimum-cao. Werkgevers mogen alleen afwijken als dat gunstiger is voor de werknemer. Werknemers met een vast salaris krijgen op 1 januari 2027 een loonsverhoging van 2,5 procent en op 1 september nog eens 1 procent.

Fundament voor betere beloning

Voor de cao is een functiewaardering uitgevoerd, waarbij functies zijn beschreven, gewaardeerd en ingedeeld in functiegroepen. Daarmee ligt er een belangrijk fundament om in een volgende cao toe te werken naar een volledig en evenwichtig loongebouw. Tot die tijd gelden per functiegroep loonondergrenzen.

Daarnaast krijgen werknemers meer zekerheid over hun inkomen met een vast salaris en een vaste arbeidsomvang. Het vaste salaris mag daarbij niet zijn gebaseerd op omzet, het aantal declarabele uren of het aantal behandelingen.

Verplichte scholing wordt volledig vergoed in tijd en geld, net als de kosten voor BIG- en kwaliteitsregistraties. Ook zijn afspraken gemaakt over vakantiedagen, veilige werkomstandigheden en professionele autonomie.

Nog geen eindstation

Een volledig salarisgebouw en een volwaardige pensioenregeling ontbreken nog. Partijen willen werken aan een pensioenregeling voor alle medewerkers en spreken de ambitie uit die per 1 januari 2029 te realiseren.

‘Deze cao is een begin, geen eindstation’, aldus Pellis. ‘We leggen voor het eerst weer een gezamenlijke bodem onder de arbeidsvoorwaarden. Niemand hoeft erop achteruit te gaan en werkgevers kunnen uiteraard meer bieden. De komende jaren moeten we verder bouwen om fysiotherapeuten voor de sector te behouden. Daarbij blijft ook de ontwikkeling van de behandeltarieven van belang.’

Het onderhandelingsresultaat wordt voorgelegd aan de leden van de betrokken vakbonden en werkgeversvereniging. Partijen willen de cao vervolgens algemeen verbindend laten verklaren.