Stilstaan bij bewegen

Nadat we in mei de resultaten van het peilonderzoek bewegen en sport hebben gepubliceerd, hebben we als inspectie meegedacht met de SLO over de reflectievragen die zijn opgesteld voor de scholen. Omdat deze vlak voor de zomervakantie alleen online zijn gepubliceerd, vraag ik me af of scholen ermee aan de slag zijn gegaan. Zelf ben ik in ieder geval alvast gaan reflecteren op mijn eigen beweging.

Aangezien de sport die ik beoefen (snooker) niet bepaald veel beweging vraagt en ik het belangrijk vind dat leerlingen voldoende bewegingsonderwijs krijgen, moet ik ook kritisch naar mezelf kijken. Tijdens de vakantie, waarin mijn kinderen sportief bezig zijn met surfen, klimmen en canyoning, beperkt mijn beweging zich naast bladzijdes omslaan en sport kijken tot een beetje wandelen en fietsen. Daarom probeer ik voor mijn werk vaker de fiets te pakken. Dat is me in juli, met het mooie weer, goed gelukt. En het mooie is: op de fiets ontstond het idee voor deze column. Dus bewegen doet ook nog iets met je brein.

Uit het peilonderzoek blijkt dat de vaardigheden op het gebied van bewegen bij leerlingen in groep 8 gemiddeld niet zijn afgenomen, ondanks de toegenomen schermtijd en de afgenomen buitenspeeltijd. Dat zegt weinig over de vaardigheden, maar misschien meer over de hoeveelheid beweging. Ik denk dat het goed is dat voor gym vastgelegd is dat er minimaal twee lesuren aan besteed moet worden. Ik zie gelukkig ook scholen die meer doen aan bewegen dan alleen die twee gymlessen.

Wie werkt aan een doelgericht en samenhangend curriculum, kan het bewegingsonderwijs daarin niet missen

Inspecteur M@rk

De reflectievragen moeten helpen om stil te staan bij bewegen op school. We zien dat het aantal scholen dat werkt met vakleerkrachten is toegenomen. Omdat ik bewegingsonderwijs belangrijk vind, probeer ik bij schoolbezoeken een gymles te bezoeken. De vakleerkrachten waarderen dat zeer. Zij zijn zowel onderdeel van de school als van de schooltijd van de leerlingen. Het is echter niet vanzelfsprekend dat die vakleerkrachten onderdeel van de schoolorganisatie zijn. Ik hoor dat een lesbezoek van de schoolleiding bij gym vrijwel nooit plaatsvindt. Ook hoor ik dat vakleerkrachten de missie, visie en regels van de school vaak niet kennen.

Ik ben ervan overtuigd dat de kwaliteit van het onderwijs omhoog gaat als er afstemming plaatsvindt tussen de gymleraren, de schoolleiding en de rest van het team. In een gymles zie je bij leerlingen vaardigheden als samenwerken en omgaan met teleurstellingen op een andere manier terug dan bij de rekenles. Ook taal kun je goed integreren in een gymles. Als een school nadenkt over een doelgericht en samenhangend curriculum, hoort daar het bewegingsonderwijs bij.

De kerndoelen voor het bewegingsonderwijs gaan veranderen. In deze doelen krijgt de leerling meer ruimte om op zoek te gaan naar zijn eigen interesses en voorkeuren en leert hij op zijn eigen bewegen te reflecteren. Dat betekent iets voor het lerarengedrag. Het implementeren van deze kerndoelen zal dan ook niet van de een op de andere dag gedaan zijn. Het vraagt in ieder geval reflectie op het onderwijs. En bij deze de oproep om dit met het gehele team, dus ook de gymleraar, samen te doen. Het lijkt me het meest effectief wanneer je dat tijdens een bewegingsactiviteit doet. En het is ook nog eens gezelliger.