Dit voorjaar heeft minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werk gelegenheid een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer die het mogelijk maakt om het gemiddelde salaris op te vragen van collega’s die ongeveer hetzelfde werk doen. Bedoeling is dat de wet op 1 januari 2027 in werking treedt.
Voorstanders van de wet vinden het een belangrijke stap vooruit. Werkgevers moeten met deze wet inzicht geven wat werknemers verdienen, uitgesplitst naar geslacht. Het gaat om gemiddelden. Werknemers kunnen niet het loon van een specifieke collega opvragen. Bedoeling is dat als je ontdekt dat je collega’s gemiddeld meer verdienen dan jij, je dat bespreekbaar maakt en er wat aan kunt doen.
Open gesprek
CNV vindt de wet een belangrijke stap vooruit in de strijd tegen de loonkloof. Meer openheid is broodnodig om loonongelijkheid te bestrijden. CNV-bestuurslid Justine Feitsma: ‘Te lang was de loonkloof een onzichtbaar probleem. Wat je niet kunt zien, kun je ook niet bestrijden.’ Volgens haar krijgen vrouwen nog altijd te horen dat de loonkloof het gevolg is van hun eigen keuzes. ‘Maar de feiten vertellen een heel ander verhaal. Vrouwen worden stelselmatig benadeeld als het gaat om beloning. Dat blijkt uit alle CNV-onderzoeken. Ongelijke beloning is hardnekkig, structureel en volstrekt onacceptabel.’
Dat werk nu nog niet gelijk wordt beloond, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Vrouwen krijgen duidelijk minder betaald per uur, zelfs als ze in dezelfde functies zitten als mannen. De nieuwe wet is onderdeel van een pakket wetten van de Europese Unie dat de loonkloof moet bestrijden. ‘De Europese regels voor loontransparantie halen de ongelijkheid uit de schaduw en geven werknemers de kans om gelijke beloning daadwerkelijk af te dwingen’, zegt Feitsma.