Waarom zijn jullie zo stevig aan de slag gegaan met de basisvaardigheden?
‘In 2023 kregen we een onvoldoende van de onderwijsinspectie. Dat was voor ons een duidelijke aanleiding om structureel aan de kwaliteit van ons onderwijs te werken. Basisvaardigheden waren daar een belangrijk onderdeel van. Ik heb toen ook de subsidie voor basisvaardigheden aangevraagd. Die konden we goed gebruiken bij de veranderingen die al in gang waren gezet. Inmiddels hebben we het herstelonderzoek van de inspectie goed afgerond, alle afdelingen zijn weer dik voldoende, zonder nieuwe herstelopdrachten. Daar ben ik trots op.’
Wat hebben jullie op school concreet veranderd?
‘We hebben verschillende dingen gedaan. Zo hebben we nu een integraal taalbeleid voor de hele school. Taal is dus niet alleen iets van de lessen Nederlands. Ook bij andere vakken speelt taal een rol. Daarnaast hebben we aparte lessen voor taal en rekenen. Leerlingen in de onderbouw die bij CITO-vaardigheidstoetsen niet het gewenste niveau halen, krijgen extra ondersteuning. Ook digitale vaardigheden hebben een eigen plek in het lesrooster gekregen. En we werken aan burgerschap. Daarvoor hebben we een actieve werkgroep. We zoeken daarbij ook de verbinding met onze omgeving in Katwijk. Zo gaan leerlingen bijvoorbeeld samen met de lokale gemeenschap het strand schoonmaken.’
Jullie besteden ook extra aandacht aan lezen. Hoe werkt dat?
‘Voorheen kregen leerlingen bij lesuitval vaak de opdracht om aan hun huiswerk te werken. Dat hebben we veranderd. Zo’n uur begint nu eerst met 20 minuten lezen. Leerlingen nemen zelf een boek mee, lezen iets op hun laptop of halen een boek uit de bibliotheek. In de lokalen staan ook manden met tijdschriften, korte boeken en verhalen op verschillende taalniveaus. Op die manier maken leerlingen extra leesuren.’
Hoe zie je of die aanpak resultaat heeft?
‘We meten het niveau van leerlingen. Zo zien we wie het gewenste niveau voor taal en rekenen haalt en wie nog extra hulp nodig heeft. Een groep van bijvoorbeeld 25 leerlingen begint dan met extra reken- of taallessen. We gebruiken een digitale methode die zich aanpast aan het niveau van iedere leerling. Na ongeveer 8 tot 10 lessen zien we dat zo’n groep veel kleiner wordt. Van die 25 leerlingen zijn er dan bijvoorbeeld nog 5 die extra ondersteuning nodig hebben. Voor die leerlingen kijken we wat er precies nodig is. Soms is dat extra begeleiding van een specialist. Je meet dus waar een leerling staat, geeft gerichte hulp en kijkt daarna opnieuw hoe het gaat.’
Kun je daarmee al zeggen dat de aanpak werkt?
‘In de onderbouw kan ik al laten zien dat leerlingen vooruitgaan. Maar voor de bovenbouw kan ik dat nog niet hard maken. Je moet bedenken dat een vmbo-opleiding 4 jaar duurt, havo 5 jaar en vwo 6 jaar. Als je vooral in de eerste jaren van de school begint met een nieuwe aanpak, duurt het dus een tijd voordat je het volledige effect ziet. We zijn nu een paar jaar bezig. Je kunt niet verwachten dat je dan meteen in alle examenresultaten een groot verschil ziet. Dit soort veranderingen moeten eerst een vast onderdeel van het onderwijs worden. Dat kost tijd.’