WIA: werk en inkomen naar arbeidsvermogen

Wanneer je na twee jaar ziekte niet of deels aan het werk kunt

Word nu lid!

Meld je aan bij CNV en profiteer van alle voordelen.

Word lid

Wanneer je na twee jaar ziekte nog steeds niet aan het werk kunt

Wanneer je na twee jaar ziekte nog steeds niet aan het werk kunt, vraag je een WIA-uitkering aan bij het UWV. WIA staat voor Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen, er wordt vooral gekeken naar wat je nog wel kunt.

Hieronder lees je meer over:

Wanneer WIA

Je hebt recht op een Wia-uitkering als je voldoet aan de volgende punten:

  • Je op of na 1 januari 2004 ziek bent geworden en na twee jaar niet meer dan 65% kunt verdienen van het loon dat je verdiende voordat je ziek werd.
  • Je er samen met je werkgever alles aan hebt gedaan om weer aan de slag te kunnen.
  • Je werknemer bent óf een Ziektewet-uitkering ontvangt.

WIA kent twee uitkeringen

Binnen de WIA zijn er twee verschillende uitkeringen:

  1. IVA
    IVA staat voor Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten. Wanneer je volledig arbeidsongeschikt bent, en de kans dat je herstelt erg klein is krijg je een IVA-uitkering. Dit heet officieel ‘volledig’ en ‘duurzaam’ arbeidsongeschikt. Je krijgt dan een uitkering van 75 procent van je dagloon.

  2. WGA
    WGA staat voor Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsongeschikten. Je krijgt dus een WGA-uitkering als je gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent. Ook wanneer het UWV beoordeelt dat je nu nog niet aan het werk kunt, maar dat er wel vooruitzicht is op herstel, krijg je te maken met de WGA.

Arbeidsongeschiktheid bepalen

Wanneer je na twee jaar ziekte nog steeds niet (helemaal) aan het werk kan, word je gekeurd door het UWV. Na de beoordeling van het reïntegratieverslag neemt het UWV je WIA-aanvraag in behandeling.

Een WIA-keuring bestaat uit twee delen:

  1. Medische keuring. 
    De keuringsarts van het UWV bekijkt wat je lichamelijk nog kunt. Als je niet meteen volledig arbeidsongeschikt wordt verklaard, word je opgeroepen door de arbeidsdeskundige.

  2. Arbeidsdeskundige keuring 
    De arbeidsdeskundige van het UWV bekijkt welke functies je nog kunt verrichten op basis van de bevindingen van de keuringsarts.

De UWV-arts en de arbeidsdeskundige bepalen de mate van arbeidsongeschiktheid. Dat gebeurt door te kijken naar het zogenoemde loonverlies: het geld dat je minder verdient door je ziekte of handicap dan daarvoor. Dit wordt ook wel de ‘verdiencapaciteit’ genoemd.

De Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) deelt mensen vervolgens in in vier groepen:

  • Loonverlies van minder dan 35 procent
    Bij een loonverlies van minder dan 35 procent ben je volgens de WIA niet arbeidsongeschikt. Je gaat weet aan het werk bij dezelfde werkgever. De werkgever en jij bepalen samen of je werk moet worden aangepast of dat je misschien ander werk kunt gaan doen. Ook kan je bij een andere werkgever aan de slag gaan.

    Wanneer het UWV heeft bepaald dat je niet arbeidsongeschikt bent, terwijl werken bij dezelfde werkgever echt niet lukt, kan je werkgever uiteindelijk een ontslagvergunning aanvragen. Als je daardoor werkeloos raakt, kan je een werkeloosheidsuitkering aanvragen. Wanneer je meer wilt weten over de Werkeloosheidswet (WW), klik dan hier.

  • Loonverlies van minstens 35 procent maar minder dan tachtig procent
    Je krijgt een uitkering volgens de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).

  • Loonverlies van minstens tachtig procent en een goede kans op herstel 
    Je arbeidsongeschiktheid is tijdelijk. Daarmee val je onder de WGA-regeling.

  • Loonverlies van minstens tachtig procent met weinig of geen kans op herstel 
    Je valt onder de IVA-uitkering (inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten). Je ontvangt een uitkering gebaseerd op het laatstverdiende loon.

Een voorbeeld

Het UWV bepaalt bij de keuring welke functies je nog zou kunnen uitoefenen. Vervolgens wordt gekeken wat je met die functies kunt verdienen (de zogenoemde ‘verdiencapaciteit’). De bijbehorende salarissen worden vergeleken met het oude salaris. Het verschil bepaalt het arbeidsongeschiktheidspercentage. Bijvoorbeeld: je verdiende 1.000 euro. Met de functies die je nog zou kunnen uitoefenen blijk je in theorie 600 euro te kunnen verdienen. Dit wordt ‘resterende verdiencapaciteit’ genoemd. Je verliest dus 400 euro verdiencapaciteit. Dit is 40 procent van het oude loon. Jouw arbeidsongeschiktheidspercentage is dan 40 procent. Je krijgt een uitkering volgens de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).

Column voorzitter

Het kwartje valt in het scholingspotje

Geef werknemers een potje met geld waarmee ze tijdens hun loopbaan scholing en ontwikkeling kunnen betalen. Bij het CNV...

Contact met het CNV

 

De medewerkers van CNV Info zijn op werkdagen van 8.00 tot 18.00 uur telefonisch bereikbaar via 030 751 1001 en van 8.00 tot 22.00 uur via de chat.

Chat offline

De chat is momenteel offline

[this div will be converted to an iframe]
×
×
×